Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Afvalverbranding op zee

    Van 1969 tot 1992 werd op de Noordzee chemisch afval verbrand. Per jaar ging het om honderdduizend ton vloeibaar afval met gevaarlijke organische chloorverbindingen, afkomstig van de chemische industrie.

    Men verbrandde op zee voornamelijk afvalstoffen die bij verwerking op het land grote risico's met zich mee brachten in de toenmalige verwerkingsinstallaties. De verbranding van organische chloorverbindingen levert onder meer zoutzuurgas op. Bij verbranding op het land zou dit gas zeer schadelijk zijn voor het milieu en voor de volksgezondheid. Op zee wordt zoutzuurgas door het zeewater snel geneutraliseerd.

    De verbrandingsschepen, zoals de Vulcanus en de Vesta, waren uitgerust met identieke verbrandingsovens. De verbranding van het afval vond plaats bij temperaturen van 1300 tot 1400 graden Celsius. Toch bleef er altijd afval over dat niet verbrandde of werden er nieuwe stoffen gevormd in de rookpluim. De verbranding van het afval op zee vormde zo een aanzienlijke bron van vervuiling van het zeemilieu. Greenpeace en andere milieuorganisaties hebben daarom jarenlang actie gevoerd tegen de verbranding.

    Op de Derde Noordzee-conferentie in 1990 kwamen de ministers van de Noordzeelanden overeen om het verbranden van afval op de Noordzee te verbieden per 31 december 1991. Op 23 juni 1990 werd dit besluit door de OSPARCOM overgenomen, zodat het verbod ging gelden voor het hele Noordoost-Atlantische zeegebied.

    Nederland stopte al in augustus 1989 met het verbranden van Nederlands afval op zee.

    Bron: de Vleet, Ecomare