Parasieten bij vissen en andere zeefauna | ![]() |

Een parasiet is een organisme dat eenzijdig voordeel haalt uit een ander organisme waar hij op of in leeft: zijn gastheer. De overgang tussen symbionten (bijvoorbeeld de zeerasp op de heremietkreeft), parasieten en veroorzakers van ziekten (zoals sommige bacteriën, schimmels en eencelligen) is soms klein. Meercellige parasieten, zoals lintwormen, snoerwormen, inwendige- en uitwendige zuigwormen en nematoden (spoelwormen) kunnen zich via de voedselketen, na een aantal tussengastheren, ophopen in hun uiteindelijke gastheer. Ook sommige kreeftachtigen zijn parasieten, bijvoorbeeld de kieuwparasieten bij vissen. Mensen lopen weinig kans besmet te raken met parasieten uit de Noordzee.
Parasieten worden onderverdeeld in de epiparasieten en de endoparasieten. Epiparasieten leven op hun gastheer, endoparasieten leven in het lichaam van hun gastheer. Voorbeelden van epiparasieten zijn parasiterende kreeftachtigen op vissen, zeeprikken op andere vissen, het krabbenzakje op strandkrabben en de walvisluis op bruinvissen. Lintwormen, snoerwormen, in- en uitwendige zuigwormen (platwormen) en nematoden zijn endoparasieten. Twee voorbeelden van nematoden zijn de kabeljauwworm en de haringworm.
Bron: de Vleet, Ecomare
