Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Lepelaar

    Lepelaar, Eurasian Spoonbill, Spatule blanche, Löffler, Skestork, Nor: Skjestork, Fries: Leppelbek, Ital: Spatola, Platalea leucorodia - Photo: Salko de Wolf -

    Met zijn lepelvormige snavel, helder witte verenkleed en lange waadpoten is de lepelaar een elegante verschijning. Hij filtert het voedsel uit het water door zijn snavel heen en weer te bewegen. Er broedden in 2008 zo'n 1900 paren in Nederland, waarvan de ruime meerderheid op de waddeneilanden. Lepelaars broeden bij voorkeur op rustige plekken op minder dan 50 kilometer van de voedselgebieden. 'Rustig' wil in dit geval vooral zeggen: liefst buiten bereik van roofdieren.

    Kenmerken

    afmetingen:80-90 centimeter, spanwijdte 115-130 centimeter
    kleur (volwassen):wit, zwarte poten, zwarte snavel met gele punt. In het broedseizoen witte kuif en gele vlek op de borst
    voedsel:kleine vis, garnalen en waterinsecten
    vijanden:vos, bunzing
    status Nederland:broedvogel
    winterverblijf:West-Afrika
    habitat:moerasgebieden, wadden, slikken
    voortplanting:rond 4 eieren per nest, in kolonies in bomen of rietlanden
    karaktersitiek:vliegt met gestrekte nek, heen en weer gaande beweging tijdens het vissen
    beleid:Netwerk Ecologische Monitoring
    Doelsoortenlijst
    bescherming:ned: Soortenbeschermingsplan, Flora en Faunawet
    int: Vogelrichtlijn EU, CITES, AEWA (bescheming trekvogels), conventie van Bern, conventie van Bonn

    Trekgedrag van lepelaar

    De lepelaars die in West-Europa broeden overwinteren vooral langs de West-Afrikaanse kust, zoals in het tropische waddengebied Banc d'Arguin voor de Mauritaanse kust. In het najaar vliegen de vogels via Noord- en Zuid-Spanje. In deze gebieden blijven ze een week of twee om krachten op te doen om verder te kunnen trekken. In totaal kan de trektocht wel twee maanden duren. Tijdens de trek naar Afrika gaat ongeveer 60% van de jongen dood door jacht, roof, uitputting en vooral hoogspanningskabels. In 2008 zijn op Schiermonnikoog lepelaars geringd en voorzien van zenders. Door deze vogels te volgen hopen onderzoekers meer inzicht te krijgen in de doodsoorzaken tijdens de trek.

    Begin februari vertrekken de lepelaars weer uit hun overwinteringsgebieden. De terugreis wordt veel vaker onderbroken. Om voldoende energie te hebben voor de tocht moet ook langs de kust van Marokko en Frankrijk gestopt worden. Eenmaal aangekomen in Nederland is Friesland de verzamelplaats. Van daaruit vliegen de vogels door naar hun broedkolonies.

    Soms worden er in Nederland overwinterende jonge lepelaars gezien. Dat betekent dat zij in september niet naar het zuiden zijn vertrokken. Zo werden er in december 2008 twee lepelaars gezien in de Balgzandpolder. Hun roze snavel maakte duidelijk dat het om jonge dieren ging. Er is weinig bekend over de overlevingskansen van deze bijzondere wintergasten.

    Vestiging en ontwikkelingen in het Nederlandse waddengebied

    bron: gegevens SOVON

    Op alle waddeneilanden zijn stabiele broedkolonies. Op de drie broedlocaties op Texel verbleven in 2004 ruim 300 lepelaarsparen, op Vlieland 183, op Terschelling 199, op Ameland 24 en op Schiermonnikoog 201. Op Rottumerplaat broedden 26 paartjes en op het Balgzand 10. In 2004 broedde in totaal 64% van alle Nederlandse lepelaars in het Waddengebied.

    Na 1900 ontstond de eerste waddenkolonie lepelaars op Texel (in de Muy). Het werd een aanzienlijke kolonie, die lange tijd de enige bleef. Pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstond op Texel een tweede kolonie in de Geul. In 1962 vestigde de lepelaar zich op de Boschplaat op Terschelling, in 1982 op de Schorren op Texel, in 1983 op Vlieland en in 1992 op Schiermonnikoog. In 1994 is ook Ameland door de lepelaar 'ontdekt' als broedgebied, hoewel het pas in 1996 tot echt broedsucces kwam. Twee jaar later, in 1998, werd het eerste broedende lepelaarpaar gezien op Rottumerplaat, en in 2000 vestigde de soort zich op de kwelders langs het Balgzand. In 2008 bereikte het aantal broedparen op Texel een recordhoogte van 370 paren.

    De lepelaar staat sinds 2004 niet meer op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland.

    Vissen langs de kust

    Lepelaars - Foto Marijke de Boer

    De lepelaars op de waddeneilanden hebben in het voorjaar nogal eens voedselgebrek. Ze moeten het daar vooral hebben van de garnalen die ze in ondiepe geulen en prielen van het wad vinden. Die garnalen zitten echter in het voorjaar nog te diep. De driedoornige stekelbaars (een visje dat in natuurlijke omstandigheden massaal de zoete wateren intrekt om te paaien) zou een goed alternatief zijn, ware het niet dat deze vis op de eilanden vrijwel nergens meer vanuit zee kan binnentrekken. Daarom moeten de lepelaars naar Noord-Holland of Friesland vliegen om in de sloten deze vissen op te pikken. Dat kost weer zo veel energie dat de lepelaars op de eilanden doorgaans twee tot drie weken later gaan broeden dan hun soortgenoten op het vaste land. Op Texel zijn speciale stekelbaarspassages in gebruik genomen om dit probleem te verhelpen.

