Quotering | ![]() |
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw daalde, door modernisering van de vissersvloot en de verbetering van vistechnieken, de stand van een aantal vissoorten, zoals de haring en meer recentelijk de kabeljauw, aanzienlijk. Om de visstand in de Noordzee op peil te houden, zijn vangstquota ingesteld voor de belangrijkste vissoorten. Deze quota worden op Europees niveau vastgesteld op basis van adviezen van de visserijbiologen. De Nederlandse quota worden via het Biesheuvel-systeem door de vissers zelf beheerd.
Total Allowable Catch (TAC)
In Europees verband wordt ieder jaar, per belangrijke vissoort, de Total Allowable Catch (TAC) bepaald. Dat is de totale hoeveelheid vis die er door de Europese vissers mag worden gevangen. Per land wordt dan vervolgens afgesproken welk deel van de TAC ieder land mag opvissen, het zogenaamde vangstquotum. De EU-lidstaten stellen zelf de voorschriften vast voor het gebruik van en de controle op de hun toegewezen hoeveelheid. Vangstquota kunnen door landen onderling worden geruild.
Tot dusver stellen de visserijbiologen de visstand vast en geven zij op basis daarvan adviezen voor de TAC's aan de Europese Commissie. Maar vissers komen tot heel andere getallen van hoeveelheden rondzwemmende vissen en willen hierover graag overleg hebben met de biologen. Sinds 2007 varen daarom geregeld vissers mee met de onderzoekssschepen.
Op de visserijregels is veel kritiek, ook van de vissers zelf. Vissoorten zwemmen niet apart in zee in de gewenste quota rond. Vissers die bijvoorbeeld op tong vissen zitten vaak met ongewilde bijvangstenkabeljauw verlegen die de toegestane hoeveelheid overschrijden. Die extra kabeljauw gaat dus dood terug in zee of wordt misschien op zee verhandeld. Bovendien worden onder druk van vissers en bijbehorende belangengroepen de quota vaak hoger gesteld dan goed is voor de visstand. Verder is het instellen van visquota niet bedoeld als milieumaatregel, maar om de visserij op lange termijn van vis te voorzien. Het beleid richt zich maar op een beperkt aantal vissoorten, niet op het Noordzee-ecosysteem als geheel. De praktijk laat tot slot al jaren zien dat de EU-visserijregels op grote schaal worden overtreden.
Sterk wisselende vangstquota
De quota voor één soort kunnen sterk verschillen per jaar. Zelfs binnen een jaar worden de cijfers wel eens veranderd. Dit maakt het voor de vissers moeilijk om plannen te maken. Hoe kan je nu verstandig investeren wanneer je niet weet of je over twee jaar nog wel op die soort mag vissen?
De Europese Commissie stelde bijvoorbeeld eind 1996, voor schol voor Nederland, een vangsthoeveelheid van 77.000 ton voor. Dat vond minister Van Aartsen, gezien het advies van de biologen, wel erg laag en Commissaris Bonino van de Europese Commissie kwam de bewindsman dan ook tegemoet met nog eens 3000 ton. Eind september bleek de eerdere inschatting van de biologen zo ongelukkig te zijn geweest, dat de hoeveelheid zonder veel discussie werd verhoogd naar 91.000 ton. Dat was 18% hoger dan het aanvankelijke voorstel van 77.000 ton. De vissers, die toen nog een maand of drie te gaan hadden, konden hun plannen toen nog maar heel moeilijk wijzigen, met als gevolg dat een fel bevochten quotum uiteindelijk niet eens kon worden opgevist. Die verhoging naar 91.000 ton werd nog geen twee maanden later - in november - echter weer naar beneden bijgesteld tot 82.000 ton voor 1997. Maar omdat de hoeveelheid van het vorige jaar niet helemaal werden opgevist kwam daar weer 1300 ton bij. In 2005 werden de quota voor schol en tong niet volgevist en van wijting werd zelfs maar de helft opgevist. Dit werd veroorzaakt door de hoge brandstofprijzen, waardoor de vissers direct naar de visgronden voeren en eventuele extra kilo's buiten de visgronden lieten liggen. De Europese commissie kondigde in 2006 aan dat de quota voor tong en schol de komende jaren tot de helft van de huidige quota zullen dalen.
