Makreel | ![]() |

Makreel eet voornamelijk plankton. Ze zwemmen in de zomermaanden in grote scholen in de oppervlakkige waterlagen, op jacht naar roeipootkreeftjes, vlokreeftjes, vislarven en dergelijke. Vooral na de paaitijd jagen ze ook op haring, sprot en zandspiering. Daarbij komen ze in de zomer tot dicht aan de kust. Men heeft melding gemaakt van scholen makreel die 9 kilometer lang, 4 kilometer breed en 40 meter diep waren. Makreel wordt met trawlers gevist in de noordelijke Noordzee en de Noordoost-Atlantische wateren; de soort is van groot commercieel belang. Makrelen kunnen 60 centimeter lang en 20 jaar oud worden.
Als het zeewater kouder wordt laat de makreel zich naar de zeebodem zakken en gaat daar in een soort 'winterslaap': ze eten dan erg weinig.
Makrelen hebben geen zwemblaas. Dit stelt ze in staat om snel te duiken in diep water of om snel naar de wateroppervlakte te stijgen. Het zijn bijzonder snelle zwemmers, die veel zuurstof nodig hebben. Daarvoor moeten ze continu blijven zwemmen om er voor te zorgen dat er voortdurend zuurstofrijk water door hun kieuwen stroomt. Het totale oppervlak van die kieuwen is tien keer zo groot als het oppervlak van het hele lichaam van de makreel.
Makrelen zijn aan het eind van hun derde levensjaar geslachtsrijp. De vrouwtjes leggen in de zomermaanden ongeveer 1250 eitjes per gram lichaamsgewicht. Elk eitje bevat een oliedruppeltje, waardoor het 7 tot 9 meter onder het wateroppervlak blijft zweven. Na vier dagen komt het eitje uit en begint de larve zijn plankton-bestaan.
Verspreiding van de makreel

Bij de makreel in de noordoost-Atlantische wateren wordt een verdeling gemaakt tussen de westelijke, de Noordzee- en de zuidelijke populatie. De laatste populatie is voor Nederland niet van belang, wel voor Spanje en Portugal. De Noordzee-populatie paait in mei en juni in de centrale Noordzee en overwintert dicht bij de bodem in de wateren bij Schotland, in het Kanaal en in het Skagerak. De westelijke populatie is verreweg het grootst. Deze populatie paait van maart tot juni ten zuiden van Ierland en trekt daarna naar de noordelijke Noordzee. Deze populatie is voor de Nederlandse trawlvisserij in de wateren ten westen van de Britse eilanden het belangrijkste.
De makreelstand

Het bestand van de westelijke makreel-populatie werd rond 1970 geschat op ongeveer 4 miljoen ton. Door de sterk toegenomen visserij was daar n 2003 nog maar iets meer minder dan dan de helft van over. De makreelstand lag in 2005 weer boven het veilig biologisch minimum (2.300.000 ton). Daarna is de populatie stabiel gebleven. Het paaibestand voor 2007 werd geschat op 2.7 miljoen ton.
Namen:
Ned: Gewone makreel (makreel)
Lat: Scomber scombrus
Eng: Mackerel
Dui: Makrele
Fra: Maquereau (maquereau de l'Atlantique)
Dan: Makrel
Nor: Makrell
Weblink
Foto's en filmpjes van de makreel:
http://www.arkive.org/species/ARK/fish/Scomber_scombrus/more_info.html
Makreel in de (engelstalige) fishbase:
http://www.fishbase.org/Summary/SpeciesSummary.cfm?genusname=Scomber&speciesname=scombrus
Verspreiding van de makreel in de Noordzee:
http://www.ices.dk/marineworld/fishmap/ices/default.asp?id=Mackerel
