Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Scholekster

    Scholekster, Oystercatcher, Austernfischer - Foto: Salko de Wolf

    De scholekster eet heel misschen wel eens een jong scholletje maar is toch vooral een liefhebber van mosselen en kokkels. Soms gaat een hapje kwal er ook goed in. En dan hebben we het over de wadbewoners, want er zijn ook scholeksters die zich hebben gespecialiseerd in het leven op het boerenland. Die eten vooral wormen en insectenlarven. Scholeksters zijn druktemakers. Als je een groepje ziet is het kenmerkende tepiet-tepiet-geluid niet van de lucht. Zelfs 's nachts herken je een overvliegende groep scholeksters aan dat geluid.

    Eigenschappen

    afmetingen:40-45 centimeter; 80-86 centimeter spanwijdte
    kleur:lijf en kop zwart, buik wit; snavel lang (7 cm) en sterk, stevige oranje poten, rode ogen.
    voedselvooral schelpdieren (mosselen, kokkels, nonnetjes), krabbetjes, garnalen, wormen, insectenlarven
    status Nederland:standvogel, andere wintergast of doortrekkers
    habitat:wadden, kwelders, duinen, weiden
    voortplanting:2-3 eieren, geslachtsrijp na 4 jaar
    leeftijd:gemiddeld 12 jaar, oudst bekende scholekster was meer dan 43 jaar oud
    bijzonderheden:wad-scholeksters hebben beitelvormige snavels, boerenland-scholeksters hebben puntiger snavels;
    jongen worden twee maanden lang onderhouden, waardoor scholeksters ook op daken kunnen broeden.
    onderzoek:Netwerk ecologische monitoring
    bescherming:Ned: Lijst van doelsoorten
    Ned: Flora en Faunawet
    Eur: Vogelrichtlijn
    Int: AEWA (bescherming trekvogels), Conventie van Bern, Conventie van Bonn

    Scholeksters leggen vier eieren, met een dag tussen elk ei. Vervolgens komen, 4 weken later, de kuikens ook één voor één uit. Wanneer er drie kuikens uitgekomen zijn, wordt het laatste ei niet meer uitgebroed en besteden de ouderdieren alle aandacht aan de kuikens.

    Nederlandse vogelbeschermingsorganisaties hebben 2008 uitgeroepen tot het 'jaar van de scholekster'. Omdat de Nederlandse populatie sinds 1990 met de helft is afgenomen verdient de soort extra aandacht. Die afname is lange tijd gecamoufleerd door het feit dat scholeksters flink oud kunnen worden. Een groot deel van de broedpopulatie bestaat nu uit senioren.

    De populatie scholeksters in het waddengebied

    Ten opzichte van 1930 is de populatie broedende scholeksters enorm gestegen. Rond 1995 broedden vijf à tien keer zoveel scholeksters in Nederland als 65 jaar daarvoor. Gemiddeld overwinterden in de jaren tussen 1966 en 1984 ruim 200.000 scholeksters in het Nederlandse deel van het waddengebied. Over een heel jaar kwamen er gemiddeld zo'n 145.000 exemplaren voor op het wad. Scholeksters eten ongeveer 225 gram schelpdiervlees per dag. Jaarlijks verorberden de scholeksters dus bij elkaar 11,9 miljoen kilo schelpdiervlees van het wad.

    Sinds 1995 gaat het weer slechter met de scholekster in het Nederlands deel van de Waddenzee. Lange tijd was dit nauwelijks waarneembaar omdat scholeksters lang leven: er liepen genoeg oudjes rond om te verhullen dat er niet zo veel jongen bijkwamen. Maar omdat deze vogels pas na vier jaar geslachtsrijp worden leidde dit wel tot een achteruitgang.

