Noordelijke suikereekhoorn | ![]() |
NAMEN
| Wetenschappelijke naam: | Petaurus breviceps ssp. ariel |
| Engelse naam: | Sugar Glider |
| Duitse naam: | Kurzkopfgleitbeutler |
| Franse naam: | Phalanger volant |
INDELING
| Klasse: | Zoogdieren (Mammalia) |
| Orde: | Buideldieren (Marsupialia) |
| Familie: | Klimbuideldieren (Phalangeridae) |
| Geslacht: | Vliegende buideleekhoorns (Petaurus) |
| Soort: | Suikereekhoorn (Petaurus breviceps) |
![]() |
Noordelijke suikereekhoorn |
KENMERKEN
| Lengte: | Tot ± 17 cm |
| Gewicht: | Tot ± 140 gram |
| Levensduur: | Naar schatting 10 jaar |
| Geslachtsverschillen:
|
Mannetje is niet veel langer, maar wel steviger gebouwd dan vrouwtje |
IN DE NATUUR
| Biotoop: | Open bos-achtige biotopen; ook parken en tuinen |
| Verspreidingsgebied: | Noordoost-Australiė |
| Voortplanting:
|
Het vrouwtje krijgt na twee weken draagtijd een tot drie jongen, die zich verder ontwikkelen in de buidel |
| Voedsel:
|
Insecten, vruchten, bloemen, plantensappen en soms kleine vogels |
| Bedreiging: | Een van de meest algemene australische zoogdieren |
IN DIERENTUINEN
| Aantal:
|
In Europa is Blijdorp de enige dierentuin met deze ondersoort |
| Voedsel: | Fruit, krekels, meelwormen; extra vitaminen en eiwitten |
| Stamboeken: | Geen stamboek |
IN BLIJDORP
| Aantal:
|
Meestal 8 dieren. |
| Nageslacht: | Regelmatig een jong. |
| Bijzonderheden:
|
In het wild kunnen de dieren zweefvluchten van wel 50 meter maken. Die ruimte kunnen ze in Blijdorp niet krijgen. Zweefvluchten zijn dan ook niet te zien, sprongen wel. Bij een van de jonge dieren moest de staart geamputeerd worden. |

