Home

Wat waren de eerste zoogdieren?

De eerste zoogdieren verschenen aan het eind van het Trias, ruim 200 miljoen jaar geleden. In uiterlijk en waarschijnlijk ook in levenswijze leken zij op de huidige spitsmuizen.

De eerste zoogdieren zijn vooral bekend van kleine kaken en kiesjes. Deze zijn gevonden in aardlagen uit het Boven Trias en zijn zo'n 220 miljoen jaar oud. Dat betekent dat de zoogdieren bijna tegelijkertijd met de dinosauriërs ontstonden. De dinosauriërs zouden echter de daaropvolgende 160 miljoen jaar de dominante levensvorm op aarde zijn, terwijl de Mesozoïsche zoogdieren een obscuur bestaan leidden in de schaduw van de reuzenreptielen. Pas na het verdwijnen van de dinosauriërs, zo'n 65 miljoen jaar geleden, namen zoogdieren de rol van de belangrijkste gewervelde diergroep op het land over.

Hoe onderscheiden we de eerste zoogdieren van hun voorouders, de zoogdierachtige reptielen? Aan fossielen is niet af te lezen of ze hun jongen gezoogd hebben. We moeten dus naar andere kenmerken kijken.

Het oor en de tanden

Eén van de belangrijkste kenmerken van zoogdieren heeft te maken met de ontwikkeling van het oor. Daarin vinden we de gehoorbeentjes. Deze botjes zijn ontstaan uit botten die oorspronkelijk onderdeel waren van de onderkaak. Daardoor zit het kaakgewricht bij zoogdieren aan een ander bot vast dan bij reptielen. De vorm van de kaak is dus een bruikbaar kenmerk.

Een ander verschil tussen reptielen en zoogdieren is het gebit. Dat van zoogdieren is onderverdeeld in snijtanden, hoektanden, valse kiezen en ware kiezen. Bij zoogdierachtige reptielen hebben alle gebitselementen nog dezelfde basisvorm. Bij de eerste zoogdieren zijn deze echter al duidelijk van elkaar te onderscheiden. Een ander gebitskenmerk heeft te maken met de tandwisseling. Zoogdieren wisselen maar één keer in hun leven, reptielen wisselen meermaals. Voor zover we kunnen nagaan hadden vrijwel alle zoogdieren in het Mesozoïcum al een éénmalige tandwisseling van snijtanden, hoektanden en valse kiezen.

Verschillende vormen

Eén van de oudste zoogdiergroepen zijn de Haramyidae uit het Boven Trias van Europa. Andere vormen uit het Late Trias/Vroege Jura waren Morganucodon, Megazostrodon en Kuehnotherium. Van deze diertjes zijn vrij veel skeletresten bekend. Van Megazostrodon is zelfs een vrijwel compleet skelet gevonden in Zuid-Afrika. In al deze gevallen gaat het om kleine diertjes, met een lengte van zo'n tien centimeter. De grote oogkassen van Morganucodon geven aan, dat dit diertje waarschijnlijk vooral 's nachts actief was. Waarschijnlijk leken deze vormen in hun levenswijze sterk op de huidige spitsmuizen.

In de bouw van het skelet zijn vrij grote verschillen tussen de oudst bekende zoogdieren. Dit lijkt erop te duiden dat de verschillende groepen al enige tijd ieder hun eigen evolutie hebben doorlopen. Alhoewel de oudste vondsten van zoogdieren bekend zijn uit het Boven Trias, is het dan ook niet onwaarschijnlijk dat er al zoogdieren in het Midden Trias aanwezig waren.

Haar

Een typisch zoogdierkenmerk dat we nog niet hebben genoemd, is de aanwezigheid van haar. Ook haar wordt bijna nooit fossiel teruggevonden. Een aantal wetenschappers heeft echter haren van een multituberculaat teruggevonden in fossiele uitwerpselen uit het Paleoceen (60 miljoen jaar geleden) van China.

De Multituberculata waren een zeer succesvolle groep van Mesozoïsche zoogdieren, die zo'n 160 miljoen jaar geleden verscheen en pas ruim 50 miljoen jaar geleden uitstierf. Omdat zowel eierleggende zoogdieren, moderne zoogdieren als Multituberculata haar hadden, had waarschijnlijk de gemeenschappelijke voorouder van deze groepen ook al haar. Dat zou betekenen dat haar al vroeg in de evolutie van de zoogdieren is ontstaan en dat de vormen uit het Late Trias mogelijk al behaard waren.