Halligen | ![]() |

De Halligen vormen een archipel van kleine eilandjes en schiereilandjes in het waddengebied van Sleeswijk-Holstein. De meeste zijn niet door dijken beschermd. Vroeger waren er meer dan 100 Halligen. Tegenwoordig zijn er nog maar tien Halligen over en maar een paar daarvan zijn het gehele jaar bewoond. De overige Halligen worden alleen in de zomer bewoond. Huizen en andere gebouwen op de Halligen werden meestal op terpen gebouwd.
De Halligen hebben een bijzondere cultuurgeschiedenis die tot vandaag de dag het leven op de kleine eilandjes en het gebruik ervan bepaalt. Door hun geïsoleerde ligging zijn veel tradities en gebruiken behouden gebleven.
Ontstaan van de Halligen
In de laatste eeuwen is het Noordfriese kustgebied, inclusief de eilanden en de Halligen, ingrijpend veranderd. Bijna alleen de ruggen van zand en keileem uit het Saalien, die tegenwoordig nog op Sylt, Amrum en Föhr te vinden zijn, zijn overgebleven. Van de ooit grote kleigronden zijn de eilanden Pellworm, Nordstrand en de Hallig Nordstrandischmoor overgebleven. De andere Halligen zijn ontstaan door opslibbing op de oude ondergrond.
Terpen - wonen op de Halligen
Om het leven en de bezittingen tegen stormvloeden te beschermen, werpen de kustbewoners al sinds tijden kunstmatige aarden heuvels op. Ook tegenwoordig leven de bewoners van de Halligen op terpen, die bij stormvloeden de enige toevlucht zijn. De huizen van de Halligen moeten ook tegenwoordig nog een schuilkamer hebben, die op de eerste verdieping ligt en nog veilig is wanneer het water de muren van de begane grond verwoest heeft.
Zodra de terp klaar was werd met de bouw van het huis op de top begonnen. Eerst werd een houten steiger gebouwd, waarbij de sterke, loodrechte eiken palen tot diep in de wadbodem geslagen werden. Deze pijlers werden met stenen ondersteund of door dwarsbalken met de bodem van de terp verbonden. Ter hoogte van het dak werden deze pijlers ook met dwarsbalken verbonden, zodat een stabiel geraamte voor het huis ontstond. Dit geraamte werd vervolgens met bakstenen gevuld. Zo'n huis met pijlers heeft als voordeel dat bij stormvloeden de zolder een veilige vluchtplaats kan zijn. Als tijdens een stormvloed de muren kapot geslagen worden, houden de pijlers het dak en de zolder op hun plaats. Door de kleine oppervlakte van de pijlers hebben de golven er geen vat op. Na de stormvloed van 1962 werden de terpen van de Halligen tot 3 meter boven het
gemiddeld hoogwater opgehoogd. Het terpprofiel werd aan het dijkprofiel aangepast. Ook tegenwoordig moeten de terpen nog continu opgehoogd worden, omdat het aantal zware stormen toeneemt en de
zeespiegel stijgt. |
Dijken op de Halligen
Om de Halligen tegen de continue afbraak te beschermen kregen sommige van de eilandjes tegen het eind van de 19e, begin 20e eeuw een kustbescherming. Op Hooge en Langeneß werden zomer dijken gebouwd, die aan de basis met graniet- en basaltstenen beschermd worden. De zomerdijken zijn lage dijken die in de zomer het achterliggende land tegen overstromingen beschermen. In de winter, als er zwaardere stormen zijn, spoelt het water er overheen. Het aantal overstromingen is daardoor gedaald. Het gevolg hiervan is dat het land op de Halligen tegenwoordig niet meer in dezelfde mate hoger wordt als gevolg van opslibbing.
Ook de vegetatie is veranderd, omdat het zoute zeewater niet meer zoveel invloed uitoefent. De aan het zoute water aangepaste planten, zoals kweldergras, lamsoor en zeeaster verdwenen en daarvoor in de plaats vestigden rode klaver, witte klaver en andere typische weideplanten zich hier. Voor het gebruik van de weilanden betekent dit een verbetering van de kwaliteit. Een typische Hallig-vegetatie valt tegenwoordig nog op de Halligen Süderoog en Gröde te vinden.
Weblinks
Meer over de Halligen:
http://www.nordfriesische-halligen.de/
Bron: de Vleet, Ecomare

Zodra de terp klaar was werd met de bouw van het huis op de top begonnen. Eerst werd een houten steiger gebouwd, waarbij de sterke, loodrechte eiken palen tot diep in de wadbodem geslagen werden. Deze pijlers werden met stenen ondersteund of door dwarsbalken met de bodem van de terp verbonden. Ter hoogte van het dak werden deze pijlers ook met dwarsbalken verbonden, zodat een stabiel geraamte voor het huis ontstond. Dit geraamte werd vervolgens met bakstenen gevuld. Zo'n huis met pijlers heeft als voordeel dat bij stormvloeden de zolder een veilige vluchtplaats kan zijn. Als tijdens een stormvloed de muren kapot geslagen worden, houden de pijlers het dak en de zolder op hun plaats. Door de kleine oppervlakte van de pijlers hebben de golven er geen vat op. Na de stormvloed van 1962 werden de terpen van de Halligen tot 3 meter boven het