Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    De Schorren

    De Schorren, Texel - Foto Oscar Bos

    Een van de rijkste vogelgebieden van Texel is het buitendijkse kweldergebied De Schorren, achter polder De Eendracht. Het uitgestrekte gebied is ongeveer 6700 hectare groot. Het is een hoogwatervluchtplaats voor vele wadvogels. Sinds 1982 broeden hier lepelaars. Er broeden in wisselende aantallen kokmeeuwen en grote sterns. Tussen september en eind mei verblijven hier de rotganzen. De Schorren is eigendom van Natuurmonumenten. Ook een groot deel van de achterliggende wadvlakte, de Vlakte van Kerken, wordt door deze vereniging beheerd.

    Wadvogels

    Veel wadvogels zoeken bij laag water hun voedsel op het wad. Bij het wassen van het water vliegen ze naar de hoogwatervluchtplaatsen. In de westelijke Waddenzee zijn er maar een paar geschikte plaatsen: het Balgzand, het eilandje Griend, nabij het Posthuis op Vlieland en De Schorren. Veel vogels die overtijen op De Schorren komen van de wadvlaktes noordoostelijk van Texel tot bij Vlieland vandaan.

    De vogels zitten met hoog water dicht opeen gepakt langs de randen van de kwelder. Sommige soorten maken ook wel gebruik van het achterliggende weiland, zoals wulpen en meeuwen. De hoogwatervluchtplaats wordt het gehele jaar door gebruikt. In het najaar en in februari komen de grootste aantallen wadvogels voor.

    Scholeksters, rosse grutto's, wulpen, kanoetstrandlopers, tureluurs, bonte strandlopers, kok- en stormmeeuwen vormen een groot deel van de overtijende vogels. In wat kleinere aantallen komen zilverplevieren, bontbekplevieren, groenpootruiters, zwarte ruiters en kluten voor. Ook smienten, aalscholvers, wintertalingen, pijlstaarten, rotganzen, lepelaars en eidereenden rusten aan de rand van de kwelder.

    Het binnenkomen van de steltlopers is een imposant gezicht. De vogels komen zwenkend en kerend, stijgend en dalend binnen. De bewegingen worden gericht en gelijktijdig uitgevoerd. De witblinkende onderzijden van duizenden vogels worden afgewisseld met de donkere bovenzijden.

    Grote sterns en kokmeeuwen

    Op de Schorren hebben in sterk wisselende aantallen grote sterns gebroed. In 1929 werden de eerste legsels gevonden. In 1939 vond een grote uitbreiding plaats. Dit kwam mogelijk door een overbevolking van het eilandje Griend in de westelijke Waddenzee. Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de aantallen af als gevolg van het rapen van eieren.

    Giftige stoffen in het milieu zorgden vanaf 1963 voor een achteruitgang van de grote stern. Het leidde zelfs tot het verdwijnen van de vogel van Texel. Er trad enig herstel op in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Doordat de kolonie gevestigd was op een lage rand van de kwelder spoelden in 1972 bijna alle legsels weg. In 1974 werd het wegspoelen voorkomen door het aanleggen van een dijkje van zandzakken om de kolonie heen.

    Hoewel de aantallen in 1992 nog op 1300 paar lagen is de soort in de jaren daarna toch snel van de Schorren verdwenen. Mogelijk heeft de vestiging van een aantal zilvermeeuwen op de Schorren hier iets mee te maken.

    De kokmeeuw heeft altijd in grote aantallen gebroed op de Schorren. Ondanks incidentele bestrijdingscampagnes bleef de soort talrijk. Vanaf 1960 tot 1980 bleven de aantallen rond de 10.000 tot 12.000 schommelen. Daarna is de kolonie in grootte afgenomen tot zo'n 6000 paar. Een duidelijke oorzaak voor deze afname lijkt niet aanwezig. Mogelijk speelt voedselconcurrentie met stormmeeuwen op het cultuurland en zilvermeeuwen langs de kust en de Waddenzee een rol.

    Lepelaars op de Schorren

    In 1982 vonden de eerste broedgevallen van lepelaars op de Schorren plaats. Dit werd de derde kolonie op Texel. De andere kolonies liggen in de Muy en de Geul. In het eerste jaar kwamen 3 paar tot broeden. In 1989 was de stand opgelopen tot zo'n 66 paren. Daarna stabiliseerde het aantal.

    De vogels van de Schorren foerageren voornamelijk op het wad. Daar leven ze vooral van garnaaltjes.

    Rond de kolonie zijn dammetjes aangelegd om de vogels te beschermen tegen extreem hoog water.

    Bron: de Vleet, Ecomare