Afvalconvenant voor de visserij | ![]() |
Sinds 1 januari 1995 functioneert het Convenant Afvalstoffen Visserij. Bijna 90% van de vissersvloot had in 2005 een abonnement bij de Stichting Financiering Afvalstoffen Visserij. De abonnementhouders kunnen in iedere Nederlandse vissershaven het oliehoudend afval inleveren. De hoeveelheid ingezameld afval begint door de werking van het convenant toe te nemen. Scheepsbezoeken door de Kustwacht en de waterpolitie in 1997 wezen uit dat de vissers nu doorgaans netjes omgaan met het afval.
De kosten van het jaarabonnement voor de inzameling van het oliehoudend afval hangen af van het scheepstype. Voor kleine schepen tot 295 pk gaat het om 250 euro voor 1000 liter bilge en afgewerkte olie en voor grote schepen met meer dan 1200 pk om 1250 euro voor 8000 liter. De preciese bedragen per scheepstype staan op de website van de Stichting Financiering Afvalstoffen Visserij. Verder mogen deze schepen 50 tot 350 kilogram klein gevaarlijk afval aan wal zetten, zoals vetten, poetsdoeken, verfblikken en batterijen. In 2002 werd er op deze manier in Nederland bijna 1,5 miljoen liter bilge en afgewerkte olie, en 72 duizend kilo klein gevaarlijk afval opgehaald.
Andere regelingen
De visserij trof eind 20e eeuw als één van de sectoren in de scheepvaart zelf een regeling met tien afvalinzamelaars in Nederlandse vissershavens. In Den Helder wordt de afgewerkte olie van vissersschepen al langer op abonnementsbasis ingenomen. En op Texel zorgt de plaatselijke visserijcoöperatie al jaren voor een eigen systeem van afvalinzameling en indirecte financiering. Daarvoor moesten de Helderse en Texelse vissers evenals hun collega's elders per keer betalen voor de afgifte van hun afval in de haven.
Om meer vissersschepen bij het afvalconvenant te betrekken, is een grotere variatie in tarieven nodig. Veel vissers betalen volgens hun zeggen relatief te veel, omdat ze de toegestane hoeveelheid oliehoudend afval nooit zullen inleveren. Bovendien bestaat nog veel verschil per regio. In Zeeland en in Flevoland mogen de vissers al hun afval gratis inleveren. Zij betalen daar indirect voor, via het havengeld. Een lidmaatschap van de SFAV zou 'dubbel betalen' betekenen.
De vissersschepen hebben hun bilgeboekje om de hoeveelheid olie aan boord bij te houden. Het Directoraat Generaal Goederenvervoer (DGG) wil met het Openbaar Ministerie en de havenbeheerders overleg gaan voeren over de naleving van de milieuregels voor de visserij. Of dat ook een strengere controle inhoudt van schepen zonder abonnement op de afvalinzameling, is nog niet duidelijk.
Volgens Theo Lursen van TC Waddenzee BV in Den Helder, één van de tien inzamelaars, moet de havenbeheerder een grotere rol krijgen in de afvalinzameling. Hij moet zich meer gaan bezighouden met de controle van het scheepsafval en de voorlichting rond de inzameling. Lursen is ook voorstander van het in elkaar schuiven van de regelingen voor de visserij, de recreatievaart en de zeeschepen.
Zeescheepvaart
Voor de zeescheepvaart bestaan er in de 36 havens van Nederland zogeheten havenontvangstinstallaties (HOI's), waar schippers hun olie-afval ën vast vuilnis kunnen inleveren. De vissersschepen mogen hiervan gebruiken maken, maar de gehanteerde tarieven zijn hoog. Veel vissers vonden ze te hoog. Het gevolg is dat een deel van het afval niet ingeleverd wordt. Hoeveel er door vissers geloosd wordt op de Noordzee en Waddenzee, is niet te zeggen. Alle lozingen op de Waddenzee zijn illegaal. Op de Noordzee mag ieder schip volgens het MARPOL-verdrag een beetje olie lozen. Volgens de meest recente cijfers wordt op de Noordzee jaarlijks illegaal 30.000 tot 40.000 ton olie geloosd en 1000 tot 2000 ton legaal.
Afval van de zeebodem
Vissers klagen er ook over dat ze steeds meer afval van de zeebodem opvissen. Ze willen niet opdraaien voor de kosten van inzameling van dat afval en gooien het afval weer in zee terug. Initiatieven om het afval naar vuilstortplaatsen aan land te brengen, zijn mislukt omdat daarvoor geen goede regeling bestaat. In 1992 zijn experimenten begonnen met vuilcontainers op vissersschepen. Maar voor het vervoer van het afval uit de netten over land moest betaald worden. Omdat de vissers daarvoor niet wilden opdraaien, gooien ze het afval weer in zee. De Helderse vissersvereniging Samenwerking schat dat alle vissersboten in Nederland samen tot enkele honderden tonnen afval per week opvissen. Volgens hem maken vooral schepen uit het voormalige Oostblok zich schuldig aan het in zee dumpen van huishoudelijk afval. In het afval zitten koelkasten en chemicaliën als verfresten.
In 2004 heeft Stichting De Noordzee een Marien Forum over afval in zee georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst werd met de diverse betrokkenen gesproken over de hoeveelheden afval die er door de Noordzee stromen, de rol van verschillende partijen als bron en oplossing van het probleem en knelpunten in de aanpak. Doel van de bijeenkomst was consensus te bereiken over de problematiek en tot oplossingen te komen over de aanpak van de problemen.
Project vuilvissen

Sinds 2000 hebben tien Texelse en Helderse kotters een 'big bag' aan boord om opgevist zwerfvuil te verzamelen. De deelnemers zijn de TX 4, 21, 32, 33 en 34, en de HD 3, 4, 7, 22 en 34. Aan het eind van elke reis hebben ze meestal meer dan 300 kilo vuil verzameld. Na 5 jaar is zo al 460 ton vuil uit zee opgevist. De vissers doen dit nog steeds met veel enthousiasme, ondanks het ontbreken van een financiële vergoeding. Wel staat Rijkswaterstaat garant voor de kosten van vervoer en verwerken van het afval. In 2005 is in IJmuiden een vuilvisproject van start gegaan, in 2007 een in Lauwersoog.

Weblinks
Website Stichting Financiering Afvalstoffen Visserij (ga naar 'passief vuilvissen'):
http://www.sfav.nl/
Bron: de Vleet, Ecomare
