Grijze zeehond | ![]() |

De grijze zeehond is groter dan de gewone zeehond en is ook herkenbaar aan zijn langere snuit. Ze worden dan ook wel kegelrobben genoemd. Ze zijn minder schuw en nieuwsgieriger dan gewone zeehonden, en zijn dan ook 's zomers vaak vanaf het strand te zien. Langs de Schotse en Noord-Engelse kusten leven ze in grote aantallen. De vissers daar vinden dat ze een bedreiging vormen voor de zalmkwekerijen. Vanaf 1980 heeft de grijze zeehond zich ook gevestigd in het waddengebied, te beginnen op de zandplaat Richel bij Vlieland en bij het Deense Sylt.
De grijze zeehond staat op de Rode Lijst van beschermde zoogdiersoorten van de IUCN.
Volwassen mannetjes van de grijze zeehond worden maximaal 2,50 meter lang en kunnen tot 350 kilo zwaar worden. Volwassen vrouwtjes blijven iets kleiner, tot 2,10 meter, en wegen dan ongeveer 220 kilo. Mannetjes zijn bijna egaal zwart/bruin terwijl vrouwtjes meer lichtgrijs of bruin met grote zwarte vlekken.

Grijze zeehonden krijgen midden in de winter jongen. De jongen hebben een langharige witte vacht en wegen 10 tot 20 kilogram. Ze moeten enkele weken op het droge blijven, tot ze verhaard zijn en voldoende vetreserve hebben. De zandplaten Richel en Noorderhaaks waar de Nederlandse grijze zeehonden geboren worden, staan alleen onder water bij springvloed en storm. Maar in sommige winters komt het water zo hoog dat er toch jongen van de platen spoelen. Deze worden dan verspreid over de waddenkust gevonden en vaak naar opvangcentra gebracht.
Verspreiding van de grijze zeehond

In de Noordzee leven de meeste grijze zeehonden rond de Schotse eilanden, langs de Britse kust en in Cornwall. Deze populatie vertegenwoordigt 40% van de wereldpopulatie van grijze zeehonden en 95% van de Europese populatie. In de gehele Noordzee leefden in 1965 zo'n 30.000 exemplaren. Dat aantal steeg gestaag tot zo'n 100.000 in 1988. In het begin van de 21e eeuw telde de Britse populatie grijze zeehonden 124.300 dieren. De populatie is vooral flink gegroeid sinds er vanaf de eind jaren zeventig van de vorige eeuw geen vergunningen meer worden gegeven voor de commerciële jacht.
Ontwikkeling van de Nederlandse populatie

Begin 2007 telden de onderzoekers in het Nederlandse deel van het waddengebied 1565 grijze zeehonden. Dat aantal lag iets lager dan in 2006. De meest waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat een aantal grijze zeehonden zijn verhuisd, misschien naar de Engelse kust, misschien naar Helgoland, waar een nieuwe kolonie tot ontwikkeling is gekomen. In 2008 werden meer kegelrobben geteld: 1746
De grijze zeehond behoort tot de oorspronkelijke Nederlandse fauna. Uit bodemvondsten is gebleken dat hij hier vroeger talrijk was. In de Middeleeuwen werd de grijze zeehond door de mens uitgeroeid in de Waddenzee. De terugkeer van de grijze zeehond begon omstreeks 1980. Doordat de soort in Groot-Brittannië een betere bescherming kreeg, groeide de populatie daar en zwierven de dieren uit naar andere delen van de Noordzee en de Waddenzee. Grijze zeehonden zijn zeer mobiel. Uit onderzoek met gezenderde zeehonden bleek dat ze vanuit de Waddenzee bijvoorbeeld oversteken naar Schotland.
De grijze zeehond is in de Waddenzee veel minder algemeen dan de gewone zeehond. In het Nederlandse deel zijn twee kolonies aan weerszijden van de vaargeul naar Terschelling en Vlieland. De laatste jaren (sinds ongeveer 2000) komt op de Noorderhaaks ten westen van Texel een groep van ongeveer 50 grijze zeehonden voor. Zo nu en dan wordt de soort in het Zeeuwse kustgebied gezien. Heel af en toe duikt de grijze zeehond ook in zoet water op, zoals in december 2005 in het Heegermeer in Friesland.
In de Nederlandse wateren groeien de aantallen gestaag. Begin 1980 werden er nagenoeg geen grijze zeehonden in het gebied gezien. In 1992 bijvoorbeeld bedroeg het getelde maximum aantal 150. Begin 2003 ging het om ruim 1000 volwassen dieren. In 2006 waren er 1786 grijze zeehonden geteld in het Nederlandse waddengebied.
Ontwikkeling van de Duitse populatie
De oudste kolonie grijze zeehonden in Duitsland leeft in het waddengebied, op een zandplaat ten westen van Amrum. Deze kolonie telde in 2005 zo'n 150 tot 200 dieren.
In 2001 werd op de zandplaat Düne bij Helgoland de eerste grijze zeehondenpup geboren. Dit was het begin van de vestiging van een kolonie, die rond 2007 gemiddeld 70 volwassen dieren groot was.
Vanaf 2005 is er sprake van de vestiging van een groep grijze zeehonden op de Kachelotplatte in het Nedersaksische deel van de Duitse Waddenzee. Er werden daar die winter 19 pups geboren.

