Milieuorganisaties

betrokkenheid

Binnen de biotechnologie houden milieuorganisaties zich vooral bezig met de risico's van genetisch veranderde organismen voor het milieu. Zij richten zich daarbij in het bijzonder op voedingsgewassen.

algemeen standpunt

Milieuorganisaties zijn tegen het gebruik van genetisch veranderde gewassen in de landbouw en de voeding. Zij vinden dat er te weinig bekend is over de risico's voor het milieu en de gezondheid. Er moet eerst meer onderzoek worden gedaan. Ook hebben milieuorganisaties ethische bezwaren tegen het genetisch veranderen van planten en dieren.

ethische aspecten

Milieuorganisaties vinden dat planten en dieren geen 'dingen' zijn waarmee naar willekeur geŽxperimenteerd kan worden. Ze hebben daarom ethische bezwaren tegen het genetisch veranderen van planten en dieren.

genetisch veranderen van

dieren

Het genetisch veranderen van dieren vinden milieuorganisaties niet aanvaardbaar. Dieren zijn meer dan een 'omhulsel met genen' waarmee geknutseld mag worden. Ze hebben een eigenwaarde. Bovendien kan het genetisch veranderen van organismen risico's voor het milieu met zich meebrengen.

planten

Het genetisch veranderen van planten vinden milieuorganisaties niet aanvaardbaar. Planten zijn geen 'dingen' waaraan genetisch gesleuteld mag worden. Ook brengt het verbouwen en eten van deze gewassen risico's met zich mee voor het milieu en de gezondheid.

micro-organismen

Milieuorganisaties denken verschillend over het genetisch veranderen van micro-organismen. Sommige milieuorganisaties vinden dat er niet gesleuteld mag worden aan levende organismen, dus ook niet aan micro-organismen. Andere milieuorganisaties zijn van mening dat micro-organismen toch iets anders zijn dan planten en dieren. Voor het maken van waardevolle producten mogen ze eventueel genetisch veranderd worden. Dit op voorwaarde dat de micro-organismen gekweekt worden in afgesloten vaten zodat ze niet in het milieu terecht kunnen komen.

toepassingen

landbouw en voeding

Milieuorganisaties zijn tegen het verbouwen van genetisch veranderde gewassen en het gebruik van genetisch veranderde voedingsmiddelen. Ze zijn voorstanders van duurzame landbouw en voedselproducten op basis van ecologische principes.

gezondheidszorg

De meeste milieuorganisaties houden zich niet bezig met toepassingen van biotechnologie voor de gezondheidszorg. Vaak vinden milieuorganisaties biotechnologie voor de productie van geneesmiddelen wel bespreekbaar.

industrie en milieutechniek

Milieuorganisaties houden zich niet bezig met toepassingen van biotechnologie voor de industrie. Bepaalde toepassingen die voordelen bieden voor het milieu, zoals het zuiveren van bodem en afvalwater met behulp van genetisch veranderde micro-organismen, vinden sommige milieuorganisaties wel bespreekbaar.

voedselveiligheid

Milieuorganisaties vinden dat voedingsmiddelen waarin genetisch veranderde ingrediŽnten zijn verwerkt, niet mogen worden verkocht. Eerst moet er meer bekend zijn over de risico's van genetisch veranderd voedsel voor de gezondheid.

Risico's van genetisch veranderd voedsel voor de gezondheid zijn volgens milieuorganisaties:

antibioticum-resistentie

Voor het maken van genetisch veranderde gewassen maken wetenschappers gebruik van zogenaamde 'hulpgenen', die weerstand veroorzaken tegen bepaalde antibiotica. Deze weerstand zou op ziekteverwekkende micro-organismen kunnen worden overgedragen waardoor deze moeilijker te bestrijden zijn.

voedselallergie

Via een genetisch veranderd organisme komen nieuwe eiwitten in ons voedsel terecht. Hierdoor kan voedselallergie ontstaan.

giftige stoffen

Het is mogelijk dat in genetisch veranderde gewassen nieuwe stoffen worden aangemaakt die schadelijk zijn voor de gezondheid.

milieuveiligheid

Milieuorganisaties vinden dat de risico's van genetisch veranderde gewassen voor het milieu niet te overzien zijn. Zij noemen de volgende risico's:

overwaaien van stuifmeel

Stuifmeel van genetisch veranderde gewassen kan via de wind onkruiden en gewassen van naburige boeren bestuiven. Hierdoor bestaat het gevaar dat de nieuwe eigenschappen ongewenst verspreid worden (uitkruising). Dit leidt tot 'genetische vervuiling'.

