Home

Zoeken

Zoek in 6435 artikelen


    Hoe ontstaat een aardbeving?

    De zwaarste aardbeving in Nederland was bij Roermond op 13 april 1992. Ondanks een kracht van 5.8 op de schaal van Richter liep alleen een aantal gebouwen schade op. De meeste aardbevingen vinden elders in de wereld plaats. Hoe ontstaat zo'n beving eigenlijk?

    Onze voeten staan nooit stil

    De grond onder onze voeten maakt deel uit van het buitenste korstje van de aarde, de zogenoemde aardkorst. Deze korst is niet één geheel, maar bestaat uit een aantal grote platen. Deze platen zijn tientallen kilometers dik en drijven op een visceuze, stroperige ondergrond, de aardmantel. De platen zijn constant in beweging maar dit gaat zeer langzaam, hooguit met enkele centimeters per jaar. Op sommige plaatsen op aarde botsen de platen tegen elkaar. Op andere plaatsen gaan ze juist uit elkaar of scheuren ze. Waar twee platen tegen elkaar botsen of langs elkaar schuiven, komen de gesteenten onder grote druk te staan, waardoor ze kunnen vervormen.

    Buigen of barsten

    Als we een houten liniaal buigen, komt er spanning te staan op het materiaal. Uiteindelijk wordt de spanning te groot en breekt de liniaal. Op een vergelijkbare manier kan een gesteente slechts zover vervormen totdat het breekt. Als gevolg daarvan zullen de twee blokken gesteente ten opzichte van elkaar plotseling verschuiven, en een aardbeving is het gevolg. Aardbevingen ontstaan dus daar, waar twee massa's gesteenten binnen de aarde zich plotseling (schoksgewijs) ten opzichte van elkaar verplaatsen langs een zwaktezone of breuk. De opgekropte spanningsenergie die tijdens zo'n verschuiving plotseling vrijkomt zorgt voor verschillende typen elastische trillingen die zich door de aarde voortplanten. Wanneer de trillingsgolven (zogenaamde seismische golven) het aardoppervlak bereiken, veroorzaken ze bevingen. Sommige aardbevingen zijn zo sterk dat de grond scheurt. Er worden hele dorpen weggevaagd en er vallen vele doden.

    Houd afstand!

    De plaats van een aardverschuiving kan tientallen tot wel honderd kilometer diep onder het aardoppervlak liggen en noemen we het hypocentrum. Het effect ervan is vaak het grootst aan de aardoppervlak direct boven het hypocentrum, het zogenaamde epicentrum. De trillingsgolven worden natuurlijk zwakker naarmate de afstand tot het hypocentrum groter wordt. Dit betekent concreet, dat hoe verder we verwijderd zijn van het hypocentrum, hoe minder we van de aardbeving zullen merken.

    Aardbevingen hebben ook nut

    De verschillende trillingsgolven en hun sterkte kunnen we registreren door gebruik te maken van een speciaal instrument, de seismograaf. Er zijn hele netwerken van seismografische meetstations, verspreid over de aarde. Met alle metingen die daar worden gedaan is het mogelijk om zowel de plaats van oorsprong als de sterkte van de aardbeving te bepalen. De snelheid waarmee de verschillende trillingsgolven zich voortplanten door de aarde is afhankelijk van het type gesteente.Seismische golven kunnen ons veel leren over de verschillende typen gesteenten binnen de aarde en dus ook over de opbouw van onze aarde.

    Aardbevingen zijn niet willekeurig

    De meeste sterke aardbevingen vinden plaats in zones binnen de aarde waar twee platen tegen elkaar botsen of langs elkaar schuiven. Rondom de Stille Oceaan botst bijvoorbeeld de Pacifische plaat tegen andere platen. Daardoor komen hier veel aardbevingen voor, zoals in Japan en langs de oostkust van Amerika. Een beroemd voorbeeld hiervan was de verwoestende aardbeving van San Francisco in 1906.