Boeven vangen met DNA: Technieken

Op de plaats van een misdrijf worden allerlei sporen verzameld. Misdadigers laten soms sporen na waar in een laboratorium DNA uit kan worden geïsoleerd. Sperma (bij verkrachtingszaken), bloed en haren die soms levende cellen bevatten kunnen allemaal DNA van de dader bevatten.

In veel gevallen is de hoeveelheid DNA erg klein, te klein om direct onderzoek mee te kunnen doen. Het DNA moet dan eerst vermeerderd worden.

Klik hier voor een schematische uitleg van de techniek.

DNA-resten die op de plaats van een misdrijf worden gevonden zijn vooral een genetische vingerafdruk. Het materiaal wordt direct vergeleken met monsters van verdachten. Maar in DNA zit veel meer informatie dan in een normale vingerafdruk. Ons genoom bepaalt bijvoorbeeld voor een zeer belangrijk deel hoe we eruitzien. Uit DNA-resten zijn daarom aanwijzingen te halen over bijvoorbeeld oogkleur en land van herkomst van de dader. Het is nog lang niet zover dat we uit DNA precies kunnen achterhalen hoe iemand eruitziet. Waarschijnlijk kan dat ook helemaal niet, want ons uiterlijk wordt door meer bepaald dan alleen ons DNA. Maar aanwijzingen als een lange man met blauwe ogen en blond haar kunnen nuttig zijn voor een politie-onderzoek.

foto: Benelux Press. Genetische 'vingerafdruk'.

Het DNA van mensen is voor een groot deel voor iedereen hetzelfde; we hebben immers allemaal dezelfde genen die maken dat we mens zijn. Tussen die genen zitten gebieden met DNA dat geen duidelijke functie heeft. In dit zogenaamde junk DNA kunnen de verschillen tussen individuen heel groot zijn.

Door het DNA van een aantal van die gebiedjes te bestuderen kan worden vastgesteld of het DNA van een verdachte overeenkomt met het DNA dat op de plaats van het misdrijf is gevonden.

Hoe meer van die gebiedjes worden onderzocht, hoe groter de zekerheid dat de overeenkomsten niet toevallig zijn en dat de verdachte inderdaad de dader is.

foto: Dr. P. de Knijff, LUMC. Piekpatronen waarmee het DNA van verschillende verdachten van een misdrijf met elkaar vergeleken kunnen worden.

Een daderportret met DNA

Bij het gangbare onderzoek wordt DNA van een verdachte vergeleken met de sporen die op de plaats van het misdrijf zijn gevonden. Het is zoiets als een vingerafdruk vergelijken. Maar als er geen verdachte in beeld is en zijn of haar DNA zit ook niet in een databank dan kan de politie weinig met de DNA sporen. Sinds september 2003 kennen we in Nederland de wet DNA-onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken. Deze wet staat toe dat DNA materiaal van de plaats van een misdrijf gebruikt wordt om informatie over het uiterlijk te achterhalen. Tot nu toe zijn de mogelijkheden beperkt. Je kunt eenvoudig het geslacht achterhalen, en er is iets te zeggen over de herkomst van de persoon, of het een Aziaat of een Europeaan is, bijvoorbeeld. Er wordt gewerkt aan tests voor haar- en oogkleur, evenals andere kenmerken. Het achterhalen van medische informatie, zoals een erfelijke aandoening, is voorlopig door de wet verboden. Het zal waarschijnlijk nooit lukken om uit DNA een herkenbaar portret van de dader te destilleren. Het is tenslotte niet alleen het DNA dat bepaalt hoe we eruit zien. De omgeving waar we in opgroeien (baarmoeder, voedsel, milieu) speelt een even belangrijke rol.