Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    De Hors

    De Hors, Texel - Foto van Adriaan Dijksen, - Archief Ecomare -

    De Hors is de strandvlakte op het zuidwestelijke deel van Texel. De vlakte grenst aan het Marsdiep en het Molengat. Op de Hors vindt primaire duinvorming plaats. Dwergsterntjes broeden er op wisselende plaatsen. De Hors is onderdeel van het Staats natuurmonument de Waddenzee. In de Horspolders en de Kreeftepolder liggen duinmeertjes, die zijn ontstaan na de aanleg van stuifdijken. Het zijn gebieden met een bijzondere flora en fauna. De naam 'hors' betekent 'een in zee liggende zandplaat die bij vloed nagenoeg geheel ondervloeit'.

    Wandelende zandplaten

    Tot 1700 liep de zuidelijke vaarroute om Texel door het Spanjaardsgat. Deze zeearm liep ter hoogte van de huidige Mokbaai en westelijk van het huidige Loodsmansduin. Ten westen van het Spanjaardsgat lag een zandplaat: de Hors. Deze zandplaat verheelde in 1749 met Texel.

    Door het verhelen van de Hors met Texel breidde de kust enorm uit. Na het verzanden van het Spanjaardsgat groeide in de buitendelta de zandbank Onrust uit tot een plaat, die bij vloed boven water kwam te liggen. Deze bank verplaatste zich vanaf 1760 in zuidoostwaartse richting.

    Wandelende zandplaten Onrust en Razende Bol. - Tekening van Peter Smit - Bestand onrust -

    Onrust verheelde pas met Texel in 1910 of 1914. Door de aanvoer van nieuw zand ontstonden nieuwe duinvalleien. Eerst ontstonden de Geul in 1927 en de Kelderhuispolder in 1930. Door het plaatsen van rietmatten en schermen van rijshout werd in 1953 het oostelijk Horsmeertje van zee-invloeden afgesloten. In 1964 volgde het westelijke Horsmeertje. Zuidwestelijk van het westelijke Horsmeertje is sinds kort een nieuwe vallei met water ontstaan: de Kreeftepolder:

    Kreeftepolder, Texel - Foto van Salko de Wolf, © Foto Fitis

    Duinvorming

    Duinvorming op de Hors - Foto van Sytske Dijksen - © Foto Fitis - www.fotofitis.nl

    Bij een grote toevoer van zand ontstaat duinvorming. Op Texel is dit alleen het geval op de Hors.

    Dit dynamische proces is goed te zien aan de duinenkant van de Hors. Zelfs midden op de vlakte kunnen walletjes met biestarwegras groeien. Meestal verdwijnen deze geïsoleerde pollen weer als tijdens storm de zandvlakte onder water staat. Hoger op de Hors zijn veel jonge helmduimtjes te vinden.

    Dwergsterntjes

    Rond 1970 broedden voor de eerste keer dwergsterntjes in de buurt van de Hors. Er was een kolonie op het militaire terrein van de Mok. De kolonie groeide snel tot 70 paar in 1980, maar in 1985 werden alle legsels vertrapt. Veel verstoring kwam ook van de kleiduivenschietbaan naast de kolonie. Door deze activiteiten en mogelijk ook de aanwezigheid van ratten, verdwenen de dwergsterntjes. Een groot deel van de broedvogels week uit naar de marinehaven van Den Helder.

    Vanaf 1986 vermoedde men het broeden op de Hors, maar pas in 1988 werden 22 legsels gevonden. Vermoedelijk broedde er toen 30 paar. De jongen konden opgroeien, mede door beschermende activiteiten van leden van de Vogelwerkgroep Texel. Zij posteerden bij de kolonie tijdens een internationale zeilronde, die veel drukte op de Hors veroorzaakte.

    Na die tijd broeden dwergsterntjes er in wisselende aantallen. In 1990 waren er maar liefst 70 paren. In 2004 werd duidelijk dat een klein aantal dwergsterns van de Hors oversteken naar de Noorderhaaks om daar te gaan broeden. Een deel van de oostpunt van de zandplaat wordt daarom in het broeseizoen met borden afgezet.

    In 1993 startte Vogelbescherming Nederland het 'Actieplan Dwergstern'. Doel is een Nederlandse populatie van minimaal 600 broedparen, waarvan 200 tot 300 in het waddengebied moeten gaan broeden. De Hors is hierbij aangewezen als broedgebied. De strandwandelaar wordt door middel van borden bij de afslag bij de Horsmeertjes gewezen op de noodzaak de dwergstern te beschermen.