    Stekelbaarspassages op Texel

    Het principe van de stekelbaarspassage - tekening van Gerbrand Gaaff, Ecomare, naar een origineel van Staatsbosbeheer

    Speciaal voor de lepelaars op het eiland heeft Staatsbosbeheer in 1995 in de waddendijk bij de Cocksdorp op Texel een hevelpassage voor driedoornige stekelbaarsjes gebouwd. Twee jaar later kwam voor hetzelfde doel een vistrap tot stand tussen de Moksloot en de Mokbaai. Stekelbaarzen trekken naar zoet water om te paaien en vormen daar een belangrijke voedselbron voor moerasvogels. Op Texel kon de stekelbaars echter, als gevolg van inpolderingen en de Deltawerken, nergens meer intrekken.

    De hevelpassage werkt nauw samen met het gemaaltje bij de Cocksdorp. Als er zoet water wordt gespuid, trekt dit grote hoeveelheden stekelbaarsjes aan. De vis wordt met een zoetwaterstroom naar een opvangbak gelokt, en van daaruit met een hevel over de dijk gezogen. Daarna kan de vis via de Roggesloot de polder in trekken. De hevel wordt automatisch bediend vanuit het gemaal.

    Tijdens het proefdraaien, vroeg in 1996, zette men met de hevel al 40.000 stekelbaarsjes over. Het aantal stekelbaarsjes in de Texelse sloten nam tijdens die periode al meetbaar toe. Driedoornige stekelbaarsjes trekken als jonge vis naar zee, maar zoeken het zoete water weer op als ze geslachtsrijp zijn. De vis kan echter ook gewoon in het zoetwatermilieu blijven, maar blijft dan veel kleiner: een zoetwater-stekeltje weegt ongeveer 0,6 gram, en een trekkende soortgenoot 2,5 gram.

    Voor de lepelaars betekent de passage dat er eerder voedsel beschikbaar is. Tot 1996 vonden de terugkerende lepelaars nog zo weinig voedsel op Texel, dat het broeden op het eiland pas enkele weken later op gang kwam, in vergelijking met andere broedkolonies.

    Niet alleen de driedoornige stekelbaars profiteert van de passage. Ook de glasaal (jonge paling) trekt van zout naar zoet water, en wordt daarbij aangetrokken door uitstromend zoet water. Men verwacht dat ook de palingstand op het eiland zal verbeteren door het openstellen van de passage.

    Doordat de hevelpassage zoveel water verbruikte om stekelbaarsjes te lokken (350 kubieke meter water per dag) werd deze na een jaar stilgelegd. Het water was namelijk nodig voor de landbouw. Bovendien kwam afvalwater, niet geschikt voor vissen, uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie ook terecht in de passage. Het hoogheemraadschap vond een oplossing (het 'kwekelbaarsproject'). Het afvalwater komt nu in een voorbezinkvijver terecht. Daarin groeien watervlooien (voer voor stekelbaarsjes) heel goed. Het water wordt via een moerassysteem gezuiverd en komt in een diepere vijver terecht, waar stekelbaarzen in kunnen groeien. Omdat het afvalwater nu in oppervlaktewater is omgezet, kan dat gebruikt worden om de stekelbaarzen te lokken via de hevelpassages. De watervlooien worden vervolgens uit de voorbezinkvijver geschept en in de stekelbaarsvijver gestopt, zodat de vissen goed kunnen groeien. Daar kunnen vervolgens weer lepelaars van profiteren.

    Webcam

    Ecomare en Natuurmonumenten hebben in 2008 een webcam opgesteld in de lepelaarskolonie van de Schorren op Texel. Via deze camera kunnen de vogels in de kolonie van dichtbij worden geobserveerd. Tijdens het EK voetbal verscheen opeens een knaloranje lepelaar in beeld. De webcam kan worden aangeklikt op de website van Ecomare, of via de weblink hieronder.

    Namen:
    Ned: Lepelaar
    Eng: Eurasian Spoonbill
    Fra: Spatule blanche
    Dui: Löffler
    Dan: Skestork
    Nor: Skjestork
    Fries: Leppelbek
    Ital: Spatola
    Lat: Platalea leucorodia

    Weblinks

    Vogelbescherming over lepelaars:
    http://www.vogelbescherming.nl/content.aspx?cid=243

    Een lepelaarspecialist aan het woord:
    http://www.nationaalpark.nl/schiermonnikoog/pag344.html

    De internationale lepelaarwerkgroep van Eurosite:
    http://www.eurosite-nature.org/article.php3?id_article=225

    Foto's en meer uitleg over het "kwekelbaarsjesproject":
    http://www.rekel.nl/water/ushn/decocksdorp/index.htm

    Webcam lepelaars op de Schorren:
    http://www.beleefdelente.nl/lepelaar