Rosse grutto | ![]() |
![]() De rosse grutto is kleiner dan de gewone grutto en een echte wadvogel. Ze broeden hoog in het noorden op de Siberische toendra's. Tussen half en eind juli vertrekken de vogels voor een tocht van 4300 kilometer. Ze hebben dan één tot anderhalve maand de tijd gehad om de kuikens groot te brengen. Via de wadden wordt de overwinteringsplaats Banc d'Arguin in Mauritanië bereikt. Eind april komen de rosse grutto's weer naar het noorden om bij te tanken op de wadden. Enkele weken later vertrekt de vogel weer noordwaarts. |
In de zomer is de rosse grutto veel roder dan de gewone grutto. Een ander verschil is de kromming van de snavel. Een gewone grutto heeft een rechte snavel, terwijl de rosse grutto een licht opgewipte snavel heeft. Het wijfje is groter dan het mannetje. Zij is minder fel gekleurd dan het mannetje.
Kuikens van een rosse grutto hebben het niet gemakkelijk. Zo gauw ze uit het ei gekropen zijn, zien ze hun moeder vertrekken naar warmere oorden. Vader grutto is iets zorgzamer. Hij verzorgt de kuikens tot drie weken nadat ze uitgekomen zijn, daarna vertrekt ook hij naar het zuiden. De jonge vogels nemen nog een week of wat de tijd om voldoende voorraden op te nemen en gaan dan hun ouders achterna. De reis naar de wadden wordt in enkele dagen, non-stop, afgelegd. De wadden fungeren als oplaadstation tussen de overwinteringsplaats en de broedplaats. Rosse grutto's moeten hier dan ook veel voedsel opnemen. Vrouwtjes eten graag zeepieren, terwijl de mannetjes zich richten op zeeduizendpoten en nonnetjes.
"Hoe rosser de grutto, hoe beter hij trekt", aldus Theunis Piersma. Piersma heeft onderzoek gedaan naar het trekgedrag van de rosse grutto. Tijdens de winter wordt in Afrika geruid. Vogels die laat aankomen en dus achter zijn op schema, kunnen dit inhalen door maar gedeeltelijk te ruien. Toch blijft er een achterstand zichtbaar. De uitgeruide vogels zijn meestal vetter en kunnen de reis naar Siberië ook beter aan.

Het waddengebied is voor de rosse grutto zo belangrijk dat de soort extra beschermd wordt via de Vogelrichtlijn van de EU. Nederland wordt via de richtlijn verplicht extra beschermde gebieden voor de soort in te stellen.
In de Waddenzee zijn er twee ondersoorten. De lapponica ondersoort (125.000 dieren) broedt in Noord-Scandinavië en brengt de winter door in West-Europa. De andere ondersoort, taimyrensis (700.000 dieren), broedt in Siberië en overwintert in de West-Afrikaanse getijdengebieden.
Namen:
Ned: Rosse grutto
Eng: Bar-tailed godwit
Fra: Barge rousse
Dui: Pfuhlschnepfe
Dan: Lille kobbersneppe
Nor: Lappspove
Fries: Hywylp
Ital: Pittima minore
Lat: Limosa taimyrensis, Limosa lapponica
Bron: de Vleet, Ecomare

