Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Duinflora

    Duinflora - Foto van Sytske Dijksen, © Foto Fitis: - www.fotofitis.nl -

    Het duin kent veel verschillende vegetaties. De flora van de stuivende zeereep, met helm, zandhaver en blauwe zeedistels is heel anders dan die van jonge duinvalleien achter de zeereep, met vlierbosjes en duindoornstruiken. In oudere duinen is er een groot verschil tussen de vegetatie van de noordhellingen (gematigd klimaat, veel kraaiheide en eikvaren), de zuidhellingen (sterk wisselend klimaat, veel korstmossen) en de vlaktes (meestal heidevelden).

    Duinvorming

    In duinen treedt successie op. De reeks begint met zeeraket en biestarwegras die beide kunnen kiemen op het vloedmerk. Deze planten houden zand vast en vormen zo het begin van een duintje. Helm volgt als er zoet water in het duintje te vinden is. Ook zandhaver is dan al aan te treffen. Er wordt nog meer zand vastgehouden en op luwe plekken verschijnen blauwe zeedistel en zandteunisbloem.

    In de beschutting van de eerste aaneengesloten duinenrijen groeit duindoorn. De duindoornstruiken vormenn ondoordringbare stekelbossen. Duindoorn is een belangrijke plant voor het duin, hij brengt via wortelknolletjes voedingsstoffen (stikstof) in de bodem. Die voedingsstoffen worden door de duindoorn zelf weer gebruikt, maar er blijft voldoende over om de groei van andere planten mogelijk te maken. In de buurt van duindoorns zien we dan ook dikwijls dichte vlierbosjes en een bodembegroeiing van brandnetels en braam.

    Door de aanwezigheid van planten komt er ook humus in de bodem. Het verteerde bladafval betekent voedsel voor weer andere soorten. Grassen en mossen gaan zich uiteindelijk sterk ontwikkelen en leggen het duin vast; er komt een eind aan het verstuiven.

    Verwaaide meidoorn in de winter - Foto van Sytske Dijksen - © Foto Fitis - www.fotofitis.nl

    Heidegrens

    Bij Bergen aan Zee, in Noord-Holland, ligt een opmerkelijke grens.Ten zuiden van de grens is het duinzand kalk- en voedselrijk, ten noorden van de grens is het duinzand veel voedselarmer. Op rijke grond overwoekeren de grotere struiken de heide. In het duingebied ten zuiden van Bergen groeien kardinaalsmuts, populieren, beuken. Ten noorden van Bergen kunnen zich in het duingebied grote heidevelden handhaven. De grens bij Bergen heet dan ook de heidegrens.

    In het zeezand waaruit de jonge duinen bestaan, zitten nog zoveel mineralen dat de heide er niet wil groeien. Pas als de duinen ouder worden en de mineralen met het regenwater naar de diepte zijn gespoeld, krijgt de heide een kans. Heide groeit dus alleen maar in oudere duinen.

    In de jongere duinen, die vlak bij zee liggen, is er minder verschil tussen het noordelijke en het zuidelijke duingebied. Daar is de invloed van de zeewind dominant. En in de jonge noordelijke duinen is nog wel kalk aanwezig, die de zee zelf aan het zand heeft toegevoegd in de vorm van schelpen. Na verloop van enkele eeuwen spoelt deze kalk eruit. Langs schelpenpaadjes in de noordelijke duinen kom je planten tegen, die normaal kenmerkend zijn voor de kalkrijke duinen in het zuiden. Voorbeelden zijn slangekruid en duinsterretje (een mossensoort). Dat komt door de kalk van de schelpenpaadjes.

    Wilde kamperfoelie, Lonicera periclymenum, Honeysuckle, Chevrefeuille des bois, Wald-Geissblatt - Foto Sytske Dijksen, © Foto Fitis: - www.fotofitis.nl -

    Drie soorten heide

    Ten noorden van de heidegrens zijn de oude duinen dicht begroeid. De hoge kraaiheidepollen worden afgewisseld door lage bosjes met kruipwilg en braam. Tussen de lage struiken slingeren zich de taaie ranken van de kamperfoelie.

    Naast de kraaiheide vinden we meer landinwaarts ook een andere heidesoort: de struikheide. Heidestruiken sterven na een tiental jaren weer af. Op de opengevallen plaatsen krijgen de mossen en korstmossen een kans, tot er op een gegeven moment weer heideplantjes ontkiemen. Op de vochtige plekken groeien de mooiste plantjes, zoals zonnedauw, klokjesgentiaan en tormentil. Daar vinden we ook een derde heidesoort: de dopheide.

    Noord- en zuidhellingen

    Als de duinen wat ouder zijn en uitloging en ontkalking plaats vinden, komen interessante verschillen aan het licht tussen de noordhelling en de zuidhelling van een duin. Op de noordhelling hebben zich heidesoorten gevestigd. Vooral de plantengemeenschap met kraaiheide en eikvaren is typerend. Struikheide komt meer landinwaarts op noordhellingen voor. De planten op de zuidhelling hebben het zwaar te verduren. De temperatuur wisselt zeer sterk. Op zonnige dagen kan de temperatuur oplopen tot zo'n 50 graden Celsius. Ook kunnen er zeer droge perioden optreden. De planten die zich daar willen handhaven moeten goed aangepast zijn aan dit extreme milieu. De vegetatie bestaat uit mossen en korstmossen met daartussen polletjes buntgras. Het hondsviooltje komt ook aan deze zijde van het duin voor. Wanneer konijnen het duin gevonden hebben, komen er ook veel kruiden voor, waaronder echt walstro en duinvleugeltjesbloem. Uit het verschil in begroeiing tussen de twee hellingen blijkt dat de sterkte van de dynamiek invloed heeft op de uiteindelijke climax-situatie.

    stuivende zeereep
    jonge duinvalleien
    oudere duinen
    Ga naar Helm
    helm
    Ga naar Zandhaver
    zandhaver
    Ga naar Blauwe zeedistel
    blauwe zeedistel
    Ga naar Zeeraket
    zeeraket
    Ga naar Biestarwegras
    biestarwegras
    Ga naar Zeepostelein
    zeepostelein
    Ga naar Vlier
    vlier
    Ga naar Duindoorn
    duindoorn
    Ga naar Heidefamilie
    heide
    Ga naar Eikvaren
    eikvaren
    Ga naar Korstmossen
    korstmossen
    Ga naar Orchideeënfamilie
    orchideeën
    Ga naar Ruwe berk
    ruwe berk
    Ga naar Hondsviooltje
    hondsviooltje
    Ga naar Lijsterbes
    lijsterbes
    Ga naar Kruipwilg
    kruipwilg
    Ga naar Meidoorn
    meidoorn
    Ga naar Duinroos
    duinroos
    Ga naar Kamperfoelie
    kamperfoelie
    Ga naar Mossen
    mossen

    Bron: de Vleet, Ecomare