Derdewereldorganisaties

betrokkenheid

Derdewereldorganisaties streven ernaar om de leefomstandigheden van arme mensen in ontwikkelingslanden te verbeteren. Met betrekking tot de biotechnologie houden zij zich vooral bezig met de invloed van genetisch veranderde gewassen op de wereldvoedselsituatie en op de kleinschalige landbouw in ontwikkelingslanden.

algemeen standpunt

Derdewereldorganisaties zijn van mening dat door biotechnologie de honger in de wereld niet zal verdwijnen. Ze zijn van mening dat kleinschalige en duurzame projecten, aangepast aan de lokale omstandigheden, meer mogelijkheden bieden om de voedselsituatie in ontwikkelingslanden te verbeteren dan genetisch veranderde gewassen.

ethische aspecten

Derdewereldorganisaties hebben vooral ethische bezwaren tegen de manier waarop sommige bedrijven omgaan met toepassingen van biotechnologie. Zij vinden dat het beeld van arme en hongerige mensen in bepaalde gevallen wordt misbruikt om de acceptatie van biotechnologie bij mensen te vergroten.

genetisch veranderen van

dieren

Derdewereldorganisaties zijn geen voorstanders van het genetisch veranderen van dieren.

planten

Derdewereldorganisaties zijn geen voorstanders van het genetisch veranderen van planten omdat hierdoor de leefomstandigheden van arme mensen in ontwikkelingslanden niet worden verbeterd.

micro-organismen

Derdewereldorganisaties doen geen uitspraak over het genetisch veranderen van micro-organismen.

toepassingen

landbouw en voeding

Derdewereldorganisaties zijn van mening dat genetisch veranderde gewassen uiteindelijk weinig zullen bijdragen aan een verbetering van de voedselsituatie of verhoging van de opbrengst in de landbouw in ontwikkelingslanden.

gezondheidszorg

Over de invloed van biotechnologie op de de gezondheidszorg doen derdewereldorganisaties geen uitspraak.

industrie en milieutechniek

Derdewereldorganisaties nemen geen standpunt in over toepassingen van biotechnologie in de industrie of in het milieu.

voedselveiligheid

Derdewereldorganisaties zijn tegen de verkoop van voedingsmiddelen waarin genetisch veranderde ingrediŽnten zijn verwerkt. Ze zijn van mening dat er teveel nadelen en risicos aan deze producten kleven en dat de langetermijneffecten voor de gezondheid nog onvoldoende zijn onderzocht. Zij noemen de volgende risico's:†

antibioticum-resistentie

Voor het maken van genetisch veranderde gewassen maken wetenschappers gebruik van zogenaamde 'hulpgenen', die weerstand veroorzaken tegen bepaalde antibiotica. Deze weerstand zou op ziekteverwekkende micro-organismen kunnen worden overgedragen waardoor deze moeilijker te bestrijden zijn.

voedselallergie

Via een genetisch veranderd organisme komen nieuwe eiwitten in ons voedsel terecht. Hierdoor kan voedselallergie ontstaan.

giftige stoffen

Het is mogelijk dat in genetisch veranderde gewassen nieuwe stoffen worden aangemaakt die schadelijk zijn voor de gezondheid.

milieuveiligheid

Derdewereldorganisaties vinden dat het telen van genetisch veranderde gewassen teveel risico's met zich meebrengt voor het milieu en de landbouw. Ze zijn van mening dat de langetermijneffecten onvoldoende bekend zijn. Zij noemen de volgende risico's:

biodiversiteit

Genetische eigenschappen die aan gewassen of dieren worden toegevoegd, kunnen het natuurlijk evenwicht verstoren. Zo is het mogelijk dat genetisch veranderde planten of dieren de wilde soorten verdringen. Daarnaast kan bijvoorbeeld een insecticide dat is ingebouwd om planten te beschermen tegen schadelijke insecten, ook dodelijk zijn voor nuttige insecten. Door dit soort effecten kunnen soorten ongewild verdwijnen en neemt de biodiversiteit af.

overwaaien van stuifmeel

Stuifmeel van genetisch veranderde gewassen kan via de wind onkruiden en gewassen van naburige boeren bestuiven. Hierdoor bestaat het gevaar dat de nieuwe eigenschappen ongewenst verspreid worden (uitkruising). Dit leidt tot 'genetische vervuiling'.

