Gevaarlijke exoten |
Verschillende exoten, oftewel uitheemse dieren en planten, beschouwen we als een aanwinst voor onze fauna of flora of willen we in ieder geval niet meer kwijt. Denk aan het damhert, de moeflon of het konijn. Er zijn er ook die we liever kwijt dan rijk zijn.
Bedreigingen uit verschillende hoeken
Exoten kunnen de inheemse flora en fauna op verschillende manieren bedreigen. Ze kunnen door concurrerend gedrag of door predatie inheemse planten en dieren terugdringen, of economische schade toebrengen aan voedingsgewassen. Ook kunnen ze ziekten overbrengen, die trouwens niet alleen de inheemse fauna, maar ook onszelf kunnen bedreigen. Als de exoot geen aparte soort is, maar een aparte vorm van een inheemse soort, kan hij door hybridisatie de oorspronkelijk populatie genetisch aantasten. En tenslotte kunnen exoten ook grote economische schade toebrengen, zoals de muskusrat (Ondatra zibethicus), die uit Noord-Amerika afkomstig is. Deze is op verschillende plaatsen in Europa uit pelsdierfokkerijen ontsnapt. Door de nestgangen die hij graaft, ondermijnt hij oevers en dijken.
Bedreiging voor onze gezondheid
Het meest schrijnende voorbeeld van wat een exoot kan aanrichten is de pestbacterie (Yersinia pestis). Deze wordt overgebracht door de vlo van de zwarte rat (Rattus rattus), die rond 1200 vanuit Azië Europa bereikte. Tussen 1347 en 1350 stierf 25-30 procent van de Europese bevolking aan de pest. Een andere onopgemerkte introductie van een ziekteverwekker is recentelijk de bacterie (Borrelia burgdorferi). Deze veroorzaakt de ziekte van Lyme, genoemd naar het plaatsje in Connecticut in de Verenigde Staten waar de ziekte in 1975 voor het eerst werd ontdekt. Sinds 1990 zijn er ook in Nederland en elders in Europa ziektegevallen geconstateerd. De bacterie wordt overgebracht door teken die vooral op herten en knaagdieren voorkomen, en bij ons dus vooral op zandgronden te vinden zijn. Overigens weten we niet zeker of de bacterie hier niet al veel langer voorkwam, maar het ziektebeeld niet eerder werd herkend.
Bedreiging voor de wilde fauna
Exoten kunnen ook ziekten overbrengen die de wilde fauna aantasten. De Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus) bijvoorbeeld is in 1960 in Zweden ingevoerd ten behoeve van de 'visserij'. Vandaar werd de soort uitgezet in Duitsland en Luxemburg, en is al op meer dan zes plaatsen in België gevonden. Bij ons komt hij nog niet voor, maar hij vormt wel een bedreiging voor de bijna uitgestorven inheemse rivierkreeft. De exoot is drager van de parasitaire schimmel Aphanomyces astaci, maar is er veel minder gevoelig voor dan de inheemse rivierkreeft. Opzettelijke introductie van de uit Duitsland afkomstige roodbuikvuurpad (Bombina bombina) op verschillende plaatsen, ook in Nederland, heeft geleid tot hybridisatie met de sterk bedreigde inheemse geelbuikvuurpad (Bombina variegata), een nauw verwante soort.
Bedreiging voor de wilde flora
Parasieten of roofdieren komen meestal niet mee met de exoten. Daardoor kunnen deze zich soms explosief ontwikkelen en een plaag vormen voor economisch belangrijke gewassen. Een treffend voorbeeld is het in onze streken heel algemene zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola). De rupsen van dit dagvlindertje leven op verschillende grassen. De soort werd, waarschijnlijk met hooi, in 1910 vanuit Europa naar Ontario (Canada) gebracht. De soort heeft nu bijna alle geschikte biotopen in de oostelijke helft van het continent bezet, daarbij waarschijnlijk geholpen door hooitransporten. Hoewel zeer algemeen in Europa, brengt hij hier geen duidelijke schade toe aan hooilanden. In Amerika treedt de soort echter op als een echte plaagsoort.