De rivieren | ![]() |
![]() De Noordzee wordt door verschillende rivieren met water gevoed. Op het kaartje is aangegeven waar deze aanvoer vandaan komt. De voornaamste rivieren die van invloed zijn op de waterkwaliteit van de Noordzee zijn de Leie/Schelde vanuit België, het Rijn/Maas-systeem vanuit Frankrijk, Duitsland, België en Nederland, de Theems, de Humber en de Tyne vanuit Engeland en de Eems, de Elbe, de Weser en de Eider vanuit Duitsland. |
In Groot-Brittannië monden de Thames, de Humber en de Great Ouse uit in de zuidelijke Noordzee. Vanuit Frankrijk monden geen rivieren direct op de Noordzee uit, maar water uit de Seine en de Somme komt via het Kanaal wel de Noordzee binnen. In België is de Schelde van belang en in Nederland vooral Maas, Waal, Rijn en IJssel. Belangrijke rivieren die in het Duitse deel van de Noordzee uitmonden zijn de Ems, Weser en de Elbe. De aanvoer van zoet water naar de Noordelijke Noordzee komt voor ongeveer 1/3 deel op rekening van het door smeltwater afkomstig uit Noorwegen en Zweden. Enkele rivieren in het noorden van Groot-Brittannië monden ook uit in de Noordelijke Noordzee, van belang zijn vooral de Forth en de Tyne.
Behalve water worden door de rivieren ook slib, voedingsstoffen en verontreinigingen geloosd op de Noordzee en Waddenzee. De aanvoer van zoet water via de rivieren schommelt per seizoen en per jaar. Deze schommeling beïnvloedt het zoutgehalte van de Noordzee. De slibaanvoer via de rivieren is wat hoeveelheid betreft veel minder dan wat via de Atlantische Oceaan wordt aangevoerd. Echter het rivierslib evenals het water zelf is vaak flink verontreinigd met allerlei vervuilingen zoals zware metalen. Veel verontreinigingen bezinken in de monding van de rivier omdat de stroming afneemt en/of als gevolg van chemische reacties met in het zeewater aanwezige stoffen. Langzaam maar zeker komen deze verontreinigingen vanuit de monding en de kuststrook toch in de Noordzee terecht via de bijna altijd aanwezige onderstroom. Dit proces wordt plaatselijk versneld door het uitbaggeren van de waterlopen, waarna men de bagger stort op depots in zee.
| Aanvoer vervuilende stoffen via de Rijn naar de Noordzee
(in ton per jaar) | |||
| stof | aanvoer 1980 | aanvoer 2000 (% van 1980) | reductie |
| cadmium | 18 | 5,5 (31%) | 69% |
| koper | 500 | 240 (48%) | 52% |
| lood | 320 | 150 (47%) | 53% |
| zink | 2000 | 810 (41%) | 59% |
| PCB's | 0,22 | 0,08 (36%) | 64% |
| PAK's | 2,1 | 2 (95%) | 5% |
| bron: directie Noordzee 2003 | |||
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de aanpak van de cadmium- en PCB-vervuiling het grootste succes heeft gehad. Koper en PAK's blijven moeilijke stoffen en de overige zware metalen nemen een gemiddelde positie in.
Weblinks
Gegevens over de kwaliteit rivierwater:
http://www.trendsinwater.nl/
http://www.aqualarm.nl/
Website van de internationale Rijn-commissie:
http://www.iksr.org/.
Informatie en schema's:
http://www.deltawerken.com/Het-rivierkleilandschap/37.html
Stroomgebied van het Nederlands deel van het waddengebied:
http://www.mfgroningen.nl/stroomlijnenb.pdf
Bron: de Vleet, Ecomare

