Home

Zoeken

Zoek in 6490 artikelen


    Wespen

    In een mooie nazomer kunnen wespen hinderlijk talrijk aanwezig zijn om het jaar daarop, met even mooi weer, bijna te ontbreken. Het aantal wespen heeft dan ook weinig te maken met het nazomerweer, maar veel meer met het weer van de voorgaande winter en lente.
    Mannetjes, vrouwtjes en werksters

    Van de honderdduizenden wespen uit een wespennest blijven in de winter alleen de bevruchte vrouwtjes in leven. Ze kruipen op een beschut plekje weg en komen in het voorjaar weer tevoorschijn om een goede nestplaats uit te zoeken. Ze bouwen dan zo snel mogelijk een raat, waarin ze eieren leggen. De eerste larven voeden ze zelf, met fijngekauwde insecten (vooral rupsen). De wespen die hieruit groeien zijn de werksters. Deze nemen de taken over van de stichtster, nu koningin genoemd. Die beperkt zich verder tot het leggen van eieren. Alle werksters in een nest zijn zusters van elkaar. Onder normale omstandigheden kunnen ze geen eieren leggen. Sommige larven krijgen een speciaal dieet en groeien uit tot nieuwe koninginnen. De koningin kan behalve bevruchte eieren ook onbevruchte eieren leggen. Hieruit groeien mannetjes. Deze dienen alleen voor de bevruchting van nieuwe koninginnen. Spoedig daarna sterven ze.

    Wesp
    Wesp (Vespidae sp.)

    Limonadewespen

    Het hoofdmenu van de larven bestaat uit fijngekauwde insecten. De werksters zijn daar druk mee. Tenslotte echter neemt de eierproductie van de koningin af. Er komen geen nieuwe larven bij en de werksters houden als het ware tijd over. Dat is in de nazomer. Ze doen zich dan tegoed aan zoete stoffen, vooral rottend fruit, en kunnen dan ook hinderlijk rond en in limonadeglazen in de tuin vliegen. De taak van de werksters zit er echter op en als het kouder wordt, sterven ze. Alleen de bevruchte vrouwtjes, de nieuwe koninginnen, blijven in leven, weggekropen op een beschutte plek. De enorme aantallen wespen, die we soms in de nazomer zien, zijn dus tot dramatisch kleine aantallen teruggebracht in de winter. Het voortbestaan van de soort hangt elk jaar af van het overleven van een relatief klein aantal individuen.

    Een heel volk door het oog van een naald

    Elke koningin vertegenwoordigt in principe een heel nieuw volk. Daarom kan elke in de winter gestorven koningin het volgende jaar vele tienduizenden wespen schelen. Een vroeg invallende en strenge winter en een koud en nat voorjaar zorgen er dan ook gewoonlijk voor, dat er in de zomer weinig wespen zijn.