Grutto | ![]() |

De grutto, een typische weidevogel, is een van de grootste steltlopers. De grutto dankt zijn naam aan zijn baltsroep: 'to-gruut-, to-gruut'. De vogel broedt in weidegebieden. De eerste grutto's komen eind februari aan. In juli zijn de meeste al weer vertrokken. Ze overwinteren in Afrika. De grutto is wereldwijd een kwetsbare vogelsoort. Het menu van de grutto bestaat uit wormen, insecten en larven van insecten.
De populatie van de grutto in Nederland neemt af. Tot ongeveer 1990 broedden jaarlijks zo'n 100.000 paren in het land. In 2008 werd het aantal broedparen geschat tussen 45.000 en 67.000. Bescherming van deze soort is nodig, omdat de vogel bedreigd wordt door intensieve landbouwmethodes, zoals vroeg maaien, ontwatering van landbouwgrond en veel bemesten. Ook in de natuurgebieden heeft de vogel het zwaar als gevolg van verzuring, langdurige verschraling en achterstallig beheer. De ontwikkeling van deze soort in ons land is van extra groot belang omdat de populatie in Nederland 90% van de totale populatie in Noordwest-Europa uitmaakt. Een reddingsplan voor de grutto, door specialisten bedacht, leverde in 2005 niets op. In het project namen 53 boeren maatregelen die de grutto's ten goede moesten komen. Om de achteruitgang beter te kunnen begrijpen, zijn Nederlandse biologen op onderzoek gegaan naar wat er tijdens de vogeltrek gebeurt en onder welke omstandigheden de grutto's overwinteren in Afrika. Het blijkt dat grutto's in Portugal en Spanje stoppen en zich daar tegoed doen aan rijst die na de oogst op het land is achtergebleven. Efficientere oogstmethodes van de rijst zullen de grutto's in de toekomst parten kunnen spelen, denken de onderzoekers. Verder kwamen ze er achter dat eenjarige grutto's, in tegenstelling tot wat bekend was, niet de eerste zomer in Afrika achterblijven, maar net als hun ouders de oversteek naar Europa maken.
In de weidevogelgebieden die onder het beheer vallen van natuurbeheerders is in driekwart van de gevallen iets mis. Dit komt omdat de beheerders te weinig in het veld zijn en tekort schieten bij het beweiden, bemesten en bekalken van de landerijen. Om het tij te keren heeft Friesland het plan opgevat om 50.000 hectare weiland als gruttoland aan te wijzen, waardoor het aantal broedparen van de huidige 17.000 naar 25.000 in 2020 moet stijgen. Landelijk wordt er gestreefd naar een oppervlakte van 250.000 hectare. Het beschikbare geld voor het agrarisch natuurbeheer zal vooral worden ingezet in de meest kansrijke gebieden.
De Texelse naam van de grutto is 'marel'. De meeste nesten op het eiland liggen in de reservaten van Natuurmonumenten aan de oostkust. Ook in natte duinweilanden broeden enkele paren.
Grutto steeds bleker
De mannetjesgrutto's waren 150 jaar geleden bonter gekleurd dan tegenwoordig. Onderzoek aan opgezette grutto's uit diverse musea bracht dit fenomeen aan het licht. De blekere mannetjes hebben misschien een grotere kans op broedsucces dan bontere exemplaren, waardoor er selectie is opgetreden in de loop van de tijd.
Namen:
Ned: Grutto (marel)
Eng: Black-tailed godwit
Fra: Barge à queue noire
Dui: Uferschnepfe
Dan: Stor Kobbersneppe
Nor: Svarthalespove
Fries: Skries
Ital: Pittima reale
Lat: Limosa limosa
Weblink
Acties voor de grutto:
http://www.grutto.nl/
Bron: de Vleet, Ecomare
