Grondsoorten | ![]() |

Afhankelijk van de stroomsnelheid van het waddenwater werden er verschillende soorten klei afgezet in het Noord-Groninger waddengebied. In de buurt van de geulen kwam een zanderige soort klei te liggen. Men noemde dat zavel. Op plekken verder van de kust en de prielen werd een zwaardere kleisoort afgezet. Op de plekken die ver van de kust en de prielen lagen en waar het water bij vloed het rustigste was, werden de kleinste kleideeltjes afgezet.
De zavelgronden leenden zich later het best voor de akker- en tuinbouw. De namen van de dorpen 't Zandt en Zandeweer zeggen in dit opzicht genoeg.
In het algemeen leenden de andere, niet al te zware kleigronden zich ook wel voor de akkerbouw. De allerzwaarste kleigronden bleven altijd veeteeltgebied. In deze gebieden kan men ook vaak de resten vinden van de voormalige baksteenfabrieken, want de zware klei leent zich goed voor het fabriceren van baksteen.
Weilanden en oude steenfabrieken vindt men bijvoorbeeld in de omgeving van Winsum of Appingedam.
Bron: de Vleet, Ecomare
