Home

Zoeken

Zoek in 6527 artikelen


    Bijvangsten

    Bijvangsten zijn een groot probleem: zo wordt er voor elke kilo platvis nog 0,28 tot 0,55 kilo andere dieren gevangen waar niet op wordt gevist. Bijvangst wordt weer over boord gezet, maar de meeste dieren overleven het niet. Maatregelen zoals het instellen van grotere maaswijdtes moeten de bijvangst beperken. Ook veel zeezoodieren zijn het slachtoffer van visserij. Zo vinden wereldwijd dagelijks bijna 1000 walvissen, dolfijnen en bruinvissen de dood in netten en vistuig.

    Bijvangst door boomkorvisserij

    De boomkorvissers halen nogal wat bijvangst naar boven, waaronder vis ( kabeljauw, schar, rode en grauwe poon, ondermaatse tong en schol, maar ook zeldzamere soorten zoals haaien en roggen), zeesterren en schelpdieren. Hierbij worden twee soorten bijvangst onderscheiden: waardevolle bijvangst (verhandelbare vissoorten en kreeftachtigen, waar niet gericht op gevist werd) en bijvangst die na het sorteren overboord gaat (de discards).

    Over de hoeveelheden van de bijvangst bestaan sterk uiteenlopende schattingen: van 2 tot 6 kilo ongewenste bodemdieren en -vissen per kilo platvis (schatting Greenpeace) tot gemiddeld 0,45 kilo bijvangst per kilo platvis (schatting IMARES). Volgens IMARES waren de bijvangsten door de platvisvisserij in de jaren ervoor sterk teruggelopen door verschillende oorzaken: het instellen van een verplichte grote maaswijdte boven de 56 graden Noorderbreedte, het instellen van scholbox en de markt die er is ontstaan voor schar en bot. De markt voor schar en bot heeft er inderdaad voor gezorgd dat er minder discards zijn, maar de vangst van deze soorten zelf blijft natuurlijk gelijk.

    Bijvangst van bruinvissen

    Onderzoek aan bruinvissen door Naturalis in de periode 1990-2000 toonde aan dat de helft van de aangespoelde bruinvissen de dood had gevonden door bijvangst. Het lijkt erop dat de staandwantvisserij, die in andere landen zoals Denemarken, Duitsland en Engeland wel veel schade veroorzaakt, in Nederland niet zoveel slachtoffers eist. De mazen van de netten zijn in Nederland namelijk kleiner dan deze landen. Een grotere kanshebber is de visserij met grote sleepnetten, die op prooisoorten van de bruinvis vist. Ook de boomkorvisserij kan slachtoffers veroorzaken.

    Pingers om zeezoogdieren te waarschuwen

    Pingers zijn apparaatjes die een geluidssignaal afgeven dat dolfijnen, bruinvissen en zeehonden moet afschrikken. De Europese Unie schrijft voor dat ze vanaf 2007 geplaatst moeten worden op visnetten. Maar TNO-onderzoeker Wim Verboom vindt het een onbezonnen actie. Volgens hem loopt de gevoeligheid voor geluid bij de verschilllende zeezoogdieren namelijk zover uiteen, dat bepaalde soorten er niets van zullen merken en alsnog het net inzwemmen, terwijl andere gehoorschade oplopen. Omdat de te vangen vis juist niet afgeschrikt moeten worden door de pingers, is in Zeeland onderzoek gedaan naar het gedrag van vissen bij de verschillende typen pingers. Een aantal vissen reageerde inderdaad op de geluiden. Het is daarom aan de overheid om de specificaties voor de pingers zo te stellen dat vissen er geen last van hebben en dolfijnen erdoor afgeschrikt worden. Volgens Amerikaanse onderzoekers is een extra complicatie, dat nieuwsgierige zeezoogdieren mogelijk juist door pingergeluid worden aangetrokken.

    Weblinks

    Rapport over pingers:
    http://www.leidenuniv.nl/cml/ssp/students/richard_franse/acoustic_deterrent_nl.pdf

    Bron: de Vleet, Ecomare