    De dwergsterntjes broeden op deze zandplaten omdat zij dicht bij hun voedselbron liggen. Zij leven van kleine visjes, zoals sprot en zandspiering die talrijk voorkomen in de ondiepe kustwateren in de buurt van de Hors.

    De plantengroei van de Horsmeertjes en de Kreeftepolder

    De Horsmeertjes en de Kreeftepolder zijn nieuwe gebieden die volop in ontwikkeling zijn. Door het plaatsen van rietmatten en schermen van rijshout werd in 1953 het oostelijk Horsmeertje van zee-invloeden afgesloten. In 1964 volgde het westelijke Horsmeertje. Zuidwestelijk van het westelijke Horsmeertje is sinds kort een nieuwe vallei met water ontstaan: de Kreeftepolder. Deze meertjes bevatten zoet water, hoewel de zilte invloed merkbaar blijft.

    Het oostelijk Horsmeertje heeft oevers, die dichtgegroeid zijn met riet. Tussen het riet groeien heen, ruwe bies, tweerijïge zegge, zwarte zegge, waterzuring, watermunt, wolfspoot, blauw glidkruid en heelblaadjes.

    Het westelijk Horsmeertje toont een grotere verscheidenheid, doordat de noordoever hier geleidelijker glooit. Het riet heeft hier niet de overhand. Er zijn velden met tweerijïge zegge, heen, oeverzegge, padderus, gewone waterbies en zwarte zegge. Andere opvallende planten zijn grote waterweegbree en gele lis.

    De oeverzone heeft een belangwekkende vegetatie van kruipwilg en puntmos. In deze oeverzone is de waterstand sterk wisselend. Het is een rijk gebied met veel bijzondere planten: vleeskleurige orchis, parnassia, groenknolorchis, moeraswespenorchis, dwergbloem en waterpunge. Er komen ook nog enkele zoutplanten voor, die op zilte invloeden wijzen: melkkruid en strandduizendguldenkruid zijn de meest opvallende.

    In de Kreeftepolder (ook wel de derde Horspolder genoemd) zijn de zoutminnende soorten volop aanwezig. Het strandduizendguldenkruid is daar een opvallende plant. Maar tussen de kruipwilgen komen ook plantjes zoals waternavel, stijve ogentroost en duinkruiskruid voor. Daarnaast zijn er orchideeën, zoals de brede-, riet-, en vleeskleurige orchis te vinden.

    Kranswieren - Foto van Sytske Dijksen - © Foto Fitis: - www.fotofitis.nl

    In het open water van de Horsmeertjes bevinden zich uitgestrekte velden van kranswieren. Deze kranswiervelden dringen zelfs de zeggen- en biezenvelden binnen. Kranswieren groeien alleen in onvervuild water. De botanische betekenis van de Horsmeertjes moet dan ook hoog worden aangeslagen.

    Er staan op de Hors ook bijzondere paddenstoelsoorten, waaronder wasplaatjes, gordijnzwammen en de duinstinkzwam. In de Kreeftepolder is onder andere het zandputje aangetroffen. Het zandputje is een zeldzaam bekerzwammetje dat op open plekken in de duinen voorkomt.

    De vogels van de Horsmeertjes

    Zilvermeeuwen uit de kolonie bij de Horsmeertjes - Foto uit archief Ecomare -

    Door de aanwezigheid van een gevarieerde vegetatie zijn veel verschillende vogelsoorten te zien.

    Het open water trekt veel eenden aan. Er zijn naast gewone soorten als wintertaling, smient, wilde eend en slobeend opvallend veel tafeleenden aanwezig. In februari en maart zien we vaak baltsende brilduikers op de plassen. In de Horsmeertjes broeden veel futen. Deze futen vissen vaak in de Mokbaai of in het Marsdiep. De fuut is elders op Texel een schaarse broedvogel.

    De rietkragen om de beide meertjes herbergen veel rietvogels: kleine karekieten, rietgorzen en rietzangers. Schaarse vogels als baardmezen, blauwborsten en sprinkhaanzangers broeden er ook. Regelmatig broeden er bruine kiekendieven en soms roerdompen. In de oeverzone van de noordoever, waar het gebied open is, broeden enkele paren kieviten, graspiepers en tureluurs.

    Bron: de Vleet, Ecomare