Militaire oefenterreinen | ![]() |

In het internationale waddengebied liggen oefen- en schietterreinen voor de land- en luchtmacht, testgebieden voor militair materieel en gebieden voor laagvlieg- en luchtdoeloefeningen. De meeste activiteiten vinden plaats in het westelijk deel van het Nederlands waddengebied. De laatste tien jaar is er een vermindering van deze activiteiten en zijn enkele oefenterreinen opgeheven.
Nederlandse oefenterreinen

De Vliehors op Vlieland en de Marnewaard in het Lauwersmeergebied zijn de grootste militaire oefenterreinen van Nederland. Daarnaast wordt ook het zeegebied rond de Noorderhaaks gebruikt als schietrange vanuit het Zeefront bij Den Helder. De Mok op Texel is een amfibisch oefenkamp. Op Breezanddijk worden wapens getest. Een aanzienlijk deel van de oostelijke Waddenzee is aangewezen als laagvliegroute.
De militaire activiteiten staan op gespannen voet met de natuurbescherming. Vooral de geluidshinder als gevolg van de militaire activiteiten is een probleem. Bovendien heeft de regering via de tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT2) plannen om 2500 tot 3000 hectare militaire terreinen uit de Ecologische Hoofdstructuur te halen, o.a. de compagnie-oefenterrein Marnewaard. Dit betekent een onderbreking van aaneengesloten beschermde natuurgebieden. Al deze gebieden vallen buiten de Vogel- en Habitatrichtlijnen.
Staatsbosbeheer heeft in 2000 aangekondigd te gaan bekijken of een deel van zijn gebieden gebruikt kan worden voor militaire oefeningen. "Het gaat hierbij om beperkt militair gebruik onder strenge voorwaarden", aldus de directeur van Staatsbosbeheer. Hierdoor moet het makkelijker worden voor Defensie om militaire oefenterreinen aan Staatsbosbeheer over te dragen.
Noorderhaaks (de Razende Bol)
De Koninklijke Marine gebruikt de onbewoonde zandplaat Noorderhaaks ( de Razende Bol), ten westen van het Marsdiep, als schietgebied. Vanuit het zeefront van Den Helder wordt op de zandplaat geschoten.

In het Structuurschema Militaire Oefenterreinen is vastgelegd dat de Razende Bol voorlopig ter beschikking van Defensie zal blijven. De militaire oefeningen verstoren de dieren op de plaat. Ook blijft er nogal wat munitie op de plaat liggen, met daarin veel zware metalen. Evenals voor de recreanten is ook voor Defensie de westelijke helft van de plaat taboe.
De schiet-en landingsoefeningen zijn volgens een woordvoerder van het ministerie van Natuurbeheer gebaseerd op "oude rechten". Wel worden strikte afspraken gemaakt over wat wel en niet mag en is er jaarlijks overleg met Defensie. Binnen het af te sluiten gebied mag in elk geval geen schade worden aangericht en in de tijd dat de zeehonden hun jongen zogen mag er niet worden geoefend.
Zeefront
Dit zijn een aantal kleine oefenterreintjes, binnendijks bij Den Helder. Ze liggen net buiten de grenzen van het beschermde internationale waddengebied, maar de schietrange (de beveiligde zone) reikt tot in het beschermde waddengebied. Vanaf de kust wordt geschoten in de richting van de zandplaat Noorderhaaks.
Mokbaai
De Mokbaai op Texel bestaat uit een amfibisch oefenterrein met een militaire kazerne. De oefeningen met rubberboten, landingsvaartuigen en helicopters zijn beperkt tot werkdagen.
Breezanddijk
Dit testschietterrein is gelegen langs de Afsluitdijk, in het IJsselmeer. Dit is net buiten het internationale waddengebied, al veroorzaakt het testschietterrein wel in beperkte mate geluidshinder. Hier wordt de kwaliteit van wapensystemen en munitie van verschillende kalibers beproefd.
Vliehors

Op de Vliehors, de grote zandplaat aan de westkant van Vlieland, was tot april 2004 het Cavalerieschietkamp (CSK) van de landmacht gevestigd. De landmacht oefent er vooral met tanks. Ook de luchtmacht houdt hier al sinds 1956 oefeningen op momenten dat de landmacht niet oefent. Men oefent gemiddeld 180 dagen per jaar met bommen, raketten en boordgeschut van vliegtuigen. In het weekende zijn er geen oefeningen. In de periode van 1 maart tot 15 september mogen geen explosieven afgeworpen worden.

