Gepantserde soja: Technieken

Het bestrijdingsmiddel

Onkruid is vaak een groot probleem bij het verbouwen van soja. Er zijn verschillende manieren waarop boeren dat probleem aanpakken. Voor het inzaaien spuiten ze vaak met een bestrijdingsmiddel dat glyfosaat bevat. Deze stof belemmert de groei van alle planten, waardoor ze uiteindelijk afsterven. Als de soja op het veld staat kan daarom niet meer met glyfosaat worden gewerkt. Onkruidbestrijding is vanaf dat moment erg arbeidsintensief. Het onkruid moet tussen de sojaplanten weggehaald worden door ze één voor één te verwijderen of te bespuiten.

foto: American Soybean Association. Sojabonen in de peul.

De oplossing

Onderzoekers ontdekten een gen in een bacterie waarmee planten kunnen blijven groeien als ze met de groeiremmer glyfosaat bespoten worden. Door het bacteriegen in de sojaplant in te bouwen wordt de plant ongevoelig voor het bestrijdingsmiddel.

Voor de boeren is het bestrijden van onkruid daardoor een stuk eenvoudiger geworden. Telkens als het onkruid de kop opsteekt kunnen ze het bestrijdingsmiddel spuiten zonder dat de genetisch veranderde sojaplanten er last van hebben.

De techniek

Een deel van het erfelijk materiaal van bacteriën bestaat uit relatief kleine stukjes ringvormig DNA. Deze DNA ringen worden ook wel plasmiden genoemd. Bacteriën gebruiken plasmiden om onderling erfelijke informatie uit te wisselen.

Onderzoekers gebruiken plasmiden daarom als een transportmiddel om genen van de ene cel naar de andere over te brengen. Ze hebben technieken ontwikkeld om plasmiden uit bacteriën te halen, ze open te knippen en er nieuwe genen in te zetten.

Het ingebouwde gen kan vervolgens teruggezet worden in een levende cel.

Klik hier voor een schematische uitleg van de techniek.

Zoeken naar succes

Een gen in een organisme inbouwen lukt zelden in één keer. Meestal worden er tientallen en soms wel duizenden pogingen gedaan voordat de levende cel het nieuwe gen in zijn DNA opneemt. Het is dus zaak om die geslaagde poging eruit te vissen. Hiervoor is een slimme, maar ingewikkelde truc bedacht.

Bij het inbouwen van genen in bacteriën een belangrijke stap bij het genetisch veranderen van planten en dieren gebruiken onderzoekers plasmiden. Plasmiden zijn cirkelvormige stukjes DNA waarmee bacteriën van nature onderling genen uitwisselen. Onderzoekers gebruiken speciale plasmiden waar twee handige genen op zitten. Met het ene gen wordt gekeken of de bacteriën het plasmide hebben opgenomen. Het andere gen laat op zijn beurt zien of het plasmide wel het nieuwe gen bevat.

Klik hier voor een schematische uitleg van de techniek.

foto: American Soybean Association Sojabonen.