Konijn | ![]() |

Konijnen kwamen algemeen voor in alle duingebieden, maar zijn de laatste 10 jaar sterk achteruit gegaan als gevolg van ziektes. Lange tijd beschouwde men het konijn als een schadelijk dier en werd er op grote schaal op gejaagd. Tegenwoordig zien natuurbeheerders het konijn als een bondgenoot die er voor zorgt dat de vegetatie in het duin open en gevarieerd blijft. Bij afname van de konijnenstand blijken de duinen te verwilderen en te verruigen met negatieve gevolgen voor de natuur.
Vóór de laatste ijstijd kwamen konijnen veel voor in midden-Europa. Door de kou stierven ze daar uit, alleen in Spanje en Noord-Afrika konden ze zich handhaven. Het konijn werd aan het eind van de dertiende eeuw vanuit Zuidwest-Europa opnieuw in Nederland ingevoerd voor de vacht, het vlees en de plezierjacht. Ook op alle waddeneilanden werd het konijn ingevoerd, behalve op Griend.
Op Texel hebben de boeren eeuwenlang konijnenfamilies gehouden in kunstmatige heuveltjes, de konijnenbergen. Deze bergen lagen verspreid in het polderlandschap. In de zeventiende eeuw zijn ze op last van de rijksoverheid afgegraven omdat de konijnen ook regelmatig de zeeweringen aantastten.
Lange tijd beschouwde men het konijn als een schadelijk dier voor het duin, en werd er op grote schaal op gejaagd. Tegenwoordig praten natuurbeheerders over het konijn als 'kleine grazer': een bondgenoot die er voor zorgt dat de vegetatie het duin open en gevarieerd blijft. Bij afname van de konijnenstand blijken de duinen van de wadden en de Hollandse kust te verwilderen en te verruigen met negatieve gevolgen voor de natuur.
Konijnen graven holen als schuilplaats. Naarmate een hol langer in gebruik is, worden er steeds meer ingangen gegraven en groeit het geheel uit tot een burcht. Het leefgebied van een konijn strekt zich meestal uit tot een straal van 50 meter rond de burcht. In gebieden met een stenige ondergrond past het konijn zich aan en zoekt bovengrondse schuilplaatsen, zoals houtstapels en ruigtes.
Konijnen mogen het hele jaar rond bejaagd worden.
Schommelende populaties
In de duingebieden langs de Hollandse kust onderzoekt men sinds 1985 met behulp van systematische tellingen de ontwikkelingen van de konijnenpopulatie in relatie tot de vegetatie-ontwikkeling. Dit langlopende project heet 'Langoor' en wordt uitgevoerd door de duinbeheerders zelf. Het project leverde onder meer het inzicht op dat de populaties aan schommelingen onderhevig zijn. Deze schommelingen vertonen geen regelmatig patroon in de tijd (zoals wel bekend is van bijvoorbeeld veldmuizen en lemmingen). De schommelingen lijken sterker in duingebieden met een open vegetatiestructuur, zoals het Zwanenwater. Maar ook de aanwezigheid van de vos als belangrijke belager kan een rol spelen: in gebieden met veel vossen zijn de schommelingen minder uitgesproken. De populaties ten noorden van het Noordzeekanaal vertoonden vanaf 1990 een dalende tendens. Men schrijft deze afname toe aan de virusziekte Viraal Haemorrhagisch Syndroom ( VHS). Inmiddels is de achteruitgang tot staan gekomen en worden uit veel gebieden weer meer konijnen gemeld. In 2006 kwamen in de Amsterdamse Waterleidingduinen weer evenveel konijnen voor als in 1993.
Myxomatose

