Wesp versus zweefvlieg |
Vlieggedrag
Zweefvliegen danken hun naam aan het vermogen om lange tijd op één plek in de lucht stil te staan. Toch is deze benaming verwarrend, want ze zweven niet echt. In werkelijkheid gaan de vleugels zo snel op en neer, dat er weinig meer van te zien is dan een vage vlek. Daarbij wordt een heel licht gezoem geproduceerd. De rust is dan ook schijn. Proberen we zo'n zwevende zweefvlieg te pakken, dan schiet hij razendsnel weg. Ze zitten graag op grote schermbloemen, zoals berenklauw en engelwortel, maar komen niet zoals wespen af op limonade en andere sterk gezoete stoffen. Wespen daarentegen staan niet stil in de lucht en schieten ook niet plotseling weg: ze lijken meer te deinen. Ze kunnen daarbij hinderlijk om je heen blijven vliegen, op zoek naar voedsel.
Verschillen in bouw
Als ze eenmaal stilzitten zijn de verschillen tussen zweefvliegen en wespen goed te zien. Zo hebben zweefvliegen zeer korte, onopvallende antennen, terwijl die van wespen opvallend en lang zijn. Zweefvliegen (althans de soorten die op wespen lijken) houden verder in rust hun vleugels plat en schuin van het lichaam af, waar wespen de vleugels over het achterlijf vouwen. Zweefvliegen hebben bovendien alleen voorvleugels, wespen zowel voor- als achtervleugels. Tot slot zit bij zweefvliegen het achterlijf breed aan het borststuk vast. Wespen daarentegen hebben een echte wespentaille, een sterke insnoering aan de basis van het achterlijf.
Wesp Zweefvlieg |

Allebei nuttig
Zowel zweefvliegen als wespen zijn belangrijke bestrijders van insectenplagen. De larven van vele zweefvliegen jagen bijvoorbeeld actief op bladluizen. Een goed voorbeeld is de sterk op wespen lijkende bessenzweefvlieg Syrphus ribesii, een algemene soort. Het hoofdvoedsel van wespenlarven wordt gevormd door insecten, waaronder veel rupsen. Die worden door de werksters van de kolonie gevangen en tot een papje verwerkt. Daardoor kunnen ze insectenplagen in toom houden. Ook wespen kunnen we daarom beter niet doodslaan.
Wie lijkt op wie?
Sommige soorten zweefvliegen lijken op wespen, niet omgekeerd. Wespen zijn namelijk voor een predatoren, zoals vogels en hagedissen, gevaarlijke prooien en worden daarom met rust gelaten. De gelijkenis met een wesp biedt een zweefvlieg dan ook enige bescherming. Ook bij kevers en vlinders treffen we zo'n nabootsing van het wespenuiterlijk aan. Dit verschijnsel heet mimicry.