Home

Zoeken

Zoek in 6439 artikelen


    Boomkorvisserij

    Techniek boomkorvisserij - Tekening van Oscar Bos. -

    Een boomkor is een vistuig dat wordt opengehouden door een stalen buis. Aan de uiteinden van de buis zitten sloffen. Een kotter sleept twee van deze korren over de zeebodem. Op het wad en in de kustwateren wordt de boomkor gebruikt voor de vangst van garnalen. Men doet dat met een rollenpees: een touw met ronde klossen die over de bodem rollen en de garnalen opschrikken. Voor de vangst van platvis worden de korren voorzien van zware kettingen die over de zeebodem schrapen. Een energie-besparende vorm van vissen is de pulskorvisserij. Ook wordt er gewerkt aan een zweefkor die net boven de bodem zweeft.

    De platvisvisserij met boomkorren vindt voornamelijk plaats in de zuidelijke en centrale Noordzee, in het kustgebied en in de zeegaten. De boomkorvisserij is voor Nederland de belangrijkste vorm van bodemvisserij. Nederland bezit de grootste en modernste boomkorkottervloot. Ongeveer 80% van alle door Nederlanders gevangen vis komt via de boomkor boven water. Voor België ligt dit percentage op ongeveer 65%.

    Boomkor voor de vangst van platvis - Foto van Karien Blankenburgh -

    De kotters met een groot vermogen hebben tuigen tot 12 meter breed en een gewicht van circa 9000 kilo. De boomkorren zijn aan de onderkant uitgerust met tien tot twintig kettingen die de vis, vooral schol en tong, uit de zeebodem moeten opjagen.

    Op gronden waar veel stenen liggen worden de wekkerkettingen soms vervangen door een mat van kettingen. Het risico dat het vistuig kapot gevaren wordt is dan veel kleiner.

    Wanneer een snel schip met te lichte boomkortuigen vaart, bestaat de kans dat de vistuigen door de snelheid die het schip maakt, omhoog komen en niet meer vissen. Omdat er met een zwaarder tuig meer vis gevangen wordt, zijn de Nederlandse schippers met steeds krachtigere schepen en dus ook zwaardere boomkortuigen gaan varen. Kwam het motorvermogen in 1972 nog niet boven de 1100 pk uit, tegenwoordig is een vermogen van 2000 pk eerder regel dan uitzondering. Daarmee is deze vorm van visserij energie-intensief. Een boomkorkotter van 2000 pk heeft na een vierdaagse visreis gemiddeld 4 liter gasolie per kilo gevangen platvis verbruikt. Omdat de olieprijzen zo hoog zijn, wordt de ontwikkeling van de brandstofbesparende pulsvisserij en de zwevende boomkor door de vissers met belangstelling gevolgd.

    De kinderkamers voor Noordzee-vis (de twaalfmijlszone en de scholbox) zijn verboden gebied voor boomkorkotters met meer dan 300 pk motorvermogen.

    Van bordenvissers naar bokkenvissers

    Tot 1960 werd door de Nederlandse vissers voornamelijk met bordentrawlers gevist, eerst vooral op platvis, later ook op rondvis. De Duitse garnalenvissers hebben altijd met de boomkor gevist. Door het toepassen van gieken werd de boomkor beter handelbaar en kon met twee tuigen tegelijk gevist worden. Later is dat systeem overgenomen door de Nederlandse garnalenvissers; eerst alleen op de Waddenzee, vanaf ongeveer 1950 ook buitengaats. De resultaten waren zo goed dat uiteindelijk alle garnalenvissers zijn overgeschakeld op de boomkor. Door de goede resultaten van de garnalenvissers werd met de boomkor ook geprobeerd op platvis te vissen. De stalen pijp aan de voorzijde van het net maakt het mogelijk meer kettingen over de bodem te slepen (in vergelijking met een net dat door scheerborden wordt opengehouden). De grotere hoeveelheid kettingen zorgt voor extra vangst, vooral bij vissoorten als tong. Omdat dit ook goede resultaten opleverde, zijn nog voor 1960 een aantal vissers overgeschakeld op de boomkorvisserij. De traditionele bordentrawler raakte na 1960 buiten gebruik.

    Boomkorkotter - Foto van Sytske Dijksen -

    De visserij met boomkorren wordt door de vissers zelf overigens vaak 'bokken-visserij' genoemd. Een kotter met boomkortuig heet ook wel een 'bokker'.

    Verspreiding van de boomkorvisserij

    De vissers registreren waar en wanneer ze vissen. Deze gegevens worden verzameld in de VIRIS-databank, waarin voor vakken van 30 bij 30 zeemijl is aangegeven hoe vaak er in een vak is gevist. De onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee ( NIOZ) baseerden zich begin jaren negentig op deze VIRIS-databank en concludeerden hieruit uit dat de grotere Nederlandse kotters iedere vierkante kilometer van het Nederlandse deel van de Noordzee buiten de twaalfmijlszone gemiddeld één tot twee keer per jaar bevissen. Enkele gebieden in de zuidelijke Noordzee worden volgens deze berekening drie tot zeven maal per jaar bevist.