Als een populatie konijnen te groot wordt, breekt meestal de virusziekte myxomatose uit. Deze ziekte is in 1952 opzettelijk geïntroduceerd in Frankrijk, om de konijnenstand te verkleinen. Een met myxomatose besmet konijn sterft meestal een langzame, pijnlijke dood. Slijmvliezen van ogen, oren, geslachtsopening en anus raken ontstoken, waardoor het dier niet meer kan zien en zeer kwetsbaar wordt. Na een week sterft het besmette dier aan hersen- en longontsteking. Veel konijnen zijn immuun geworden voor deze ziekte. Myxomatose wordt overgebracht door muggen, vlooien en andere bloedzuigende insecten. In Zuid-Amerika, waar myxomatose oorspronkelijk vandaan komt, zijn vrijwel alle konijnen immuun voor de ziekte.
Viraal Haemorrhagisch Syndroom (VHS, RHD)
Het VHS virus (ook wel RHD, Rabbit Haemorrhagic Disease, genoemd) is voor het eerst in China aangetroffen, bij in Duitsland gefokte konijnen. Ondertussen is het virus over de hele wereld verspreid. Bij besmetting is de sterfte erg hoog (80-95% van de populatie) en treedt de dood binnen 24 tot 48 uur in. Op kamertemperatuur kan het virus wel drie maanden overleven. Konijnen die de ziekte onder de leden hebben vertonen geen uiterlijke kenmerken van ziekte, zoals bij myxomatose wel het geval is.
In 2000 hield het virus huis onder de konijnen populatie van Texel waardoor de konijnenstand lager dan ooit was. Het lijkt erop dat de konijnenpopulatie zich op Texel weer begint te herstellen.
Ondanks de slachting onder de konijnen die de virusziekte heeft veroorzaakt, kan de jacht op konijnen in 2005 toch worden heropend, aldus minister Veerman van LNV. In Den Helder bijvoorbeeld blijken de konijnen ongevoelig voor het virus waardoor ze nog steeds aanzienlijke schade aan gewassen kunnen toebrengen. Ten zuiden van Egmond lijkt de konijnenpopulatie zich voorzichtig te herstellen.
Gevolgen voor de natuur

Op Schiermonnikoog is het konijn zo goed als verdwenen. Het gevolg is dat bergeenden hun broedplaatsen verliezen, omdat ze daar oude konijnenholen voor gebruiken. De bruine kiekendief, die van jonge konijntjes houdt, moet het nu noodgedwongen met veldmuizen doen. Verder kunnen gras, struiken en kleine bomen onbelemmerd doorgroeien, omdat de konijnen de jonge scheuten niet meer opeten. Op Texel is duidelijk te zien dat de heide vergrast, omdat er weinig konijnen meer zijn die het gras kort houden.
Zwarte waddenkonijnen
Konijnen hebben nogal eens een afwijkende vachtkleur, vooral een geheel zwarte vacht (melanisme) komt relatief vaak voor. Op de waddeneilanden Texel, Vlieland en Schiermonnikoog komt dit veel vaker voor dan op het vasteland. De afwezigheid van roofdieren als de vos en de bunzing is hier waarschijnlijk de oorzaak van. Op het vasteland worden kleurafwijkingen door roofdieren zeer snel opgemerkt en maken deze konijnen geen schijn van kans. Op de waddeneilanden echter, waar deze roofdieren vaak ontbreken, kan de genetische afwijking blijven voortbestaan. Waarom de belagers van de konijnen op de waddeneilanden (vooral roofvogels) hier geen invloed op hebben, is nog niet geheel duidelijk.
Weblinks
Meer over konijnen en hun voorkomen in de duinen:
http://www.kustgids.nl/konijn/fr_index.html?/konijn/main.html
Meer over de ziekte Myxomatose (inclusief foto's van zieke konijnen):
http://www.konijnen.nl/ziekten/myxo.htm
Meer over VHS:
http://www.dierenartsabc.nl/vhs.htm?http://www.dierenartsabc.nl/vhs_frame.htm
Namen:
Ned: konijn (gewoon konijn, wild konijn)
Eng: rabbit (Old World rabbit)
Fra: le lapin (le lapin de Garenne)
Dui: das Wildkaninchen (das Europäische Wildkaninchen)
Dan: Vildkanin
Nor: Kanin
Lat: Oryctolagus cuniculus
Bron: de Vleet, Ecomare