Op de Vliehors wordt met tankkanonnen en mitrailleurs richting Waddenzee geschoten op stilstaande doelen. In tegenstelling van de Marnewaard zijn hier geen kogelvangers. De onveilige zone, die zich uitstrekt over de Waddenzee, heeft een oppervlakte van 105 kilometer. Boven het gebied is de minimum vlieghoogte voor burgerluchtvaart 12 kilometer. Het kamp, het doelengebied en het onveilige gebied liggen allemaal binnen het gebied van de PKB Waddenzee.
De schietrange van de luchtmacht ligt op de westelijke punt van Vlieland en is op land 335 hectare groot. De onveilige zone is 3750 hectare en ligt grotendeels in het gebied van de PKB Waddenzee. Het beperkte vlieggebied is 68.900 hectare groot. De range wordt aangevlogen over de Waddenzee en Noordzee, vanaf de Afsluitdijk.
De straaljagers zorgen tijdens de oefeningen voor veel geluidsovelast. Ook is de bodem rondom de geschutsdoelen nogal vervuild. Zo werd rond een van de doelen op de Vliehors achthonderd kubieke meter grond aangetroffen die ernstig verontreinigd was met zware metalen en gechloreerde koolwaterstoffen. Het grondwater ter plekke bevatte onder meer cadmium en arseen.

Vooral de schiet- en bombardement-oefeningen in NAVO-verband veroorzaken veel overlast voor de bewoners van de Cocksdorp op Texel. Vanwege de protesten van "omwonenden" is vanaf 1995 het aantal wapenoefeningen met de zogeheten high explosives beperkt. Dat was de uitkomst van een gesprek tussen het Texelse college van burgemeester en wethouders met staatssecretaris Frinking van Defensie. De luchtmacht heeft verder beloofd oefeningen te concentreren in beperkte tijdsblokken, waarvan de bevolking van Texel tevoren op de hoogte wordt gesteld. De piloten mogen verder ook niet meer de zonegrens overschrijden. Deze ligt op één zeemijl (=1,85 kilometer) uit de laagwaterlijn van Texel. Piloten die deze grens overschreden hebben, zijn terug gestuurd naar hun basis.
Het gemeentebestuur van Texel zou het liefst de oefeningen op de Vliehors zo veel mogelijk beperken. Vanwege het toegenomen toerisme rond De Cocksdorp heeft de gemeente de staatssecretaris van Defensie gevraagd om de periode waarin niet geschoten mag worden te verruimen en de avondoefeningen af te schaffen. Volgens de staatssecretaris is het echter noodzakelijk om 's avonds te blijven oefenen en ook om in het hoogseizoen door te gaan met oefeningen. Texel heeft de indruk dat de laatste jaren de hoeveelheid oefeningen fors gestegen is en wil nu nagaan of de milieuvergunningen van Defensie, die uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw stammen, aan vernieuwing toe zijn. Wanneer dit het geval blijkt, kan de gemeente door middel van inspraak tijdens de aanvraagprocedure invloed uitoefenen op het gebruik van de zandplaat.
De Marnewaard
De Marnewaard is een militair oefenterrein dat ten noordoosten van het Lauwersmeer ligt op de grens van Friesland en Groningen. Dit oefenterrein is in 1989 in gebruik genomen en heeft een oppervlakte van 2080 hectare inclusief de gevarenzone. Het ligt net buiten het internationaal beschermde deel van het waddengebied. De baan en het doelengebied liggen buiten de grens die is aangegeven in de Derde Nota Waddenzee maar een deel van het onveilige gebied ligt er binnen. De Marnewaard ligt in het natuurgebied waar miljoenen wadvogels leven.

Op de schietbaan wordt gedurende 14 weken per jaar drie dagen per week geschoten met een zo'n 1300 schoten per dag. Dit levert geluidsniveaus op tot meer dan 90 decibel. Weliswaar wordt de laatste jaren op minder dagen dan voorheen geschoten, maar het blijft het enige terrein in Nederland waar met 25 millimeter-kanonnen geoefend kan worden.
In het Lauwersmeergebied leven veel watervogels. Onderzoek naar de effecten van de schietoefeningen en het militaire verkeer is verricht door Alterra (destijds IBN-DLO, nu IMARES). De wetenschappers konden geen duidelijke relatie aantonen tussen de oefeningen en verschijnselen van verstoring onder de vogels. Het was niet duidelijk of de vogels reageerden op de geluidshinder of op andere verstoringen.

