Eosuchus lerichei Dollo, 1907 |
een krokodil uit het Paleoceen
Materiaal
De fossiele langsnuitkrokodil Eosuchus lerichei werd in 1907 ontdekt in een zandlaag waarin ook fossielen van Champsosaurus zijn aangetroffen. Het gevonden materiaal bestaat uit een schitterend bewaarde, 45 cm lange schedel en het voorste stuk van de wervelkolom.

Zijaanzicht van de
schedel en eerste wervels van Eosuchus
lerichei.
Geologie en vindplaats
Tot de vindplaatsen van de beroemde fossiele gewervelden van België behoren de Laat-Paleocene zanden (56 miljoen jaar geleden), die bij Erquelinnes aan de Franse grens ten zuidoosten van Bergen/Mons aan de oppervlakte komen. De vindplaats was al in 1880 bekend en de belangrijkste fossiele vondsten stammen ook uit die tijd, toen de zanden nog met de hand werden afgraven. In de zanden van Erquelinnes liggen drie verschillende afzettingen op elkaar. Van beneden naar boven:
- ongeveer 4m groen zeezand met oesters (zanden van Grandglise)
- ongeveer 1m kleihoudende zanden met kiezel en oorspronkelijk uit een andere laag afkomstige haaientanden (zanden van Bois Gilles)
- daartussen minstens 6m dikke zanden van Erquelinnes) met veel mariene fossielen, die oorspronkelijk uit lagen aan de basis afkomstig zijn, met in de topzone schubben van de kaaimansnoek (Lepisosteus)

Eosuchus lerichei, onderzijde van de
schedel.
Leefomgeving
Omdat de eerste verslagen van Dollo en Swinton hoofdzakelijk anatomische gegevens bevatten en geen melding maken van de stratigrafische positie van de fossielen, is men geneigd te denken dat de krokodil afkomstig was uit de bovenste, door een rivier afgezette laag. Krokodillen leven tegenwoordig immers voornamelijk in zoet water. In werkelijkheid is het fossiel gevonden in de onderste mariene afzetting (1) - evenals de zes champsosaurus-skeletten en verschillende schildpadden in de collectie van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.
Rutot, die eind vorige eeuw werkte aan een geologische kaart van het gebied, was van mening dat de skeletten door een rivier waren aangevoerd om uiteindelijk in de monding te blijven liggen. Deze monding zou even ten oosten van Erquelinnes gelegen moeten hebben. We moeten echter niet vergeten dat sommige hedendaagse krokodillen in zeewater doordringen: de Amerikaanse krokodil Crocodylus acutus wordt soms in zout of brak water waargenomen, van Miami tot aan Keys. De Indo-Pacifische krokodil Crocodylus porosus begeeft zich vaak in zee en schijnt erin te kunnen leven.
Bibliografie
Dollo, L., 1907, Nouvelle note sur les reptiles de l'Eocène de la Belgique et des régions voisines (Eosuchus lerichei et Eosphargis gigas)., Bulletin de la Société belge de Géologie, de Paléontologie et d'Hydrologie, 21, procès verbaux: 81-85