De mammoet in Nederland |
Kenmerkend voor de laatste koude periode (het Weichselien) van de IJstijd (Pleistoceen) is de wolharige mammoet, waarvan de overblijfselen veelvuldig in Nederland worden gevonden. Zo veel, dat de mammoetcollectie van Naturalis de grootste in de wereld is. De meeste mammoetbotten zijn afkomstig uit zuiggaten of door vissers opgevist uit de Noordzee.

De wolharige mammoet kwam voor van Engeland tot in Alaska. Over dat hele gebied strekte zich toen de zogenaamde mammoetsteppe uit. Dit landschapstype werd gekenmerkt door een koud en zeer droog klimaat. De mammoet was dan ook goed aangepast aan een koude omgeving. Dit is te zien aan zijn kleine oren, korte staart en zijn zeer lange haren met daaronder een wollige vacht. Mammoeten hadden de grootte van de hedendaagse Afrikaanse savanne-olifant en waren zo'n drie meter hoog.
Mammoeten in de tijd van de piramiden
Wanneer de mammoet in Nederland uitstierf is niet precies aan te geven, maar dateringen van mammoetmateriaal geven aan dat ze hier ongeveer 40.000 jaar geleden nog leefden. Toen de mammoet al uit ons land verdwenen was, wist hij elders nog te overleven. De jongste mammoetfossielen komen van Wrangel. Dit eiland ligt in de Oost-Siberische Zee, zo'n 200 kilometer ten noorden van de Siberische kust. De ouderdom van deze mammoeten is bepaald op 7000 tot 3900 jaar. Dat wil zeggen dat er nog wolharige mammoeten leefden in de tijd dat de grote piramiden werden gebouwd.
Over het algemeen wordt aangenomen dat de mammoet uitstierf doordat zijn favoriete leefgebied, de mammoetsteppe, verdween. De huidige toendra's zijn veel drassiger dan de mammoetsteppe en deze olifanten konden daar kennelijk niet goed uit de voeten. Sommige wetenschappers menen dat ook de jacht op mammoeten door de steentijdmens tot zijn uitsterven heeft bijgedragen.