Borden-visserij | ![]() |

Bordentrawlers zijn vissersboten met netten waarbij aan de zijkanten scheerborden zijn bevestigd. Bij verplaatsing door het water scheren de borden naar buiten waardoor het net in horizontale richting wordt opengetrokken. Deze techniek kan zowel voor de bodemvisserij als voor de visserij in de waterkolom (pelagische visserij) worden gebruikt. Tot 1960 visten de Nederlandse vissers voornamelijk met bordentrawls eerst vooral op platvis, later ook op rondvis ( kabeljauw) en haring. Daarna werden in de bodemvisserij de klassieke borden verdrogen door de boomkor. Moderne vistuigen, zoals twin- of multirigging, die gericht zijn op de besparing van scheepsbrandstof, maken weer gebruik van scheerborden.

Alternatief voor de boomkor?
Omdat veel kritiek bestaat op de boomkorvisserij met wekkerkettingen (de zeebodem wordt plaatselijk stevig omgeploegd wat ten koste kan gaan van het bodemleven) heeft men onderzocht of de bordenvisserij uit milieu-oogpunt een betere keuze zou zijn. Ook de bordentrawler schraapt over de zeebodem. Maar de sporen van de borden zijn veel smaller, meestal minder dan een meter breed. Beide visserijmethoden zorgen ervoor dat samen met de gewenste vis ook veel ondermaatse vis en zeesterren, zee-egels en verschillende schelpdieren meegevangen worden. Bij de boomkorkotters gaat het echter om grotere hoeveelheden dan bij de bordentrawlers.
In dit onderzoek is ook het energiegebruik van beide methodes vergeleken. Het brandstofverbruik wordt voor het grootste deel bepaald door het stuwvermogen van de schroef. Dat stuwvermogen moet groot genoeg zijn om de vistuigen met voldoende snelheid over de bodem voort te slepen. Bij de boomkor gaat geen extra kracht verloren om het vistuig in horizontale richting open te houden. Bij de bordentrawl is hiervoor ongeveer de helft van het motorvermogen nodig, vanwege de grotere weerstand. Per hoeveelheid gevangen vis is het energiegebruik met de borden hoger dan met de boomkor.

Twinrigging en multi-rigging
Twinrigging is een moderne vorm van bordenvisserij waarbij twee sleepnetten met elkaar zijn verbonden. De scheerborden zitten aan de buitenzijden van de constructie en tussen de netten in zitten sloffen, zware gewichten die over de zeebodem kunnen glijden. Een kleine kotter kan op deze manier met vrij weinig vermogen en met lage snelheid een groot bodemoppervlak bevissen. Twinrig visserij is sterk in opkomst als alternatief voor de boomkorvisserij. Het is milieuvriendelijker want er is minder dieselverbruik en minder bodemberoering. Bij multirigging worden meer dan twee netten gekoppeld, bijvoorbeeld drie paren van twee netten.
Binnen de Nederlandse visserijvloot zijn twin- en multirigsystemen vooral in opkomst bij de Wieringer vissers die noorse kreeftjes vangen. Ook een toenemend aantal Urker scholvissers gaat over op de twin.
De Deense nettenfabrikant Nordsøtrawl ontwikkelt voor de multirig-systemen netten die een groter drijfvermogen hebben, en zo nog sterker meehelpen aan de brandstofbesparing.
Outrigging
Voor een twin- of multirigtuig moet een boomkorkotter meestal worden omgebouwd om op het achterdek voldoende ruimte te maken voor de nettentrommels. Dat kost veel geld. Voor visserijbedrijven die deze investering niet aankunnen, en toch willen overstappen op een visserijmethode die minder brandstof kost, biedt outrigging misschien uitkomst. Twee netten met scheerborden worden met behulp van de gieken van een boomkorkotter aan weerskanten van het schip neergelaten. In 2006 en 2007 experimenteerden vier Urker vissers met deze methode en in 2007 ging ook een Texels bedrijf het avontuur aan.
Vissen met de outrig bespaart ongeveer de helft van de brandstofkosten. Maar de opbrengsten zijn anders. Aan schol en noorse kreeften kan per liter scheepsdiesel meer worden verdiend met de outrig dan met de boomkor. Voor de vangst van tong, tarbot en griet is de balans voor de boomkor gunstiger. Het outrigtuig beroert 22 procent minder zeebodemoppervlak dan een boomkortuig en ook het percentage ongewenste bijvangst is beduidend lager.
Bron: de Vleet, Ecomare
