Phaeocystis (schuimalg) | ![]() |

Op het strand liggen regelmatig grote vlokken gelig schuim. Vooral in bij harde wind in voor- en najaar ontstaan hele banken van schuim. Het schuim ontstaat omdat de gelatinelaag waarin de bruine schuimalg Phaeocystis globosa leeft, door de golven wordt opgeklopt.
De bruine schuimalg Phaeocystis globosa is een eencellige soort die zowel als losse cellen als in een kolonie kan leven. In het laatste geval zijn de losse cellen in een gelatinelaag ingebed. Deze gelatinelaag bestaat uit eiwitten die vrijkomen als de algen afsterven en door de golven kunnen worden opgeklopt. De wind blaast de luchtige vlokken vervolgens naar het strand. De algen komen tot bloei als de leefomstandigheden gunstig zijn met veel voedingsstoffen en licht. Als de omstandigheden minder gunstig worden, of bijvoorbeeld virussen de kop op steken, kunnen de algen massaal afsterven. Dan ontstaan grote hoeveelheden schuim die wel smerig maar niet gevaarlijk zijn.
Phaeocystis is een eencellige alg. Phaeocystis-cellen kunnen kolonies vormen. De losse cellen zijn met het blote oog niet te zien, de kolonies wel. Bij kolonies van Phaeocystis-cellen liggen de losse cellen in een soort gelatinelaag ingebed. De kolonies zijn in staat om overdag een deel van het bij fotosynthese gevormde organische materiaal tijdelijk op te slaan in deze slijmlaag. 's Nachts kunnen de cellen dan van deze energievoorraad profiteren. Dit mechanisme maakt het de cellen mogelijk ook 's nachts te groeien, zonder dat ze energiereserves in de cel hoeven op te bouwen. Verder beschermt het slijm de alg tegen begrazing. Het lijkt erop dat deze voordelen Phaeocystis tot een succesvolle fytoplanktonsoort heeft gemaakt.

Bij het afsterven van de Phaeocystis-bloei kloppen de golven de gelatine-laag op tot schuim, dat vervolgens in grote hoeveelheden door de wind op het strand wordt geblazen. Het afsterven begint doordat er te weinig licht is of omdat de nutrienten die de algen nodig hebben op beginnen te raken en de algen daardoor verzwakken. Ook virussen kunnen voor afsterving van algencellen zorgen, zowel van groeiende als van minder goed groeiende cellen. Grote Phaeocystis-kolonies (zie links op foto) ontsnappen de dans, mogelijk omdat hun slijmlaag (mucus) een barrière vormt tegen de virussen. Vooral kleine kolonies en losse cellen moeten het ontgelden. De virussen vermenigvuldigen zich eerst in de cel en laten dan de cel kapot laten springen (zie foto). De inhoud van de kapotte cellen is een goede voedingbron voor bacteriën. Op het NIOZ op Texel wordt momenteel onderzoek aan gedaan aan de relatie tussen de schuimalgen, virussen en bacteriën. In het zeewater van de Noordzee en Waddenzee kunnen tot 10 miljard virussen per liter voorkomen. Voor mensen zijn ze echter niet gevaarlijk.
Vanaf de jaren zeventig steeg de hoeveelheid Phaeocystis in de Atlantische Oceaan en de Noordzee als gevolg van overbemesting. Vanaf de jaren tachtig veranderde daar niet veel aan. Door het gebruik van fosfaatvrije wasmiddelen nam wel de concentratie fosfaat in het water af, maar niet de hoeveelheid stikstof. Door bemesting van landbouwgebieden komt nog steeds een grote hoeveelheid nitraat en ammoniak in het water terecht.
Namen:
Ned: Schuimalg
Lat: Phaeocystis globosa
Eng: Foam algae
Dui: Schaumalge (Gallertalge)
Dan: Skumalger
Weblinks:
Veel informatie over
Phaeocystis:
http://www.keesfloor.nl/artikelen/zenit/roodtij/
Informatie over virussen in water:
http://www.kennislink.nl/web/show?id=75084&showframe=content&vensterid=811
Overzicht van 20 jaar aandacht voor eutrofiëring en algenbloei:
http://www.rikz.nl/home/NL/Publicaties/zoutkrant.html#Uitgave%20nr%204,%20december%202007
Bron: de Vleet, Ecomare