    Onderzoek van het RIVO heeft uitgewezen dat de boomkorvisserij zich concentreert op een kleiner deel van de Noordzee dan men tot nu toe aannam. Het rapport 'De Microverspreiding van de Nederlandse boomkorvisserij' verscheen in het voorjaar van 1997.

    24 Nederlandse boomkorkotters voeren 3 jaar lang met een apparaatje aan boord, dat iedere 6 minuten de positie van het schip wegschreef. Bovendien hielden de vissers in een logboek bij hoeveel vis ze vingen. Op deze manier kon men per vakje van 3 bij 3 zeemijl bepalen hoe vaak het werd bevist.

    De 24 kotters vormen ongeveer een tiende deel van de Nederlandse grote kottervloot. Men moest de gegevens dus doorberekenen naar de hele vloot, waardoor er wel wat onzekerheden in de uitkomst zitten. Niet alle vissers zullen het geanalyseerde patroon volgen.

    Van de 125 duizend vierkante zeemijl die de Noordzee groot is, beviste de Nederlandse vloot volgens de uitkomsten van dit onderzoek in totaal 50 duizend vierkante zeemijl. 70% van dat oppervlak werd minder dan één maal per jaar bevist. 14 duizend vierkante zeemijl wordt meer dan twee keer per jaar bevist.

    De Nederlandse boomkorvisserij lijkt zich te concentreren op een brede strook langs de kust, direct buiten de twaalfmijlszone en op enkele verspreid liggende visgronden verderop in de buurt van de Doggersbank, de Duitse bocht en ten noorden van het Friese Front. De diepere delen van de Noordzee, en de gronden die door gebrek aan stroming en weersinvloeden relatief rustig zijn, worden zelden tot zeer zelden bevist.

    De Nederlandse vissers registreren waar en wanneer ze vissen en met welk vistuig. De vangstgegevens worden verzameld in het Visserij Registratie en Informatie Systeem (VIRIS), dat in 1990 is opgezet. Alle vangstgegevens worden per vak van 30 x 30 mijl (circa 0,5 breedtegraad x 1 lengtegraad) geregistreerd, waardoor een beeld van de visserij-inspanning ontstaat.

    De Nederlandse boomkorvisserij lijkt zich te concentreren op een brede strook langs de kust, direct buiten de twaalfmijlszone en op enkele verspreid liggende visgronden verderop in de buurt van de Doggersbank, de Duitse bocht en ten noorden van het Friese Front. De diepere delen van de Noordzee, en de gronden die door gebrek aan stroming en weersinvloeden relatief rustig zijn, worden zelden tot zeer zelden bevist.

    Het F-project

    Beperkende maatregelen, zoals gesloten gebieden, quota en minimum maaswijdtes zijn gebaseerd op visserijbiologisch onderzoek. Vissers waren het vaak niet eens met de uitkomsten van het onderzoek omdat zij op basis van hun eigen vangsten een heel andere indruk kregen van de visstand. zijn, Om deze tegenstelling te overbruggen is het F-project opgezet, een samenwerkingsverband tussen Noordzeevissers en biologen. De 'F' staat voor 'Fishing mortality', de parameter die door wetenschappers gebruikt wordt om de sterfte van de vis door visserij te beschrijven.

    Het project is opgezet om beter inzicht te krijgen in de manier waarop de vangst van de vissers iets kan vertellen over de groottes van de platvisbestanden ( schol en tong) en het beheer ervan. In 2002 deed een veertigtal vissers mee. Door zelf aan het onderzoek bij te dragen, kunnen de vissers meer vertrouwen krijgen in de TACs en quotering.In mei 2008 was de methode voor het bepalen van de visstand klaar, en vissers en IMARES-biologen waren het erover eens. De enige drempel voor het gebruik van de methode lag toen nog bij de ICES.

    Gevolgen voor het zeeleven

    Zeebodem, voor en na omwoelen door een boomkor met zware wekkerkettingen - Archief Ecomare -

    Begin 1998 werd door het NIOZ en het RIVO-DLO het rapport ' Impact-II ' uitgebracht. Hierin worden de onderzochte effecten van de verschillende visserijtypen op de ecosystemen van de Noordzee en de Ierse Zee beschreven. Dertien instituten van vijf EU-lidstaten hebben samengewerkt aan dit onderzoek

