Mosselzaadvisserij | ![]() |

In het voorjaar legt een mossel miljoenen eieren. De larven zweven eerst vrij in het plankton en vestigen zich, als ze niet worden opgegeten, op een geschikte plek. Als ze zijn uitgegroeid tot een mosseltje van één tot twee centimeter spreekt men van mosselzaad. Ten behoeve van de mosselcultuur wordt zowel in de Zeeuwse wateren als in de Waddenzee gevist op dit mosselzaad. Het zaad wordt later weer uitgezet op percelen waar de mosselen verder kunnen opgroeien. De korren van de zaadvissers schrapen over de wadbodem en belemmeren zo volgens natuurbeschermers de opbouw van natuurlijke mosselbanken.
De mosselzaadvisserij vindt in principe tweemaal per jaar plaats, in het voor- en najaar. Die in het voorjaar is over het algemeen het belangrijkste. Men vist dan 3 tot 5 weken lang. In het najaar duurt de visperiode slechts enkele dagen. Vissers die de mosselzaadvisserij uitoefenen moeten in het bezit zijn van een speciale vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet. Voor de mosselzaadvisserij zijn een beperkt aantal vergunningen verstrekt. Per vergunning mag sinds 1991 slechts één vissersboot ingezet worden.
Een eind aan mosselzaadvisserij?
In 2005 en 2008 heeft de Raad van State geoordeeld dat het ministerie van LNV ten onrechte vergunningen voor de mosselzaadvisserij heeft verstrekt. De zaadvisserij op de wilde banken is namelijk in strijd met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Deze regelingen hebben een hogere status dan landelijke wetgeving en de mening van landelijke organisaties of wetenschappers.
De voorjaarsvisserij van 2008 ging niet door en ook de najaarsvisserij dreigde verboden te worden. Krantenkoppen spraken van een regelrechte oorlog tussen de mosselsector en de natuurbeschermers. Maar in oktober 2008 bereikten de partijen een akkoord. De natuurbeschermers beloofden daarin dat zij geen bezwarenprocedures meer zullen starten als de mosselsector in de periode 2008-2020 alles op alles zet om de zaadvisserij en de mosselcultuur om te vormen tot een natuurvriendelijke bedrijfstak.
Na het bereiken van het akkoord kon er in het najaar van 2008 toch op bescheiden schaal op mosselzaad worden gevist in de Waddenzee.
Een studie van Bruno Ens, werkzaam bij Sovon Vogelonderzoek Nederland, heeft bijgedragen aan de uitspraak van de Raad van State. Hij stelt dat de visserij zo intensief is dat er geen jonge mossels meer voor de vogels overblijven. Er zijn ook wetenschappers die betwijfelen of de mosselzaadvisserij wel zo slecht voor de natuur is. Onderzoeker Aad Smaal van Wageningen Imares (zijn leerstoel wordt mede betaald door de Coöperatieve Producentenorganisatie voor de Nederlandse mosselcultuur) stelt dat het zelfs wel eens gunstig zou kunnen zijn: "Met mosselkweek is er meer biomassa in zee en dus meer voedsel voor de vogels".
Nieuwe technieken om mosselzaad te oogsten

De mosselsector krijgt in de visie van het ministerie tot 2020 de tijd om zichzelf om te vormen tot een duurzame sector. Daarom worden er allerlei initiatieven ontwikkeld om op andere manieren aan mosselzaad te komen. Bij het Balgzand wordt sinds 2005 een nieuwe techniek getest om mosselzaad te oogsten. Met 17 grote staande netten met een oppervlakte van 330 vierkante meter elk werd mosselbroed ingevangen door het speciaal ontwikkelde ponton 'Kaatje Mossel'.

Een ander project is dat van Lenger Seafoods uit Harlingen in samenwerking met het RIVO, nu IMARES. In de Waddenzee zijn stalen korven van 4,5 meter hoog op palen uitgezet, 96 stuks in totaal. Rond elke korf zit ruim 300 meter touw gewikkeld, waar mossellarven zich aan kunnen hechten en uitgroeien tot mosselzaad zo groot als koffiebonen. Onderzoekers nemen elke twee weken monsters om te kijken op welk soort touw de mossels het beste groeien. Het proefproject duurde tot 2008.
Mosselen kweken
Het is ook mogelijk om mosselzaad vanaf het ei-stadium in een laboratorium te kweken. Proefprojecten draaien in Zeeland en op Texel, waar in grote bassins mosselzaad wordt gekweekt. In Frankrijk is men met de oesterkwekerij al verder: daar wordt 60-70% van het uitgezaaide oesterzaad geproduceerd in kwekerijen.
Bron: de Vleet, Ecomare
