Home

Zoeken

Zoek in 6527 artikelen


    Ecologie van paddenstoelen

    Paddenstoelen in de spelen in de ecologie van duinen en bosgebieden een belangrijke rol als afbrekers van plantaardig materiaal. De bouwstoffen komen na afbraak weer ter beschikking aan dieren en planten. Verder leveren veel soorten paddestoelen bepaalde chemische stoffen aan de planten die in de buurt groeien. Dat doen ze in ruil voor voedingsstoffen. Aan de hand van de relatie met hun gastheer kun je paddenstoelen indelen in drie groepen: de opruimers (saprofyten), de parasieten en de samenwerkers: mycorrhiza-symbionten.

    Saprofyten

    Rutstroemia, voorbeeld van een saprofiet - Foto van Sytske Dijksen - © Foto Fitis: - www.fotofitis.nl -

    De meeste soorten paddenstoelen zijn saprofyten. Zij leven van de afbraak van dood organisch materiaal. Dat kan van alles zijn: hout, bladeren, naalden, en mest. Soms groeien ze op dierlijke resten zoals veren, haren, hoeven en nagels. Als paddestoelen hout verteren wordt het zacht en vezelig of brokkelig, en er komt veel water bij vrij.

    Parasieten

    Rupsendoder op pop van een grote nachtvlinder - Foto van Sytske Dijksen - Deze soorten staan op levende bomen of andere planten, en halen daar hun voedingsstoffen uit. Ze geven er niks voor terug. Als de gastheer sterft, kan een parasiet nog enige tijd doorleven, en wordt dan een saprofyt. In de regel kunnen gezonde bomen met gemak de parasieten van zich afhouden. Een zieke of verzwakte boom kan dat niet, en dan slaat de parasiet toe. Sommige soorten, zoals de honingzwam en de dennemoorder, kunnen vanuit een geïnfecteerde boom gezonde bomen aanvallen. Deze soorten hebben het makkelijk als er allemaal bomen van een soort naast elkaar zijn geplant. Er bestaan ook parasieten op andere paddenstoelen. Een apart geval is de rupsendoder. Deze zwam groeit op ingegraven poppen van grote nachtvlinders.


    Rupsendoder; een vrij zeldzame parasiet op vlinderpoppen

    Mycorrhiza-paddenstoelen

    Mycorrhiza-paddenstoelen groeien met hun schimmeldraden tussen de wortels van levende bomen of andere planten. De zwam levert de plant mineralen en sporenelementen en krijgt er brand- en bouwstoffen (koolhydraten) van de boom. Beide hebben daar voordeel van. Veel mycorrhiza-soorten hebben een uitgesproken voorkeur voor één boomsoort: De kaneelkeurige melkzwam staat altijd onder eiken. De grijsgroene melkzwam staat altijd onder beuken. Andere soorten zijn minder kieskeurig, bijvoorbeeld de geelwitte russula, de rodekoolzwam en de aardappelbovist. Die doen het met alle soorten bomen.