Pratende planten |
Strijdvaardige taal
Planten lijken meestal vredig naast elkaar te groeien. Toch is er bij planten een voortdurende strijd gaande. Concurrentie om ruimte, licht vocht en voedsel bepaalt uiteindelijk of een plant ergens kan floreren. Er zijn verschillende manieren om als overwinnaar uit de strijd te komen. Sommige soorten doen 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt'. Dat zijn de pioniersplanten. Andere soorten passen het 'ellebogenwerk' toe. Dat zijn de woekerplanten. Wij mensen weten dat je ook met praten een heel eind kunt komen. Planten hebben echter geen spraakorgaan. Toch kunnen sommige soorten via communicatie een plekje veroveren. Ze gebruiken daarbij een chemische taal.
Praten met voeten
Communicatie tussen planten verloopt via stoffen die door de ene soort worden afgegeven en vervolgens de andere soort beïnvloeden. Dit verschijnsel heet allelopathie. Het gaat dan bijvoorbeeld om stoffen die wortels aan de bodem afgeven. Ook kunnen er door regen stoffen aan het blad worden onttrokken die vervolgens in de bodem terechtkomen. Zo produceren de okkernoot en de zwarte walnoot een glycoside dat via bladeren en wortels in de bodem terechtkomt. Daar wordt het omgezet in het giftige juglon. Juglon remt de kieming, zodat er slechts weinig plantensoorten onder deze bomen kunnen leven.
Een slechte adem
Bij sommige planten kan een 'luchtig gesprek' flink indruk maken op andere planten. Zo produceert de absint-alsem Artemisia absinthium het vluchtige methyljasmonaat. In een onderzoek in de Leidse Hortus bleek dat verschillende plantensoorten hierdoor op een benedenwindse afstand tot ongeveer een meter in hun groei worden geremd.
Via een tolk
Heideplanten beïnvloeden indirect de groei van planten in hun omgeving. Afbraak van afgevallen blaadjes en takjes door micro-organismen verzuurt de bodem. De concentratie van zuren rond heideplanten is daardoor voldoende hoog om de groei van veel soorten zaailingen te onderdrukken. Een zelfde soort effect ontstaat in de herfst onder loof- en naaldbomen die hun blad laten vallen. Een deel van de invloedrijke stoffen komt direct uit de bladeren, zoals het looizuur uit eikenbladeren, en een deel komt vrij door de microbiële afbraak van lignine.