Home

Zoeken

Zoek in 6438 artikelen


    Mossel

    Mossel, Mytilus edulis, Common mussel (blue mussel), Miesmuschel, Moule, Blimusling - Photo: Ecomare -

    Mosselen komen aan de Nederlandse kust veel voor. Ze graven zich niet in, maar zitten vastgehecht op stenen of schelpen. Kust- en wadvogels, zoals zilvermeeuwen en eidereenden, kunnen zich er bij laag water aan te goed doen. Mensen rapen de mosselen van natuurlijke bedden of kweken ze op banken in de Oosterschelde, de Waddenzee en de Grevelingen. Bij de commerciële teelt laat men mosselen op stokken, touwen of op kweekpercelen groeien.

    Mosselen komen aan de Nederlandse kust veel voor. Ze graven zich niet in, maar zitten vastgehecht op stenen of schelpen. Kust- en wadvogels, zoals zilvermeeuwen en eidereenden, kunnen zich er bij laag water te goed aan doen. Traditioneel werden mosselen van hun natuurlijke bedden geraapt. Nu worden ze meestal als jonge mossel (mosselbroed) opgevist en dan op banken in de Oosterschelde, Waddenzee of Grevelingen verder gekweekt. Steeds vaker worden drijvende objecten als stokken, touwen of netten gebruikt waar mossellarven zich op vastzetten. Het broed wordt dan verzameld door deze voorwerpen op te vissen. Dat maakt het vissen van broed een stuk eenvoudiger, en bodem en natuurlijke mosselbanken worden zo niet verstoord.

    Mosselen worden ongeveer 5 centimeter lang en hebben een zwart-blauwe tot bruinige kleur. Zij verzamelen voedseldeeltjes, voornamelijk plankton, op het met trilharen bedekte oppervlak van hun kieuwen. Het voedsel wordt met die trilhaartjes naar de mond vervoerd. In het voorjaar legt een mossel vele miljoenen eieren. De bevruchting vindt extern plaats. Na de bevruchting ontwikkelt zich binnen een paar dagen een larfje met schelpje uit de bevruchte eicel. Omdat het schelpje eruit ziet als een hoofdletter D, wordt het ook wel een D-larfje genoemd (zie foto). Het is dan ongeveer 100 micrometer (ééntiende millimeter) groot. Een paar dagen later heeft de D-larf een velum ontwikkeld: een zwem- en filtreerorgaan, waarmee het zich voortbeweegt door de zee en waarmee het geschikt fytoplankton uit het water filtreert. Na 2 à 3 weken is de jonge mossel klaar voor de metamorfose: het zwemorgaan verdwijnt en een voetje verschijnt.

    De jonge mossel heeft een harde ondergrond nodig, waar hij zich kan vastzetten met zijn hechtdraden, de zogeheten 'byssus'. Die harde ondergrond kan een rotsblok, een dijk, een paal, een wrak of een ander stuk zwerfvuil zijn. Ook bewoonde of lege schelpen (bijvoorbeeld van de strandgaper) bieden voldoende houvast. Strekdammen zijn vaak volledig begroeid met een laagje mosselbroed.

    Ontwikkeling van een mossel (van links naar rechts): Het eitje (diameter 0.05 mm) wordt bevrucht in het zeewater en gaat zich delen. Na een dag ontstaat er een trochofoor, een soort bolletje met trilhaartjes. Na een paar dagen is het een D-larve geworden (0.10 mm). Het larfje groeit en na een aantal weken (0.3 mm) plakt het zich vast iets hards, zoals andere schelpen, op wieren of op hout. - foto's: Iris Hendriks, NIOO, Yerseke -

    Mosselbanken zijn kwetsbaar

    Mosselbank - Foto Oscar Bos, Ecomare

    Stabiele oude mosselbanken zijn in het Nederlandse deel van de Waddenzee een zeldzaam verschijnsel. Vroeger was dat anders. In 1978 was er, verspreid over de Waddenzee, nog een oppervlakte van 4000 hectare aan stabiele mosselbanken. In 1997 was daar nog ongeveer 100 hectare van over.

    Natuurbeschermers wijten het verdwijnen van de oude mosselbanken vooral aan de intensieve zaadvisserij. De jonge natuurlijke mosselbanken worden twee keer per jaar bevist door mosselkwekers, die op zoek zijn naar ' mosselzaad'. Ze vissen de jonge mosseltjes op om ze uit te 'zaaien' op de kweekpercelen.

    Volgens de vissers waren de oude mosselbanken niet verdwenen vanwege de visserij, maar door stormen. Stormen kunnen grote invloed hebben op het voortbestaan van mosselbanken. Zo lag er eind 1994 volgens gegevens van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek voor 150.000 ton aan mosselen ten zuiden van Ameland. Begin 1995 lag er nog 100.000 ton. Maar na een storm begin maart was de hoeveelheid geslonken tot slechts 5000 ton, aldus het RIVO.

    Wisselende broedval

    Recente jaren met een goede broedval van mosselen waren 1994 (zeer goed), 1996, 1999, 2001 (zeer goed) en 2003. In 2005 was de broedval redelijk, en in alle tussenliggende jaren was de broedval slecht. In 1995 werden veel mosselbanken beschadigd tijdens een februaristorm. Vorstschade trad op in de strenge winters van 1996 en 1997.

    Namen:
    Ned: Mossel
    Lat: Mytilus edulis
    Eng: Common mussel (blue mussel)
    Dui: Miesmuschel
    Fra: Moule
    Dan: Blimusling

    Mossel - Foto van Sytske Dijksen, © Foto Fitis: - www.fotofitis.nl -

    Bron: de Vleet, Ecomare