bedreiging ecologische landbouw

Via uitkruising kan een gen van een genetisch veranderd gewas terechtkomen in een gewas van een ecologische boer. Hij kan zijn oogst dan niet meer als 'gentech-vrij' verkopen.

superonkruiden

Via uitkruising kan een gen dat een gewas ongevoelig maakt voor een onkruidbestrijdingsmiddel, terechtkomen in onkruid. Dit onkruid wordt dan moeilijker te bestrijden. Het wordt 'superonkruid' dat voedingsgewassen kan overwoekeren.

afhankelijkheid van bestrijdingsmiddelen

Op genetisch veranderde gewassen die ongevoelig zijn voor een bepaald onkruidbestrijdingsmiddel, kunnen boeren dit bestrijdingsmiddel in theorie 'onbeperkt' gebruiken zonder dat het gewas sterft. Hierdoor bestaat de kans dat boeren veel gaan spuiten om zo hun veld schoon te houden van onkruid. Milieuorganisaties zijn bang dat hierdoor het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen eerder zal stijgen dan dalen. Verder zijn milieuorganisaties van mening dat we voor de toekomst moeten streven naar duurzame landbouw zonder of met beperkt gebruik van bestrijdingsmiddelen. Genetisch veranderde gewassen maken boeren daarentegen afhankelijk van deze chemische middelen.

resistentie

Door onkruidbestrijdingsmiddelen op grote schaal toe te passen, kunnen onkruiden op termijn ongevoelig worden voor deze middelen. Op dezelfde manier kunnen insecten weerstand opbouwen tegen genetisch veranderde planten met een ingebouwd insecticide. In beide gevallen is dat slecht nieuws voor de boer. Hij moet op zoek naar nieuwe middelen om onkruid en insecten te bestrijden.

biodiversiteit

Nieuwe genetische eigenschappen die aan gewassen of dieren worden toegevoegd, kunnen het natuurlijk evenwicht verstoren. Zo is het mogelijk dat genetisch veranderde planten of dieren de wilde soorten verdringen. Daarnaast kan bijvoorbeeld een insecticide dat is ingebouwd om planten te beschermen tegen schadelijke insecten, ook dodelijk zijn voor nuttige insecten. Door dit soort effecten kunnen soorten ongewild verdwijnen en neemt de biodiversiteit af.

keuzevrijheid

Milieuorganisaties vinden dat consumenten moeten kunnen kiezen tussen voedingsmiddelen met of zonder genetisch veranderde ingrediŽnten. Dit moet duidelijk te lezen zijn op het etiket. Momenteel is dat niet altijd het geval. Hierdoor hebben consumenten volgens milieuorganisaties geen vrije keuze.

wereldvoedselsituatie

Milieuorganisaties zijn van mening dat biotechnologie de honger niet uit de wereld kan helpen. Er is voldoende voedsel voor iedereen, maar het is niet goed verdeeld. De oplossing ligt bij een betere verdeling van het voedsel en niet bij een hogere productie.

octrooien en de positie van bedrijven

Op een uitvinding kan een octrooi worden verleend. Andere partijen mogen gedurende de looptijd van het octrooi de uitvinding niet voor commerciŽle doeleinden gebruiken zonder toestemming van de eigenaar. Bedrijven kunnen octrooien aanvragen op planten en dieren die ze genetisch veranderen. Milieuorganisaties vinden dit onterecht. Planten en dieren zijn niet uitgevonden door de mens en mogen geen eigendom worden van bedrijven.

De verkoop van genetisch veranderde zaden is in handen van een paar grote bedrijven. Deze bedrijven verkopen ook de onkruidbestrijdingsmiddelen waarmee gewassen besproeid worden. Dubbele winst dus voor de bedrijven, menen milieuorganisaties.

Boeren moeten ieder jaar opnieuw zaden kopen van zaadproducenten. Ze moeten hiervoor veel geld betalen. De milieuorganisaties vinden dat de industrie hierdoor veel te veel invloed krijgt op de voedselvoorziening. Ze zijn van mening dat dit een te belangrijke zaak om over te laten aan een paar grote bedrijven.

economische belangen

De milieuorganisaties stellen dat de ontwikkelingen rond genetisch veranderde gewassen worden gestuurd door economische motieven. Ze vinden dat de belangen van het bedrijfsleven teveel voorop staan. Er is te weinig aandacht voor de gevolgen voor het milieu en de gezondheid.