Home

Zoeken

Zoek in 6438 artikelen


    Exotische dieren een aanwinst?

    Exoten zijn dieren (of planten) die voorkomen in gebieden waar ze niet van nature thuishoren. Ze kunnen met opzet of per ongeluk zijn meegenomen, ontsnapt zijn of vrijgelaten. Ze zijn niet altijd een aanwinst, en soms ronduit gevaarlijk.

    De zogenaamde dierenliefhebber

    Veel uitheemse dieren worden als liefhebberij binnenshuis gehouden. Loop maar eens bij een dierenzaak binnen. Soms is de liefhebberij een tijdelijke zaak en wil de eigenaar van zijn dieren af. Ze zelf doodmaken vindt hij te ver gaan. Daarom worden vissen en schildpadden soms door de WC gespoeld of in open water uitgezet. De dieren sterven zo natuurlijk evengoed, maar wel uit het zicht. Soms echter redden ze het een tijdje of raken zelfs ingeburgerd. Moeras- en landschildpadden kunnen we 's zomers in parken aantreffen en zelfs in natuurreservaten als de Biesbosch en de Oostvaardersplassen. Guppen en andere vissen kunnen zich soms ook lange tijd handhaven in de vrije natuur.In de buurt van Wuppertal in het Ruhrgebied werden tussen 1970 en 1988 meer dan 250 exemplaren van exotische reptielen gevonden, behorende tot 14 soorten, vaak afkomstig uit typische vakantieoorden als Mallorca en Joegoslavië.

    De jager als faunavervalser

    De jacht als natuurbeschermende maatregel is een fabeltje. Wat jagers in stand houden is geen vrije natuur, maar gemaakte natuur. Daar is niets mis mee, als we het er over eens zijn dat we dat zo willen. Maar het 's winters bijvoederen en later weer afschieten van jachtwild heeft weinig met natuurbescherming te maken. Het invoeren van jachtwild is eerder faunavervalsing. Fazanten en konijnen bijvoorbeeld zijn hier geïntroduceerd in de Romeinse tijd en horen hier dus niet thuis. Als we ze niet kwijt willen kan bijvoedering (fazant) of afschot (konijn) een beheersmaatregel zijn, maar het blijft faunavervalsing. Het bijvoederen van fazanten heeft nog een neveneffect. Een deel van het uitgestrooide zaad wordt niet gevonden en er kunnen planten uit opslaan die op die plaats niet thuishoren, zoals Bolderik(Agrostemma githago) in de duinen.

    Ontsnappingen

    Hoe goed in gevangenschap gehouden dieren ook worden afgeschermd van de buitenwereld, er ontsnapt er altijd wel eens eentje. Het effect is hetzelfde als bij losgelaten dieren, en soms is moeilijk te bepalen of deze dieren met opzet of uit nonchalance in de vrije natuur terecht zijn gekomen. De Halsbandparkiet(Psittacula krameri) bijvoorbeeld, afkomstig uit Azië, heeft al verschillende zichzelf instandhoudende populaties gevormd in Nederland. Van de Afrikaanse Nijlgans(Alopochen aegyptiacus) werd het aantal broedparen in het wild in 1987 al op 125 geschat, vooral rond Den Haag en in het rivierengebied. Ook de Wasbeer(Procyon lotor), oorspronkelijk Noord-Amerikaans, ontsnappen nog wel eens. In Duitsland hebben ze een flinke populatie opgebouwd, vanwaar soms dieren in Nederland terechtkomen.

    Meelifters

    Veel dieren zijn al sinds de oudheid met reizende mensen meegetrokken zonder dat er opzet van de kant van de mensen in het spel was. Het zijn de zogenaamde cultuurvolgers. Vaak weten we niet beter dan dat die dieren hier thuishoren, maar de Huismuis (Mus musculus) is hier in de Romeinse tijd gekomen en de Zwarte rat(Rattus rattus) pas rond 1200. Meeliften gaat erg gemakkelijk. De vlinderconservator van Naturalis zag eens, per trein op weg van Leiden naar Utrecht, op de buitenkant van het raam een vlindertje meereizen. Zoekt zo'n diertje een internationale trein uit, dan is hij in een dag in Zuid-Europa. De nachtvlinderfauna van het zeer geïsoleerd liggende eilandje St. Helena, in de zuidelijke Atlantische Oceaan, is voor een belangrijk deel Noord-Amerikaans. Dit komt doordat vrachtvliegtuigen die er landen vaak 's nachts in Noord-Amerika worden geladen, en dan met hun lichten nachtvlinders aantrekken.