Duits oefenterrein

De Meldorfer Bocht (een grote baai ten noorden van de mond van de Elbe) is het enige militaire oefenterrein in het Duitse waddengebied. Het is een testterrein voor nieuwe wapens van het Duitse Ministerie van Defensie. Er wordt geschoten vanaf de zeedijk, de doelen liggen op het wad. 700 hectare van de beveiligde zone van dit gebied (totaal 12.000 hectare) ligt in de kernzone van het Nationale Park. Er wordt 10 tot 20 dagen per jaar geoefend, maar niet in de periode van midden april tot eind oktober als er veel bergeenden in dit gebied aanwezig zijn voor hun ruiperiode.
Deense oefenterreinen
![]() | Het noordelijk deel van het Deense eiland
Rømø is een schietterrein voor militaire NAVO-vliegtuigen die hier oefenen met kanonnen en raketten. Over het algemeen wordt er in juli niet geoefend.
In de Ho Bugt en op het schiereiland Skallingen vinden landingsoefeningen plaats. Het grote oefen- en schietterrein Oksbül ligt net ten noorden van het internationale waddengebied. Tijdens oefeningen in augustus en september wordt 1 of 2 dagen in luchtcorridors boven het noordelijk deel van het Deense waddengebied gevlogen. |
Marinehavens

De marinebases in Den Helder en Wilhelmshaven worden op een vergelijkbare manier gebruikt als de gewone handelshavens in het waddengebied. Specifiek militaire activiteiten vinden hier niet plaats.
Laagvliegroutes
Voor het militaire luchtverkeer zijn speciale routes en minimum vlieghoogtes ingesteld om overlast op de eilanden te beperken.
Boven Noordoost-Nederland ligt een laagvliegroute voor NAVO-luchtmachtoefeningen. Op deze route mogen gevechtsvliegtuigen tot op een minimale hoogte van 250 voet (75 meter) vliegen. Boven de Waddenzee is laagvliegen echter tijdelijk opgeschort: daar mogen straaljagers niet lager vliegen dan 1000 voet (300 meter).
In Duitsland zijn de Leybucht, de Buiten-Weser en de Jadebusen aangewezen als laagvlieggebied.
Net buiten het internationale waddengebied liggen een aantal militaire vliegvelden. In Nederland vliegveld De Kooy bij Den Helder en vliegbasis Leeuwarden. In Duitsland liggen militaire vliegvelden bij Jever, Wittmund, Nordholz, Eggebek/Tarp en Kropp, in Denemarken ligt er een bij Skrydstrup.

Tussen 1985 en 1990 kwam een discussie op gang om de laagvliegroute te verleggen of af te schaffen. Dit leidde in 1991 tot een vermindering van het aantal laagvliegvluchten tot een maximum van 2000 vluchten per jaar. In 2006 pleit kolonel Faber van de luchtmacht voor het afschaffen van de routes, zodat de vliegers verspreid over heel Nederland laag zouden kunnen vliegen. Het afschaffen van de vliegroutes zou de gebieden ontlasten waar nu de routes liggen maar elders neemt de overlast natuurlijk toe.
De Waddenvereniging heeft al eerder geprotesteerd tegen de laagvliegoefeningen. Ze vreest extra verstoring van foeragerende en rustende vogels. De vereniging voelt zich gesteund door wat de overheid in de Planologische Kernbeslissing (PKB) Waddenzee hierover schrijft: "tijdelijke vliegroutes bij internationale oefeningen worden niet meer over de Waddenzee gelegd". Ook de ANWB heeft tegen de NAVO-laagvliegoefeningen geprotesteerd, omdat deze organisatie de oefeningen strijdig vindt met de PKB.
Het Beheersplan Waddenzee uit 1996 noemde een wijziging van het beleid voor de laagvliegroute die loopt ten westen van Schiermonnikoog van noord naar zuid. Om de geluidsoverlast zoveel mogelijk te beperken is een verlaging van de maximumsnelheid bij regulier gebruik doorgevoerd van 850 naar 780 kilometer per uur en een maximum formatiesterkte van vier vliegtuigen. Verder is het aantal vluchten op jaarbasis teruggebracht van 3000 naar 2000. De minimum-vlieghoogte bedraagt boven het land en de Noordzee 75 meter en mag slechts worden toegepast op maandag tot en met donderdag.
Weblinks
Informatie en statistieken over het militaire gebruik van de Waddenzee:
http://www.waddenloket.nl/index.php?id=169
Oefenlocaties luchtmacht:
http://www.luchtmacht.nl/leeuwarden/operatiesenoefeningen/oefeningen/oefenlocaties.html
Laagvliegroutes van de luchtmacht
http://www.luchtmacht.nl/main/veiligheidenmilieu/laagvliegroutes/laagvliegroutes.html