Bij haring is zoiets soortgelijks gebeurd: hier veranderde de TAC van 440.000 naar 313.000 ton eind 1995, deze hoeveelheid werd in 1996 gehalveerd; nog geen jaar later kwam er weer een verhoging met 100.000 ton naar 254.000 ton. Dit zijn grote fluctuaties; vissers kunnen hun activiteiten niet meer plannen en spreiden, iets wat vanuit een oogpunt van prijzen heel belangrijk is.
Deze manier van werken leidt er niet toe dat visbestanden duurzaam worden geëxploiteerd. Geleidelijk worden er daarom meerjarenplannen opgezet, die ervoor moeten zorgen dat visbestanden waar het slecht mee gaat, niet verder achteruit gaan en dat visbestanden waar het minder slecht mee gaat, op peil blijven. Bij het vaststellen van de TAC's zal in de toekomst rekening worden gehouden met de doelstellingen uit de meerjarenplannen.
Overzicht van de TAC's en Nederlandse vangstquota (in tonnen)
| vissoort | gebied | TAC
2007 | NL quotum
2007 | TAC
2008 | NL quotum
2008 |
| haring | Noordzee | 341063 | 62900 | 201227 | 36908 |
| schol | Noordzee | 50261 | 18901 | 49000 | 18414 |
| makreel | Westelijke wateren | 422551 | 23786 | 385366 | 21719 |
| tong | Noordzee | 15020 | 11226 | 12800 | 9563 |
| kabeljauw | Noordzee | 19957 | 1914 | 22152 | 2125 |
| wijting | Noordzee | 23800 | 1637 | 17850 | 918 |
| horsmakreel | Westelijke wateren | 137000 | 46891 | 170000 | 58102 |
Overzicht van TAC's (in tonnen) voor industrievis-soorten.
| vissoort | gebied | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 |
| sprot | Noordzee+ | 257000 | 282700 | 175000 | 195000 |
| kever | Noordzee+ | geen TAC | geen TAC | geen TAC | geen TAC |
| Zandspiering | Noordzee+ | 660960 | geen TAC | geen TAC | geen TAC |
| Bron: http://ec.europa.eu/fisheries/publications/
Noordzee+ = Noordzee en Europees deel van het zeegebied ten noorden daarvan. | |||||
Voor zandspiering is voor het laatst in 2005 een TAC vastgesteld. Sindsdien worden er voor deze soort en voor kever alleen quota vastgesteld voor de industrievis die de EU vloot in de Noorse wateren mag vangen, en voor de hoeveelheid die de Noorse vloot in de EU-wateren mag vangen.
Plannen voor quotering van nieuwe soorten
Sinds 1998 heeft de EU-Visserijraad de vangstquota voor tien tot dan toe ongequoteerde vissoorten vastgesteld. Dit is als voorzorgsmaatregel gedaan; het wordt nodig geacht om de historische vangstrechten veilig te stellen met het oog op de toetreding van lidstaten als Spanje en Zweden.
TAC's en vangstquota voor nieuwe soorten
| vissoort | gebied | TAC
2007 | NL quotum 2007 | TAC
2008 | NL quotum 2008 |
| schar en bot | Noordzee+ | 17100 | 10594 | 18810 | 11654 |
| tongschar en witje | Noordzee+ | 6175 | 767 | 6793 | 843 |
| schartong | Noordzee+ | 1479 | 19 | 1597 | 21 |
| zeeduivel | Noordzee+ | 11345 | 303 | 11345 | 303 |
| tarbot en griet | Noordzee+ | 4323 | 2401 | 5263 | 2923 |
| roggen en vleten | Noordzee+ | 2190 | 314 | 1643 | 236 |
| Bron: http://ec.europa.eu/fisheries/publications/ | |||||
In de afgelopen decennia zijn zeker zestig schepen van de Nederlandse kottervloot omgevlagd. Dit houdt in dat Nederlandse vissersboten verkocht worden aan buitenlandse, veelal Britse, bv's. Om geheel aan de regels te voldoen, is de schipper Brit, maar voor het overige blijft de boot in Nederlandse handen. De vissersboot meert bovendien minimaal acht maal per jaar aan in een haven in Groot-Brittannië, een tweede voorwaarde volgens de Britse regelgeving. Het omvlaggen is legaal.
Weblinks
Overheidsinformatie over visserij:
http://europa.eu/pol/fish/index_nl.htm
Overzicht van TAC's en quota op website Europese Unie
http://ec.europa.eu/fisheries/publications/
Bron: de Vleet, Ecomare
