Nieuw-Zeelandse pok | ![]() |

Deze zeepok heeft drie Nederlandse namen, die samen goed weergeven waar deze soort vandaan komt en hoe hij eruit ziet. Het dier komt van oorsprong uit Nieuw-Zeeland. Na de Tweede Wereldoorlog is deze pok op Britse oorlogsschepen naar Europa meegekomen. Het dier heeft vier zijplaten, in tegenstelling tot de gewone zeepok die er zes heeft. De zijplaten zien er samen uit als een symmetrisch kruis, of vierpuntige ster.
Kenmerken
| afmetingen: | tot 10 millimeter in doorsnede |
| kleur: | grijs-wit tot grijs |
| voedsel: | plankton |
| vijanden: | wormen, slakken, sommige zeesterren en vissen |
| voortplanting: | geslachtelijk |
Verspreiding en habitat
Deze zeepok komt tegenwoordig zeer algemeen voor langs de hele Nederlandse kust, van de getijdenzone tot op stenen net boven de hoogwaterlijn. De Nieuw-Zeelandse pok kan goed tegen troebel water. Hij leeft het liefst op beschutte plekken waar het niet heel hard stroomt.
Namen:
Ned: Nieuw-Zeelandse pok (ridderkruispok, sterretje)
Lat: Elminius modestus
Eng: zie Latijnse naam (New Zealand barnacle)
Dui: Australische Seepocke
Weblink
De Nieuw-Zeelandse pok als nieuwkomer in de Belgische wateren:
http://www.vliz.be/vmdcdata/nonindigenous/pdf/nl/106209.pdf
Bron: de Vleet, Ecomare