bedreiging ecologische landbouw

Via overwaaiend stuifmeel kan een gen van een genetisch veranderd gewas terechtkomen in een gewas van een ecologische boer. Hij kan zijn oogst dan niet meer als 'gentech-vrij' verkopen.

superonkruiden

Via overwaaiend stuifmeel kan een gen dat een gewas ongevoelig maakt voor een onkruidbestrijdingsmiddel, terechtkomen in onkruid. Dit onkruid wordt dan moeilijker te bestrijden. Het wordt 'superonkruid' dat voedingsgewassen kan overwoekeren.

afhankelijkheid van bestrijdingsmiddelen

Op genetisch veranderde gewassen die ongevoelig zijn voor een bepaald onkruidbestrijdingsmiddel, kunnen boeren dit bestrijdingsmiddel in theorie 'onbeperkt' gebruiken zonder dat het gewas sterft. Hierdoor bestaat de kans dat boeren veel gaan spuiten om zo hun veld schoon te houden van onkruid. Derdewereldorganisaties zijn bang dat hierdoor het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen eerder zal stijgen dan dalen. Verder zijn derdewereldorganisaties van mening dat we voor de toekomst moeten streven naar duurzame landbouw met beperkt gebruik van bestrijdingsmiddelen. Genetisch veranderde gewassen maken boeren daarentegen afhankelijk van deze chemische middelen.

resistentie

Door onkruidbestrijdingsmiddelen op grote schaal toe te passen, kunnen onkruiden op termijn ongevoelig worden voor deze middelen. Op dezelfde manier kunnen insecten weerstand opbouwen tegen genetisch veranderde planten met een ingebouwd insecticide. In beide gevallen is dat slecht nieuws voor de boer. Hij moet op zoek naar nieuwe middelen om onkruid en insecten te bestrijden.

keuzevrijheid

Derdewereldorganisaties zijn bezorgd dat consumenten straks geen producten meer kunnen kopen die vrij zijn van genetisch veranderd materiaal. Dan hebben consumenten helemaal geen keuze meer.

wereldvoedselsituatie

Derdewereldorganisaties zijn van mening dat door biotechnologie de honger in de wereld niet zal verdwijnen. Er is voldoende voedsel om de wereldbevolking te voeden, maar dit is niet gelijkmatig verdeeld. Biotechnologie is geen goede oplossing om de wereldvoedselsituatie te verbeteren. In plaats van de toepassing van hoogstaande technologieŽn pleiten derdewereldorganisaties voor een verbetering van de lokale productiviteit door middel van duurzame landbouwprojecten die zijn aangepast aan de lokale omstandigheden.

octrooien en de positie van bedrijven

Het verkrijgen van octrooien op genetisch veranderde organismen vinden derdewereldorganisaties een slechte zaak. Bedrijven mogen naar hun mening geen 'eigenaar' worden van planten en dieren omdat niemand de natuur kan bezitten.

Derdewereldorganisaties zijn van mening dat bedrijven teveel invloed hebben op de ontwikkeling van nieuwe gewassen. Zij denken dat bedrijven weinig moeite zullen doen om gewassen te ontwikkelen die aangepast zijn aan lokale omstandigheden. Daarvoor is de markt te klein, en kan er niet genoeg aan worden verdiend.

Boeren die genetisch veranderde gewassen verbouwen, moeten ieder jaar opnieuw zaden kopen van de zaadproducenten. Ze mogen hun zaaigoed niet meer opzij zetten voor het volgend jaar. Daarnaast kopen zij van dezelfde zaadproducenten de bestrijdingsmiddelen waarmee het gewas moet worden behandeld. Derdewereldorganisaties vinden deze dubbele afhankelijkheid slecht, bedrijven krijgen hierdoor teveel invloed op de landbouw en op de voedselvoorziening. Bovendien zijn alleen grote boeren in staat om de dure zaden te kopen.

economische belangen

Derdewereldorganisaties zijn van mening dat de ontwikkelingen rond biotechnologie worden gestuurd door economische motieven. Biotechnologiebedrijven willen geld verdienen aan toepassingen van biotechnologie en maken volgens derdewereldorganisaties misbruik van het beeld van arme en hongerige mensen om hun producten geaccepteerd te krijgen.