Meidoorn | ![]() |

De meidoorn kan goed tegen de zoute zeewind en is daarom veel aangeplant in de duinstreken. Deze plant uit de rozenfamilie bloeit in mei en juni uitbundig met witte bloemtrossen. In en op de meidoorn zijn daarop gespecialiseerde motvlinders, kevers en wespen te vinden. Lijsters, merels en hun verwante wintergasten de kramsvogels en koperwieken, zijn dol op meidoornbessen.

In de duinen kunnen alleenstaande meidoorns tot waaiboom vergroeien. Door de zuidwestenwind zijn ze dan krom gegroeid met de kruin naar het noordoosten, in dezelfde richting als de afgeknotte kant van Texelse schapenboeten. Bij mistig weer kun je die struiken en boeten dus als kompas gebruiken.
Meidoorns werden vooral veel aangeplant omdat ze een ondoordringbare haag vormen rond weidegronden. Ze zijn in bijna heel Nederland te vinden, vooral in de rivierdalen, in het deltagebied en in kalkrijke duinen. Een meidoorn kan meer dan 500 jaar oud worden. Het hout is hard en stevig en o.a. geschikt voor houtsnijwerk.
In veel fruitstreken zijn vrijwel alle meidoornhagen gerooid omdat het bacterievuur, een dodelijke ziekte voor appel- en perenbomen, zich via meidoorns kan verspreiden. Uit landbouwpolitieke overwegingen zijn er veel meer meidoorns opgeruimd dan strikt noodzakelijk was voor de bestrijding van het 'vuur'. Hele landschappen verloren daarmee hun eeuwenoude karakter en ontelbare broedvogels verloren een veilige plek om te nestelen.
Weblink
http://www.annetanne.be/kruiden/meidoorn.html
Namen:
Ned: Eenstijlige meidoorn
Lat: Crataegus monogyna
Eng: Hawthorn
Fra: Aubepine
Dui: Weissdorn
Bron: de Vleet, Ecomare
