Roerdomp | ![]() |

De roerdomp leeft in dikke rietkragen langs moerassen en ondiepe plassen, zoals duinmeren. De vogel is moeilijk te zien. Hij leeft teruggetrokken en is bovendien goed gecamoufleerd. In het voorjaar is soms de baltsroep van de roerdomp te horen. Deze roep heeft nog het meeste weg van een misthoorn. Roerdompen leven van vis, amfibieën en insecten. Zo nu en dan worden ook moerasvogels als de kleine karekiet en het baardmannetje gegeten. Spitsmuizen en waterratten staan ook op het menu.
Roerdompen hebben tijdens het broedseizoen een territorium dat fel verdedigd wordt. Het mannetje lokt vrouwtjes in zijn territorium door middel van zijn baltsroep. Mannetjes die het wagen het gebied te betreden kunnen rekenen op een gevecht dat soms eindigt met de dood van één van de twee. De vogels gebruiken hun scherpe snavel als wapen. Ook andere indringers worden met de dolkachtige snavel aangevallen.
Bij gevaar strekken roerdompen zich tussen het riet helemaal uit, met de snavel omhoog. De kleuren van de veren vallen dan weg tegen die van het riet. Als het waait beweegt de vogel zelfs mee met het riet.
Namen:
Ned: Roerdomp, (Reiddomper (Friesland), Iperom (Overijssel), Rommeldoes (Limburg), Butoor, Domphoren (Noord-Brabant), Schuifuit (Noord- en Zuid-Holland))
Eng: Great Bittern
Fra: Butor etoilé
Dui: Rohrdommel
Dan: Rørdrum
Nor: Rørdrum
Fries: Reiddomp
Ital: Tarabuso
Lat: Botaurus stellaris
Bron: de Vleet, Ecomare
