Natuur op Texel | ![]() |
Ongeveer éénderde van het oppervlak van Texel is beschermd natuurgebied. Daarnaast komen ook in het cultuurgebied vele bijzondere planten en dieren voor. Vrijwel jaarlijks worden nieuwe soorten waargenomen.
De volgende Texelse natuurgebieden komen in de Vleet aan bod: de Razende Bol (Noorderhaaks), de Hors, de Mokbaai, het Texelse strand, de Geul, de Horsmeertjes, de Moksloot, de duinen tussen De Koog en Den Hoorn (met de Bollekamer, de Westerduinen, de Seetingsnollen, de Bleekersvallei), de Dennen, het Alloo, de Muy, de Korverskooi, de Slufter, de Eierlandse Duinen, de Hanenplas, de oude kwelderkreken in polder Eijerland, de Texelse wadkust, de Schorren, Drijvers Vogelweid de Bol, Waal en Burg, Zandkes, Dijkmanshuizen, de Hoge Berg, Ceres en enkele andere kleine natuurreservaten aan de zuid-oostkust van het eiland. Een belangrijk deel van het Texels duingebied is een Nationaal park.
De Noordzee

Texel grenst aan de westkust aan het grootste natuurgebied van Nederland, de Noordzee. Voor de bezoeker van het eiland geeft de zee haar rijkdommen vooral prijs in de vorm van aanspoelsels op het strand. Daarbij gaat het niet alleen om schelpen, maar bijvoorbeeld ook om bijzondere wieren en nu en dan om spectaculaire dode zeedieren, zoals bruinvissen en witsnuitdolfijnen. De levende zeenatuur komt naar de kust in de vorm van rust zoekende zeehonden en trekkende en foeragerende vogels.
Kwelders rond Texel
Kwelders zijn buitendijkse stukken land die alleen bij extreem hoog water overspoeld worden. Er groeien alleen maar planten die tegen dit zoutbad kunnen en dat levert een unieke
vegetatie op. In de nazomer zien de kwelders paars van de
lamsoor. De grootste buitendijkse kwelder op Texel is de
Schorren, ten noordoosten van Oosterend. De
Slufter is nog groter en eveneens begroeid met kweldervegetatie, maar ligt niet echt buitendijks. Kleine stukjes kwelder zijn te vinden langs de rand van de
Mokbaai, in de buurt van de TESO-haven, en ten noorden van de Cocksdorp. |
Wadden rond Texel

Ten noorden van Oost begint het echte waddenlandschap. Het wad tussen Texel en Vlieland is relatief rustig zodat er veel zeehonden en wadvogels te vinden zijn. Wadverkenningen zijn mogelijk vanaf de Krassekeet (bij Oost) en de Cocksdorp, maar het is verboden om zonder deskundige begeleiding het wad op te gaan.
De Texelse duinen
Als gevolg van de ontstaansgeschiedenis van Texel zijn er op het eiland grofweg vier verschillende soorten duingebied te onderscheiden. Van noord naar zuid zijn dat de oude Eierlandse duinen, het jonge duingebied ten zuiden van de Slufter, de oude duinen tussen de Koog en Den Hoorn en de jonge duinen van de Hors. De diversiteit aan duinvormen en -vegetaties en de natuurlijke rijkdommen die er mee gepaard gaan, waren argumenten om van het gehele gebied een Nationaal Park te maken.
De Eierlandse duinen in het noorden zijn oud en kalkarm. Er is een grote variatie aan natte en droge duingraslanden, waarin ook veel mossen en korstmossen een plekje vinden. De duinen worden begraasd met schapen en paarden.
Ten zuiden van de Slufter ligt ter hoogte van het vroegere zeegat tussen Texel en Eierland een gebied van jonge duinen, vogelrijke graslanden en dammen. In de kern van dit gebied ligt het reservaat de Muy, bekend om zijn lepelaar- en aalscholverkolonies. Westelijk daarvan ligt de jonge duinvallei de Buitenmuy, waar de kenners in het seizoen de nodige orchideeën zullen aantreffen.
Tussen de Koog en Den Hoorn liggen de oude duinen van het oorspronkelijke Texel. De duinen zelf zijn relatief hoog. In de jongste, meeste westelijke valleien groeit veel duindoorn. In de beschutte oostelijke valleien groeit veel heide. Nog verder naar het oosten gingen de duinen over in het landschap van de uitgestoven, schrale mientgronden. Door de aanleg van de Dennen heeft dit landschap een heel ander karakter gekregen.
Ten zuidwesten van Den Hoorn ligt het jongste duinlandschap dat ontstaan is nadat de zandplaat Onrust rond 1900 aan Texel vast groeide. Dit leidde tot de vorming van de Hors, waar het proces van duinvorming op de voet te volgen is, en van de Geul, een indrukwekkende vallei met een lepelaarkolonie en veel botanische bijzonderheden.
Bos op Texel

