Parelmoervlinders | ![]() |

Parelmoervlinders danken hun naam aan de zilverglanzende, parelmoerachtige vlekjes op de onderkant van de achtervleugels. De bovenkant van de vleugels is oranjebruin met zwarte vlekken. Alle parelmoervlinders zijn zeldzaam, maar in de duinen is de kans toch nog vrij groot om ze te zien. Het zijn goede vliegers, die in snelle vlucht over het duin vliegen. Favoriete nectarplanten zijn koninginnekruid, slangekruid en akkerdistels. Het duinviooltje is de waardplant van deze vlinders. Ze warmen zich met geopende vleugels op windbeschutte, zonnige zuidhellingen op.
De duinparelmoervlinder (boven) komt vooral op de waddeneilanden en de brede duinen van Noord-Holland voor. Hij heeft maar één generatie per jaar en vliegt in juni en juli.

De kleine parelmoervlinder (links) komt algemeen voor, met uitzondering van Zeeland. Er zijn drie generaties per jaar. De soort bezoekt graag de blauwe zeedistel. In de Vlaamse duinen is de soort met uitsterven bedreigd. Van de zeldzame grote parelmoervlinder (rechts) is het voorkomen vrijwel beperkt tot de waddeneilanden. Er is één generatie.
Namen:
Ned: Kleine parelmoervlinder
Lat: Issoria lathonia
Dui: Kleiner Perlmutterfalter
Eng: Queen of Spain fritillary
Fr: Petit nacré
Namen:
Ned: Duinparelmoervlinder
Lat: Argynnis niobe (Fabriciana niobe)
Dui: Mittler Perlmutterfalter
Eng: Niobe fritillary
Fr: Nacré mat
Namen:
Ned: Grote parelmoervlinder
Lat: Argynnis aglaja (Mesoacidalia aglaja)
Dui: Grosser Perlmutterfalter
Eng: Dark green fritillary
Fr: Grand nacré
Bron: de Vleet, Ecomare