    Uit het onderzoek bleek, heel kort gezegd, dat na een boomkortrek per kilo opgehaalde bijvangst nog eens 2,5 tot 3,5 kilo schelpdieren, krabben en kreeften beschadigd op de zeebodem achterbleef. Verdere conclusies zijn onder andere:
    - De korren laten een zichtbaar spoor op de zeebodem achter. De wekkerkettingen ploegen 4 tot 8 centimeter diep. Afhankelijk van de lokale omstandigheden verdwijnen de sporen na 37 uur (bij boomkor in een gebied met fijne sedimenten en blootgesteld aan getijdenstromingen) tot 18 maanden (borden trawl op een slikkig sediment in een beschut gebied).
    - De soortendiversiteit is hoger in onbeviste gebieden dan in beviste, verstoorde gebieden.
    - Ondanks de hoge sterfte van de kleine vissen als bijvangst en de meeste ongewervelde diersoorten, is deze sterfte toch zeer laag (een aantal procenten) wanneer het gezien wordt als percentage van de dichtheid van deze dieren op de zeebodem vóór het passeren van het vistuig.
    - Het bordentrawlen graaft duidelijk minder diep in de zeebodem dan het boomkorren; tevens geeft het bordentrawlen minder directe sterfte bij ongewervelde soorten.
    - Schepen met kleine boomkorren richten evenveel schade per vierkante meter aan als vaartuigen met grote boomkorren.
    - De conclusie is dat waargenomen veranderingen in de bodem-leefgemeenschappen op de langere termijn zeker ook worden veroorzaakt door de directe en indirecte effecten van de visserij, en niet alleen door eutrofiëring, klimatologische veranderingen en/of vervuiling.

    Verbeterde technieken

    Verschillende instituten, waaronder IMARES-IJmuiden, doen onderzoek naar verbeteringen van de techniek van de platvisvisserij. Kunnen de vistuigen van boomkorkotters zo aangepast worden dat de nadelige effecten op het bodemleven in zee verminderen en wat zijn de effecten daarvan op de vangsten? Welke techniek levert de grootste brandstofbesparing op?

    Een alternatief is om de wekkerkettingen van de boomkor te vervangen door een apparaatje dat met behulp van stroomstoten de vis opschrikt: de pulskor. Ook is geëxperimenteerd met boomkorren met een waterstraal in plaats van wekkerkettingen.

    De bordentrawl, waarmee vóór opkomst van de boomkor op platvis werd gevist, biedt een oplossing voor het probleem van de bodemverstoring. De klassieke bordenvisserij met één net is echter veel minder lonend, en kost ook per kilo gevangen vis veel meer energie. De moderne variant ervan (het twinriggen) lijkt echter het meest aantrekkelijke milieuvriendelijke alternatief.

    Texelse vissers experimenteren met de sumwing, een boomkortuig met een horizontale vleugel, die ervoor zorgt dat de weerstand van het sleepnet veel lager wordt.

    In 2006 is op de UK95 geëxperimenteerd met een combinatie van het vissen met twee gekoppelde netten, opengehouden door een nieuw ontwikkelde boom. Deze boom wordt de 'twin-fly-beam' genoemd, in vissersjargon heet deze vorm van vissen 'twin-bokkenvisserij'.

    Tenslotte is de ankerzegen-methode weer in opkomst.

    Ombouwkosten

    Het omschakelen van de boomkorvisserij naar een milieuvriendelijker methode vergt een aanzienlijke investering. Onderstaande tabel laat dit zien voor de omschakeling van boomkor naar twinriggen:

    vaartuig
    eurokotter
    grote boomkorkotter
    verbouw schip voor twinrig
    90.000*
    200.000*
    aanschaf twinrigtuig
    20.000*
    36.000*
    besparing brandstof per weekreis
    8-12 ton
    3-5 ton
    benodigde besomming per week om schip rendabel te kunnen opereren
    13.600*
    25.000*
    *(in euro's)
    bron: RIKZ
      

    Voor de ombouw van boomkor- naar ankerzegenvisserij liggen de kosten nog aanzienlijk hoger. Voor een eurokotter gaat het dan om ongeveer 225.000 euro.

    Weblinks

    Schematische voorstelling van boomkorvisserij:
    http://www.greenpeaceweb.org/oceanen/boomkorvisserij.pdf

    Kaart van bodemverstoring door de boomkorvisserij:
    http://www.ngo.grida.no/wwfneap/Projects/Reports/PDF_Maps/North_Sea_bottom_trawl.pdf

    Stichting de Noordzee over boomkorvisserij:
    http://www.noordzee.nl/dossiers_artikelen.php?mainID=3&subID=22

    Nieuws over het samenwerkingsproject (F-project) tussen vissers en biologen:
    http://www.visserijnieuws.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=13110&Itemid=40

    Meer informatie over de berekening van het vangstsucces op basis van VIRIS en het F-project:
    http://www.rivo.dlo.nl/RIVO_MAIN/RIVO_MAIN.asp?DBSOURCE=D:/sites/RIVO/DB/RIVO_MAIN/MAIN.mdb&LevelGroupID=1&OptionID=39&LevelID=39&PageID=37&LanguageID=2&ContentTemplate=Content_2PP.asp&MainTemplate=RIVO_MAIN.asp&CONTENTREF=19

    Bron: de Vleet, Ecomare