Onder meer vanwege het veranderlijke karakter van de zandbanken waarop de grijze zeehond jongen krijgt, is de toekomstige ontwikkeling van de populatie moeilijk te voorspellen. Voorlopig ziet het er naar uit dat de soort op enkele zandbanken in het westelijke waddengebied vaste voet aan de grond heeft gekregen. Mogelijkheden op de eilanden, waar de dieren geen last van hoge waterstanden zouden hebben, zijn beperkt. De belangrijkste ligplaatsen blijven echter de wateren rond de Schotse eilanden en de Britse oostkust.
Vluchtheuvels in plaats van massale opvang
De groeiende populaties grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee krijgen steeds meer jongen. Bij hoogwater en storm spoelen deze van de vlakke zandplaten waar ze worden grootgebracht en belanden ze uiteindelijk in de opvangcentra. Zeehondencrèche Lenie 't Hart in Pieterburen kon de toestroom van jonge grijze zeehonden in de winter van 2006-2007 niet aan, trof allerlei noodvoorzieningen en gebruikte dit voorval om te pleiten voor een grootschalige uitbreiding van de opvang. Ecomare kwam met een ander plan: pak het probleem bij de bron aan. Omwille van de rust zijn de grijze zeehonden nu voor het grootbrengen van de jongen aangewezen op verlaten zandplaten. De hoger gelegen, en dus stormveilige, kusten in het waddengebied worden allemaal te vaak verstoord. Met eenvoudige maatregelen, zoals het plaasten van rietschermen, kunnen enkele zandplaten worden opgehoogd tot effectieve vluchtheuvels voor de grijze zeehonden.
Pups eerder geboren
Grijze zeehonden in de Waddenzee krijgen steeds vroeger in de winter jongen, zo blijkt uit tellingen uit vliegtuigen in 2006 door IMARES. Dat kan het gevolg zijn van een groeiende populatie die meer oudere zeehonden heeft die eerder in het seizoen jongen. Het zou ook een gevolg van klimaatverandering kunnen zijn, maar om dat vast te stellen is nog veel onderzoek nodig.
Reservaten op de Orkney's
De eilanden Faray en Holm of Faray, die beide deel uitmaken van de Orkney-archipel in het Noorden van de Noordzee, zijn in 2006 aangewezen als speciale beschermingszone in de zin van de Europese Habitat-richtlijn. Op deze eilanden komen grote kolonies grijze zeehonden voor die veel jongen grootbrengen.
Op 1 augustus 1999 heeft de Scottish Wildlife Trust het onbewoonde eiland Linga Holm aangekocht. Op dit eiland met een oppervlakte van 56 hectare huist een grote kolonie grijze zeehonden. De organisatie wil bij de autoriteiten lobbyen om een beschermde status voor het eiland te verwerven.
Weblinks
Zwemroutes van twee gezenderde zeehonden:
http://www.zeeinzicht.nl/html/trek_zeehond/grijzeZeehond2005.html
Voor meer informatie over grijze zeehonden in het Verenigd Koninkrijk:
http://www.jncc.gov.uk/ProtectedSites/SACselection/species.asp?FeatureIntCode=S1364.
Namen:
Ned: Grijze zeehond (kegelrob)
Eng: Grey seal
Fra: le phoque gris
Dui: Kegelrobbe (Grauer Seehund)
Lat: Halichoerus grypus
Dan: Grisæl
Nor: Havert (grisel)