    Volgens Vogelbescherming Nederland komt deze achteruitgang door een gebrek aan voldoende kokkels en mosselen, veroorzaakt door de te intensieve schelpdiervisserij in de afgelopen decennia. Dat is te zien aan de verminderde aantal overwinterende vogels. Na 1995 nam het aantal met zo'n 30% af, van 200.000 tot 130.000 in 2003. Bij de midwintertelling in januari 2006 bleken er 10% minder scholeksters te overwinteren dan het jaar ervoor. De invloed van het stopzetten van de kokkelvisserij is hier nog niet merkbaar.

    IMARES onderzocht in 2007 de invloed van handmatige kokkelvisserij op de scholeksters in het waddengebied. Deze studie leidde tot het advies om de kokkelvisserij tijdens het broedseizoen niet toe te staan binnen 2 kilometer van de gebieden waar veel scholeksters hun voedsel zoeken. In kokkelarme jaren zou het verbod ook buiten het broedseizoen moeten gelden. Dit om ervoor te zorgen dat er in volgende jaren voldoende kokkels zijn voor vogels en visserij.

    Hokkers, wippers en soosvogels

    Jonge scholeksters worden gevoerd door de ouders. Scholeksters willen de afstand tussen foerageerterrein en nest zo klein mogelijk houden. Omdat alle scholeksters dit willen, geeft dit veel concurrentie. Deze rivaliteit wordt sinds 1984 door de Rijksuniversiteit van Groningen onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de scholekstermaatschappij drie verschillende klassen kent.

    De eerste en 'hoogste' klasse zijn de 'hokkers', vogels die hun nest op het foerageerterrein hebben. Bij laag water zijn deze scholeksters snel bij hun voedsel en kunnen hun jongen veel voedsel geven. De 'wippers' vormen de tweede klasse, zij broeden op de kwelder en moeten zo'n 500 meter pendelen tussen wad en nest. Om hun jongen net zo veel voedsel te kunnen brengen als de hokkers, zouden de wippers elke laagwaterperiode van 6 uur ruim een uur lang heen en weer moeten vliegen. Geen enkele wipper is daartoe in staat. De wippers ondervinden niet alleen maar nadelen van hun lagere rang. Omdat ze hoger op de kwelder broeden is de overstromingskans kleiner. Ook is de competitiedruk onderling veel lager. In strenge winters zijn het dan ook de hokkers die overleven, terwijl de wippers enorm in aantal achteruit gaan.

    Het hebben van een territorium is een voorwaarde om te kunnen broeden. Omdat er weinig plaats is en veel vogels, is de concurrentie tussen de scholeksters groot. De vogels die in deze concurrentie verliezen, hebben geen territorium en kunnen dus niet broeden. Deze laagste klasse zijn de 'soosvogels'. Tijdens hoogwater verzamelen deze dieren zich in grote groepen, de sozen.

    Gemiddeld duurt het vijf jaar voordat een soosvogel is opgeklommen tot wipper. Omdat hokkers met minder inspanning meer kuikens per jaar grootbrengen (gemiddeld 0,67 kuiken tegen 0,18 kuiken voor wippers), is de druk op hokkers erg groot. Zowel het mannetje als het vrouwtje verdedigen dan ook het territorium.

    Scholeksters, fouragerend - Foto van Salko de Wolf -

    Wist je dat.....

    .... scholeksters ook kwal eten? Vroeger dachten de vogelliefhebbers dat de scholeksters de kwalvlooien uit de kwallen plukten, maar een Texelse bioloog heeft op zijn dagelijkse fietstochtje langs de dijk duidelijk gezien dat een scholekster een kwal in stukken trok, de stukjes kwal schoonspoelde in een poeltje en ze vervolgens naar binnen werkte.

    Weblinks

    2008 Jaar van de scholekster:
    http://www.jaarvandescholekster.nl

    Namen:
    Ned: Scholekster (Bonte Piet, op Texel Lieuw)
    Eng: Oystercatcher
    Fra: Hußtrier pie
    Dui: Austernfischer
    Dan: Strandskade
    Nor: Tjeld
    Fries: Strânljip
    Ital: Beccaccia di mare
    Lat: Haematopus ostralegus