Roodkeelduiker | ![]() |
![]() Roodkeelduikers broeden in de buurt van plassen en binnenmeren in IJsland, Groenland, Schotland en Scandinavië. Daarna, in september, trekken ze naar de Noordzee om te overwinteren. Veel roodkeelduikers bevinden zich dan vlak voor de kust van Nederland, Duitsland en Denemarken. Kleinere aantallen kunnen voor de Britse kust gevonden worden. In april gaan de vogels weer terug naar hun broedgebieden. |
Het meest opvallende kenmerk van de roodkeelduiker is, naast de rode keel, de rode kleur van de ogen. In de zomer is de nek zwart-wit gestreept. Omdat de vogel diep in het water ligt kun je verder alleen de donkergrijze rug zien. In de winter is de vogel hoofdzakelijk grijs-wit gekleurd.
Een roodkeelduiker eet waterdieren zoals kreeftachtigen, vissen, slakken en amfibieën. De waterdieren worden onder water gevangen en gegeten. Alleen grote prooien worden meegenomen naar de oppervlakte.
Roodkeelduikers zijn zeer gevoelig voor olievervuiling. Een besmeurde vogel heeft geen overlevingskans, ook niet in een vogelopvangstation.
De roodkeelduiker is beschermd via de Vogelrichtlijn van de EU. De vogel komt in Nederland in de winter in zulke grote aantallen voor dat Nederland extra beschermde gebieden voor de soort moet instellen.
Namen:
Ned: Roodkeelduiker
Eng: Red-throated diver
Fra: Plongeon catmarin
Dui: Sterntaucher
Dan: Rødstrubet lom
Nor: Smilom
Fries: Lytse sédúker
Ital: Strolaga minore
Lat: Gavia stellata
Bron: de Vleet, Ecomare