Texel heeft één groot bos en enkele kleinere. Het grote bos is de Dennen, begin vorige eeuw aangelegd op de oostelijke duinen en mientgronden tussen Den Hoorn en De Koog. Men wilde de achterliggende landbouwgronden beschermen tegen stuifzand en bovendien naaldhout produceren voor de mijnbouw. Tussen de bospercelen liggen weilanden, speelweiden en open natuurgebieden. Voorbeelden van de kleinere bosjes zijn het Krimbos bij de Cocksdorp en het Doolhof op de Hoge Berg, beide aangelegd voor de recreatie.
De Texelse stuwwal

Tussen het Klif in den Hoorn en het dorpje Oost strekt zich een glooiend landschap uit. Het is een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd. Ten zuidoosten van Den Burg is de wal het breedst en zijn de heuvels het hoogst, met de Hoge Berg als toppunt. Dit stuk van Texel kent de langste bewoningsgeschiedenis. In het landschap zijn nu vooral veel cultuurhistorische monumenten uit de afgelopen drie eeuwen te zien: tuinwallen, drinkputten, schapenboeten en oude stolpboerderijen.
De oude polders

Rond 1300 was Texel op zijn kleinst. De zee had alle veenpaketten rond het eiland weggeslagen. Maar vanaf die tijd zijn de Texelaars kleine stukjes kwelder in gaan dammen, te beginnen bij de Koog. Later ontstonden ook poldertjes rond de Texelse stuwwal. De grootste oude polder is Waal en Burg, die in 1610 werd ingedijkt. De westelijke oude polders zijn bedekt met stuifzand, wat de grond geschikt maakt voor de bollenteelt. De overige oude polders worden vooral gebruikt voor de weidebouw.
Veel percelen liggen laag en zijn daarom te nat voor intensieve beweiding. Hier zijn de omstandigheden voor weidevogels zeer gunstig, zoals goed te zien is in Waal en Burg, Dijkmanshuizen en Büttikofers Mieland.
De nieuwe polders

Rond 1830 waren de kwelders ten noorden en zuiden van het oude land van Texel zo groot geworden dat ze konden worden ingepolderd. De polders Eijerland, Prins Hendrik, de Eendracht en het Noorden kwamen in de loop van 70 jaar tot stand en gaven Texel zijn huidige vorm. In deze jonge polders is de verkaveling grootschalig en meestal rechthoekig. De boerderijen in het open landschap zijn meestal omgeven met geriefhoutbosjes. Veel percelen zijn geschikt voor akkerbouw of de teelt van vollegrondsgroente.
De brakke inlagen
Aan de binnenkant van de Texelse waddendijk ligt een reeks van gebiedjes waar veel zout water onder de dijk door omhoog kwelt. Dit maakt de grond ongeschikt voor landbouw, maar des te interessanter voor natuurliefhebbers. De
brakke omstandigheden zorgen bijvoorbeeld voor de vis- en vogelrijkdom van de
Roggesloot, de orchideeënweiden van de
Bol en prima foerageer- en broedgelegenheden voor
sterns en
kluten in het
Waagejot,
Ottersaat, de
Petten en 't Stoar. |
Planten op Texel
De verschillende natuurgebieden op het eiland herbergen allemaal een kenmerkende flora, die verderop in dit hoofdstuk per gebied beschreven wordt. Op de stranden en strandvlaktes zijn bijvoorbeeld biestarwegras en zeepostelein (de eerste duinvormers) te vinden. In de zeereep groeien helm, blauwe zeedistel en zeeraket. Verderop in het duin, in de jonge duinvalleien, groeien veel zeldzame planten, zoals parnassia, gentianen en orchideeën. De oudere duinen zijn voor een belangrijk deel met heide begroeid, of bebost. In de Mokbaai, de Slufter en de op de Schorren groeit een typische kweldervegetatie, met bijvoorbeeld zeekraal en lamsoor als kenmerkende soorten.
Insecten en spinnen op Texel
Tijdens een insectentelling op Texel in juni 2005 werden maar liefst 1117 soorten waargenomen. In totaal zijn er nu 81 soorten spinnen bekend, 543 soorten kevers, 279 soorten wantsen en 424 soorten vlinders. Op de teldag werden ook nieuwe soorten roofvliegen en zweefvliegen gevonden, vier soorten kakkerlakken, zeggesteekmieren die alleen uit Limburg bekend zijn en een watermijt. Het eiland bezit een speciaal insectenreservaat, de zandkuil.
Weblink
De website van de Vogelwerkgroep Texel met daarop de meest recente waarnemingen:
http://home.planet.nl/~witte005/
Bron: de Vleet, Ecomare


Aan de binnenkant van de Texelse waddendijk ligt een reeks van gebiedjes waar veel zout water onder de dijk door omhoog kwelt. Dit maakt de grond ongeschikt voor landbouw, maar des te interessanter voor natuurliefhebbers. De