Van hoog- tot laagveen |
Veen is een ophoping van plantenresten die al min of meer tot humus zijn omgevormd. Als de afgestorven delen van planten zich ophopen op de bodem van een waterplas spreken we van laagveen. Uiteindelijk kan het veen de waterspiegel bereiken en zal de plas helemaal dichtgroeien. Dit proces noemen we verlanding.
Er is één uitzondering waarbij veen boven de waterspiegel wel kan doorgroeien. Dat gebeurt als het veen zelf voldoende regenwater kan vasthouden. Het veenmos ( Sphagnum) is daar erg goed in. Veenmos kan zo grote veenbulten vormen die ver boven het grondwaterpeil liggen. Dergelijke veenvorming noemen we hoogveen. Vroeger dacht men dat alle venen in het westen laagvenen waren. Dit is echter niet waar. Ook in het westen van het land zijn hoogvenen gevormd. Deze zijn echter later door de stijging van het grondwaterpeil verdronken.
Economisch belang
De grootschalige veenvorming in Nederland heeft geleid tot dikke turfpakketten. In het westen van het land werd laagveen en verdronken hoogveen gebaggerd. Hierdoor ontstonden open waters zoals bijvoorbeeld de Loosdrechtse Plassen en de Vinkenveense Plassen. In Drenthe en De Peel in Noord-Brabant werd turf gestoken. Er is wel gesuggereerd dat de grote economische bloei van de Gouden Eeuw ten dele te danken was aan het feit dat Nederland een grote energievoorraad had in de vorm van turf.
Tegenwoordig wordt turf alleen nog op kleine schaal gewonnen, voornamelijk als grondstof voor turfmolm voor in de tuin.
Geologisch belang
Veenafzettingen zijn een belangrijke bron van informatie voor wetenschappers die zich bezighouden met de studie van fossielstuifmeel (palynologie). Stuifmeelkorrels blijven namelijk uitstekend bewaard in het veen. De studie van deze microfossielen geeft een beeld van de vegetatie in het verleden. Met name de veranderingen in het Holoceen (10.000-heden) kunnen goed worden vervolgd door te kijken naar het stuifmeel uit boorkernen.
Venen zijn ook bekend door de vondsten van zogenaamde veenlijken. De humuszuren in het veen kunnen de huid looien en zo goed conserveren. Het skelet wordt echter volledig door het zuur opgelost. Opvallend aan de veenlijken is dat het veelal mensen betreft die een gewelddadige dood zijn gestorven. Waarschijnlijk gaat het onder andere om misdadigers die zijn geëxecuteerd en daarna in het veenmoeras zijn geworpen.